Ethische Perspectieven 25 (2015) 2
Voorwoord
Jelle Zeedijk
Soms gebeurt het nog dat krantenberichten een onderwerp dat moeilijk ligt bij het grote publiek aankondigen als ‘het laatste taboe’. Gesuggereerd wordt dat we komen van een situatie waarin het leven vergeven was van de onbespreekbare onderwerpen en dat die onderwerpen een voor een bespreekbaar zijn geworden en dat afwijkingen van de norm een voor een aanvaard zijn en er nog maar hier en daar een vergeten taboe moet worden opgeruimd. Het leidt zelden tot intense strijd tegen een taboe. Eerder glimlachen we even geamuseerd omdat we op bepaalde zaken nog zo primitief en onredelijk reageren.
Er is anderzijds ook een inmiddels lange wijsgerig-antropologische traditie die juist de redelijkheid van het taboe lijkt te benadrukken: het taboe stelt een grens aan menselijk gedrag en die grenzen zijn onontbeerlijk voor een betekenisvolle manier van samenleven. Doordat de mensen, met verschillen al naargelang de samenlevingspatronen, afkeer voelen van bepaald gedrag en zich spontaan gedwongen voelen om die grenzen te respecteren, vormt een samenleving een min of meer geordend geheel. Zonder gedeelde taboes en grenzen gaat het niet en is het maar de vraag of er menselijk, betekenisvol leven mogelijk is.
In dit nummer van Ethische perspectieven bundelen we enkele teksten die elk op hun manier raken aan deze problematiek. Het gaat om grote thema’s als geboorte en dood waarrond duidelijke regels voor het gedrag zich vaak organiseren, maar ook over een verstandig beleid rond cannabisgebruik. Druggebruik wordt klassiek vaak met grensoverschrijdend gedrag geassocieerd en de huidige wet lijkt dan ook sterk geïnspireerd door een absoluut verbod, een taboe op het druggebruik. Paul De Grauwe en Jan Tytgat zijn zeker geen voorstander van een algemene legalisering van geestverruimende middelen. Ze zijn zich terdege van de gevaren van bepaalde middelen bewust. Eerlijkheid gebied hen echter te zeggen dat het huidige beleid op geen van de beoogde punten waarom het gevoerd wordt effectief is; het lijkt zelfs contraproductief. De ‘war on drugs’ blijkt bijzonder veel nevenschade te veroorzaken zonder dat er sprake is van een duidelijke afname van het gebruik, integendeel. Hoe sterker de repressie, hoe lucratiever de markt wordt en hoe meer risico’s er genomen worden met als gevolg inferieure producten, zwaardere, brutalere misdaad en een grotere druk op politie en justitie. De samenleving als geheel betaalt de tol. Vandaar dat De Grauwe en Tytgat pleiten voor een bezinning op het huidige beleid en een andere aanpak. Het taboe op drugs heeft niet louter gunstige effecten. Achterin dit nummer, in de sectie ‘mededelingen en debat’ vindt u ook een weergave van de levendige discussie die De Grauwe & Tytgat voerden in het Metaforum middaggesprek van 9 oktober.
Ellen Van Stichel & Silke Brants bespreken de zwangerschapskeuzes bij een ongeplande zwangerschap, een onderwerp dat in het licht van de discussie rond de abortuswetgeving ook heel gevoelig kan liggen. Net als in de discussie over de cannabiswetgeving blijkt dat ook hier de zaak complex ligt voor wie oog heeft voor de vele verschillende omstandigheden die kunnen meespelen in een ongeplande zwangerschap. Ondanks dat er sinds vijfentwintig jaar een wettelijke mogelijkheid is om voor een abortus te kiezen, en er de mogelijkheid is om een ongewenst kind af te staan voor adoptie of om de zorg tijdelijke uit handen te geven, rijzen er toch altijd zeer delicate vragen, bijvoorbeeld omtrent de mogelijkheid om anoniem te bevallen, hetgeen haaks staat op het recht van het kind op kennis van de afstamming.
Aan de kant van het levenseinde staat dan weer de discussie omtrent euthanasie, waar we in eerdere nummers van Ethische perspectieven al aandacht aan hebben besteed. Die bijdragen waren tamelijk kritisch omtrent de huidige werking en toepassing van de wet. Herman Nys en Bart Hansen geven in dit nummer een actualisering van hun bijdrage uit 2009 ‘www.wilsverklaring.be’. Het is immers een feit dat steeds meer mensen hun levenseinde zelf willen bepalen; er is zelfs sprake van een verdubbeling van het aantal wilsverklaringen ten opzichte van 2012. Tegelijkertijd zijn er veel misverstanden over de verschillende soorten wilsverklaringen die in omloop zijn en over de wettelijke bepalingen die er op van toepassing zijn. Kennis daarvan is niet alleen voor hulpverleners, maar ook voor het brede publiek van belang.
In de bijdrage ‘Rechtenschendingen als tol voor onze veiligheid’ staat een andere afweging centraal: het lijkt evident dat een effectief anti-terreurbeleid ruime opsporingsmogelijkheden nodig heeft en dat dit ten koste gaat van burgerlijke vrijheden, bijvoorbeeld het recht op privacy. Wim Smit benadrukt echter dat de maatregelen tegen terrorisme buitenproportioneel zijn en dat er geen sprake is van een balans tussen privacy en veiligheid waarbij een groter recht op privacy in een land automatisch tot meer terreur leidt.
We beginnen dit nummer met een beschouwing van Arnold Burms over ‘de betekenis van bloedverwantschap’. Voor Burms krijgt bloedverwantschap, die ontegensprekelijk een biologische component bevat, pas zijn betekenis in een symbolische orde, zonder dat we die betekenis precies kunnen duiden. In tegenstelling tot wat men wel eens beargumenteert is het belang dat we hechten aan bloedbanden niet gemotiveerd door de interesse in nuttige kennis over erfelijke afwijkingen. Ook gaat het niet om een zoektocht naar objectieve gelijkenissen opdat bepaalde eigenschappen zo verklaard zouden worden. In de interesse in bloedverwantschap wordt iets arbitrairs, een materieel spoor geladen met betekenis. Bloedverwantschap verschijnt in deze beschouwing als een specifieke vorm van symbolisering.
Pagina : 95 - 96