| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De negentiende eeuw. Een betwiste erfenis. |
 |
 |
Sabine Alexander |
| |
Pelckmans-Agora, Kapellen-Baarn- 1998 |
 |
| |
Dat wij de erfgenamen zijn van de negentiende eeuw hoeft geen betoog. Europa heeft zich in die periode op bijna alle vlakken losgemaakt van haar verleden. Er kwamen een aantal grote maatschappelijke, wetenschappelijke en culturele veranderingen tot stand die tot vandaag ons leven bepalen. Het liberalisme, het socialisme en het nationalisme hebben hun wortels in die negentiende eeuw. De wetenschappen namen een hoge vlucht. Door het op punt stellen van de wetenschappelijke methode deed men de ene uitvinding na de andere. Er was een gestage vooruitgang en men geloofde in de maakbaarheid van de mens en de `voortgang der volkeren'. De industrialisatie zorgde voor steeds meer gebruiksgoederen zodat op het einde van de 19de eeuw veel mensen het beter hadden dan aan het begin ervan.
Ook op het vlak van literatuur en kunst laat deze eeuw ons zeker niet onberoerd. Heel wat romans uit die periode staan nog steeds hoog aangeschreven en de impressionistische doeken spreken een ruimer publiek aan dan enig andere periode in de kunstgeschiedenis.
Maar als wij op zoveel terreinen de erfgenamen van deze eeuw zijn, hoe komt het dan dat de hoofdrolspeler in al deze grote ontwikkelingen, de burger, met zo'n verachting wordt bejegend? Kunsthistorica Sabine Alexander wijst erop dat men de neiging heeft al het creatieve, geniale en grootse uit de negentiende eeuw als antiburgerlijk te beschouwen, terwijl het schadelijke, banale en lelijke precies onder de noemer burgerlijk wordt geplaatst. In het burgerdom zelf ontwaart men een grote ambivalentie. In haar boek wil de schrijfster aan de hand van een aantal uitgelezen thema's een panorama geven van de West-Europese burgerlijke maatschappij om zo te laten zien hoe en waar de tegenstrijdigheden in appreciatie ontstaan zijn.
Een aantal zaken uit dit panorama is bekend. Zo ontstond op het einde van de 18de eeuw de industrialisatie die op termijn leidde tot een toename van de rijkdom, maar tegelijk ook grauwe industriegebieden en een ellendig proletariaat deed ontstaan. Was de ellende groter dan voorheen of was ze alleen meer zichtbaar nu ze zich concentreerde op een kleine oppervlakte? Ook al behandelden enkele industriëlen hun arbeiders goed, het beeld dat ons is bijgebleven is dat van de uitbuiter.
Een ander element is de aparte levensstijl die de burgerij ontwikkelde. De burgerij was zich zeer goed bewust was van de kloof die haar scheidde van de adel en ontwikkelde een eigen moraal, waarin hard werken en soberheid van leven centraal stonden. Door de grijze eentonigheid van het burgerlijk bestaan kwam tevens het verlangen op zich van de anderen te onderscheiden, waardoor verschillende modes elkaar in snel tempo opvolgen. De voortdurende drang naar vernieuwing leidde tot wat Alexander een `accéleration de l'histoire' noemt. Reeds ander halve eeuw geleden had de aandacht voor lifestyle de bourgeoisie in haar greep. Daarbij onstonden ook nieuwe burgertypes, zoals de snob, de dandy en de bohémien. Uit een mislukt streven naar perfectie en het verlangen `erbij' te horen ontstond echter op termijn ook de hypocrisie.
Het meest bijzondere van de 19de eeuw is misschien wel de romantiek. Burgerij en romantiek worden slechts zelden met elkaar in verband gebracht. Men ziet de romantiek eerder als antiburgerlijk. De auteur laat echter zien dat de romantiek voldeed aan een behoefte van de burgerij. Het vormde blijkbaar een tegengewicht voor de nuchterheid van de strijd voor het dagelijkse brood. Men genoot ervan te zwelgen in de meest extreme emoties van passie en ellende, om daarna veilig terug te keren naar de dagelijkse bezigheden van het gezin. Een nieuwe natuurbeleving zorgde bovendien voor veranderingen in het landschap met als bekend gevolg de aandacht voor de landschapstuin.
Interessant aan dit werk is vooral dat ons een spiegel wordt voorgehouden. Waarom hebben we zo een hekel aan de neostijlen in de architectuur of aan de interieurinrichting van de 19de eeuwse burgerwoning? Waarom verafschuwen wij de hypocrisie zo sterk? Kennen wij niet al te goed de verveling die zo indringend is beschreven in de 19de eeuw? Misschien herkennen wij onszelf in de burger en zijn we nog niet klaar met de verwerking van de tegenstrijdigheden die de negentiende eeuw aan het licht heeft gebracht? Bovendien wijst de schrijfster erop dat het enigszins onrechtvaardig is de grote kunstenaars, literatoren en wetenschappers uit die periode te eren, maar de burgerlijke cultuur die deze genieën mogelijk heeft gemaakt te verafschuwen. Met deze cultuurhistorische studie heeft Sabine Alexander een boeiend en leesbaar boek afgeleverd, bestemd voor een ruim publiek. |
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|