Ethische Perspectieven 21 (2011) 3

Tragische troost. Over soorten van transcendentie

Paul Van Tongeren



Het oeuvre van Arnold Burms bestaat zonder uitzondering uit pareltjes van diepgang en originaliteit. Langzamerhand is een indrukwekkend parelsnoer ontstaan dat – zoals bij dat soort sieraden het geval is – laat zien hoezeer de schakels gelijk zijn aan elkaar, zonder dat dit afbreuk doet aan het effect van het geheel, integendeel. Bovendien hebben zijn teksten – net als parels – enerzijds niets anders nodig dan zichzelf om genoten te kunnen worden, maar anderzijds maken ze vruchtbare combinaties mogelijk met allerlei stijlen van (kleden of) denken. In deze bijdrage neem ik een van zijn meest recente teksten als uitgangspunt en probeer ik zijn gedachten te verbinden met die van een andere auteur die mij dierbaar is, maar over wie Arnold Burms bij mijn weten nooit geschreven heeft: Friedrich Nietzsche. De titel en de thematiek van deze tekst van Arnold Burms zijn ook op een andere manier karakteristiek voor de persoon van de auteur. Ik ken niemand wiens glimlach vaak zozeer lijkt op een grimlach als die van Arnold Burms, niemand ook wiens welwillende betrokkenheid op de ander zozeer doortrokken lijkt te zijn van een diepe melancholie. De tekst van zijn hand die ik als uitgangspunt neem, een paper gepresenteerd op een conferentie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam in oktober 2010, heeft als titel Transcendentie en chaos en verbindt de notie transcendentie met het verlangen naar betekenis en de angst voor ‘de chaos waarheen alle betekenis uiteindelijk tendeert’.

 Pagina : 223 - 229

Naar  Ethische Perspectieven 3/2011