| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Leven met veranderlijkheid, verscheidenheid en onzekerheid, |
 |
 |
Zygmunt Bauman |
| |
Rien Munters, redactie en inleiding. Amsterdam, Boom- 1998 |
 |
| |
De in 1925 in Polen geboren Britse socioloog Zygmunt Bauman krijgt de laatste jaren meer bekendheid met zijn werk over de sociale theorie van moderniteit en postmoderniteit. Dit boek bevat een aantal teksten die tesamen kunnen beschouwd worden als een welgekomen inleiding op zijn denken. Het gaat om drie lezingen die Bauman in de loop van 1995 in Nederland gaf, en om de neerslag van een aantal discussies die het daaropvolgende jaar aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen met hem werden gevoerd. Dat werd uitgewerkt als een lang interview dat in zes thematische secties is onderverdeeld, en zo een staalkaart van Baumans denken biedt: leven met veranderlijkheid; verscheidenheid en onzekerheid; postmoderne moraliteit; risicosamenleving en `moraliteit van de nabijheid'; het structuurbegrip in de sociologie; de natiestaat; de postmoderne conditie van de sociologie. Het geheel wordt voorafgegaan door een inleiding waarin Rien Munters via een intellectuele biografie Baumans werk situeert.
Volgens Munters houdt Bauman ons steeds twee gezichten voor: dat van “de eindeloos analyserende intellectueel”, maar tevens dat van een “in de grond idealistische en in ieder geval altijd geëngageerde Bauman”. (p. 25) Bij een goede onderzoeker staan volgens Bauman voorzichtige gereserveerdheid en existentiële betrokkenheid in een permanente spanningsrelatie tot elkaar. En die houding komt bijvoorbeeld tot uiting in zijn verhouding tot de postmoderniteit, de centrale thematiek uit zijn later werk. Bauman beschouwt zichzelf niet als een postmodernist. Maar dat wij het postmoderne gedachtegoed kunnen afwijzen, betekent nog niet dat wij ons kunnen onttrekken aan de postmoderne conditie. Volgens Bauman moeten we in het postmoderne pluralisme ook niet onmiddellijk een teken van ontbinding zien. “Het voortbestaan van de samenleving is niet afhankelijk van een algemeen aanvaarde moraal die verankerd is in zekere hogere beginselen.” (p. 28) Baumans visie op moraal vinden we uiteengezet in de derde lezing `Strategieën voor een moreel bestaan' vanuit het denken van Emmanuel Levinas en Knud Logstrup. Het morele leven wordt gekenmerkt door een grote paradox: “hoe groter de morele verantwoordelijkheid, hoe kleiner de hoop dat deze normatief gereguleerd wordt. Hoe groter de noodzaak van ons handelen, hoe slechter we weten wat te doen.” (p. 85) Een levendige moraal wordt wezenlijk door ambivalentie gekenmerkt. Juist omwille van die visie impliceert de postmoderne conditie geen neergang van de moraliteit.
In de eerste lezing `De vreemdelingen van het consumptietijdperk: van de verzorgingsstaat naar de gevangenis' levert Bauman een kritiek op een neoliberaal beleid dat “de vraag naar grotere winstgevendheid en een sterkere concurrentiepositie alle andere vragen overbodig en ongeldig” maakt. (p. 47) Bauman gaat daarbij in op het verband tussen de toenemende, radicale vrijheid van de markt en de voortschrijdende ontmanteling van de verzorgingsstaat enerzijds, en tussen de afbraak van de verzorgingsstaat en de neiging om de armoede te criminaliseren anderzijds.
In `De risico's van de “Risikogesellschaft”' plaatst Bauman serieuze vraagtekens bij het optimisme van Ulrich Beck en Anthony Giddens aangaande de risico's van de posttraditionele samenleving. Waar zij rekenen op de toenemende reflexiviteit in de moderne samenleving veronachtzamen zij de grenzen die aan die reflexiviteit gesteld worden omdat zij verbonden is met “de ganse bestaansgrond van een maatschappij die geleid wordt door technologische waarden. (..) Reflexiviteit zou de suïcidale neiging van de technologische macht (..) wel eens eerder kunnen vergroten dan verkleinen.” (p. 64-65).
|
|
| |
Jef Peeters |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|