| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Pijn en lijden (CEKUN Boekenreeks 4). |
 |
 |
Jean-Pierre Wils (red.), |
| |
Best, Damon- 1998 |
 |
| |
Het Centrum voor Ethiek Katholieke Universiteit Nijmegen is een centrum voor onderzoek, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening op het terrein van de fundamentele en toegepaste ethiek. Het is bovendien een samenwerkingsverband van de Faculteiten Wijsbegeerte, Godgeleerdheid en Medische Wetenschappen dat in 1993 van start is gegaan. De medewerkers van het CEKUN willen een bijdrage leveren aan het debat over een aantal actuele maatschappelijke thema's. Pijn en lijden is reeds het vierde deel in deze reeks.
Pijn en lijden vormen een constante in het samenleven van mensen en zijn in de kunst en in de theologie een bekend onderwerp. In dit themaboek wordt echter de vraag gesteld of pijn en lijden wel écht aandachtspunten zijn in theologie en filosofie. Geraakt de reële pijn van concrete mensen door een instrumentele visie op het lijden en door een objectiverende wijze van spreken niet op de achtergrond? Wordt pijn niet te gemakkelijk gebagatelliseerd of weggeredeneerd? De laatste tijd is de aandacht voor pijn in de filosofie en de ethiek toegenomen. Vier auteurs proberen telkens vanuit hun eigen discipline vat te krijgen op het fenomeen pijn.
Hoogleraar pijnbestrijding Ben Crul laat zien hoe het cartesiaans mechanistisch model het hedendaagse denken over pijn tot vandaag beïnvloedt. Door de opdeling van de mens in lichaam en ziel vond men het noodzakelijk zich eerst te richten op het genezen van wonde of ziekte waardoor ook de pijn wel zou genezen. Het bijzondere van pijn lijden werd op die manier miskend. Bovendien leefde het idee dat pijn en lijden louterend werkte. Omdat de zin van het leven vandaag radicaal naar het hier en het nu is verplaatst, is de maatschappelijke tolerantie ten opzichte van lijden ook verminderd. Pijn moet daarom snel en efficiënt behandeld worden. De objectivering van de patiënt die daarbij plaats vindt, kan echter opnieuw problemen oproepen. Een `total pain'-concept biedt misschien een uitweg.
De theoloog Hermann Häring gaat in op de instrumentalisering van het lijden in de christelijke theologie. Het lijden als straf voor de zonde zette de almacht en gerechtigheid van God in de verf. Zelfs het lijden van Jezus werd in dat kader begrepen. De satisfactietheorie werd echter geleidelijk misbruikt voor een autoritair en onderdanig mensbeeld. Het reële lijden verdween daarbij naar de achtergrond. Nochtans zijn er in het christendom ook andere stemmen te horen. In de brieven van Paulus zijn pijn en lijden nog wat ze op het eerste gezicht zijn: bedreigingen van het leven en de identiteit. Ook in heel wat kunstwerken wordt pijn op die manier afgebeeld, zoals in het Isenheimer Altar van Matthias Grünewald. Toch blijft er zekere dubbelzinnigheid hangen omdat misbruik voor een theologie waarin het lijden verheerlijkt wordt altijd mogelijk is.
Häring spreekt in dit verband van een `tekst', d.i. de heersende theologie waarin het lijden instrumenteel wordt opgevat en aan de andere zijde stukken `anti-tekst', namelijk wat deze traditionele visie doorbreekt. Hij komt dan tot de brede stelling dat een religie waarin lichaam en lichamelijkheid alleen worden toegelaten als anti-tekst op maatschappelijke veranderingen nog alleen maar reactief kan reageren. Pijn en lijden moeten dus ernstig genomen worden. Toch is de auteur niet van mening dat de hele soteriologie herdacht moet worden. Maar er is iets uit evenwicht geraakt en het is niet meteen duidelijk wat als hulp of correctie kan aangeboden worden. Vandaag is er immers sprake van een verdringing van lichamelijkheid aldus Häring. Het lichaam moet opnieuw gewaardeerd worden. De leuze voor religie en antropologie moet zijn: herontdekking van het lichaam en het lichaam als hermeneutisch project.
Paul van de Velde is docent hindoeïsme en boeddhisme en bespreekt enige aspecten van leed, karma en dharma in hindoeïsme en boeddhisme. Ook voor oosterlingen is de aarde een plaats van leed. De mens kan er wel gelukkig zijn, maar over het algemeen is het toch een tranendal. Omdat het leven voor hindoes en boeddhisten een eeuwige kringloop is, neemt het begrip karma als het effect van iemands daden een belangrijke plaats in. De auteur schetst de groei van de ethische inkleuring van het begrip en de verschillende betekenissen dat het begrip kan hebben. Ook de ideale orde in de wereld, de zogenaamde dharma, komt daarbij uitvoerig aan bod. De uiteenzetting wordt gestoffeerd met vele boeddhistische en hindoeïstische verhalen.
De moraaltheoloog Jean-Pierre Wils laat tenslotte zien dat onze cultuur heen en weer slingert tussen een medicalisering van het leven, samenhangend met een lage pijndrempel enerzijds en kunstmatige pijnverhogingen — in een zoektocht naar steeds sterkere kicks — anderzijds. Pijn toont zich zoals het Heilige als een “fascinosum et tremendum”. Religies zijn volgens Wils dan ook altijd complexe systemen voor spirituele pijnbehandeling geweest. Hij stelt een hermeneutiek van de pijn voor en gaat in de literatuur op zoek naar de getuigenissen die pijn begrijpbaar en tot een algemeen menselijke ervaring maken. Door de taal kan men immers pijn veroorzaken en tegelijk verzachten. Door de pijnbeleving wordt men aan de ene kant teruggeworpen op zichzelf, langs de andere kant heeft pijn een solidariserend effect.
De bundel biedt de lezer een aantal interessante invalhoeken om het fenomeen lijden te vatten. Het risico voor een nieuwe objectivering en bagatellisering door te spreken over hét lijden en dé pijn blijft echter latent aanwezig. Ook de vraag naar de praxis die men aan deze inzichten gaat verbinden, blijft voor een groot deel open.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|