| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Timo. Een Griekse idylle |
 |
 |
Rein Ferwerda |
| |
Agora-Pelckmans, Baarn-Kapellen- 1999 |
 |
| |
De historische roman Timo vertelt het verhaal van de uitzonderlijke liefde tussen de éénogige Timo en de beeldschone Iris. Timo is een wees uit Phlious, die dankzij zijn pleegvader Callicrates belangstelling krijgt voor de filosofie. Timo' s drang naar kennis is zo groot dat hij in de leer wil gaan bij de bekende filosofen van Griekenland. Daarom reist hij eerst naar Megara om bij de oude Stilpo les te volgen. Maar Stilpo sterft vrij snel en Timo keert enigszins ontgoocheld terug naar Phlious. Hij besluit bij Pyrrho van Elis te gaan studeren, maar trouwt eerst met Iris, die met hem mee wil gaan.
Onder invloed van Pyrrho wordt Timo een scepticus en leert Iris schilderen. Na de geboorte van hun eerste zoon, laat Timo zich door een vriend overhalen om naar Athene te gaan, waar hij de verschillende grote filosofische scholen bezoekt. Timo keert korte tijd later terug naar Elis, waar hij zijn opleiding vervolmaakt. Zijn tweede zoon wordt geboren. Met zijn gedicht Orpheus wint hij enige tijd later de Olympische Spelen. Ook Iris' roem als kunstenares neemt toe. Ze nemen afscheid van Pyrrho en verhuizen naar Chalcedon, waar Timo zijn eigen school sticht. Daar komt ook hun dochter ter wereld. Hun bekendheid en succes nemen voortdurend toe.
Na vele jaren aanvaardt Timo een uitnodiging van de Macedonische koning Antigonus Gonatas om aan het hof te Pella te komen leven en werken. Later bezoekt hij Alexandrië, gaat van daaruit naar Athene en begint er opnieuw een eigen school. Nu is zijn roem zo groot dat hij zelfs studenten moet weigeren. Dankzij dat enorme succes kan hij zich een eigen huis laten bouwen te Athene. Verzwakt door de hoge ouderdom sterft Iris. De halfblinde Timo is ontroostbaar, maar hertrouwt toch met zijn jeugdliefde Nikidion. Als tenslotte ook Timo sterft weigert Nikidion alle voedsel en volgt ze hem vijf dagen later in de dood.
Door Timo van Phlious (ca. 320-230 v. C.) als hoofdfiguur van zijn roman te nemen grijpt Rein Ferwerda de kans om het fel gevarieerde culturele en politieke leven van het toenmalige Griekenland te beschrijven. Zo laat hij Timo gesprekken voeren met de leiders van de Atheense Academie: Polemo en Crates en volgt hij les bij Aristoteles' opvolger Theophrastus. De scepticus Pyrrho, wiens leerling Timo was, komt uiteraard uitvoerig aan bod, maar ook Zeno en Epicurus passeren de revue. De zonen van Timo willen allebei arts worden en gaan in de leer bij de toenmalige beroemdheden op medisch vlak. Het feit dat zowel Iris als hun dochter Helena zo'n begaafde schilderessen zijn, wekt dan weer de belangstelling van de grote kunstenaars van die tijd. Omdat Iris' vader een jood is, komt zelfs een stukje geschiedenis van het jodendom aan bod. Zo zijn Timo en Iris in Alexandrië getuigen van de totstandkoming van de Septuagint. Door deze rijkdom aan gegevens weerspiegelt het boek vooral de eruditie van de classicus en vertaler Rein Ferwerda.
Toch boeit het boek slechts matig. Heel wat karakters zijn, ondanks de omvang van het boek, slechts schematisch uitgewerkt en komen niet levensecht over. De filosofische gesprekken zijn niet bijzonder bruisend en het succesverhaal van Timo en Iris zelf gaat op den duur ook vervelen. Dat Iris overal waar ze komt in het middelpunt van de belangstelling staat, is door haar verblindende schoonheid te verklaren, maar waaraan Timo zijn succes te danken mag hebben, is voor de lezer een raadsel. Er zijn wel enkele passages waar het verhaal boeiend had kunnen worden. In Athene leert Timo de mooie Nikidion kennen en voelt zich tot haar aangetrokken. Vermits hij op dat ogenblik al echtgenoot en vader is, had dat voor een zekere spanning kunnen zorgen, maar er gebeurt helaas niets. Idem als Iris verkracht wordt en de ondergang zweert van haar aanrander. De lezer verwacht een afrekening, maar opnieuw gebeurt er niets. Zo verliest het boek aan spankracht en blijft uiteindelijk alleen de geleerdheid en vertaalkunst van de auteur verbazen. En dat is op zich niet voldoende om van een goede roman te kunnen spreken.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|