| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Sferen van integratie. Naar een gedifferentieerd allochtonenbeleid. |
 |
 |
G. Engbersen, R. Gabriëls (eds.), |
| |
Amsterdam, Boom (Beleid & Maatschappij; jaarboek 1994/95)- 1995 |
 |
| |
De integratie van allochtonen is nog steeds een belangrijk maatschappelijk thema. Het is voorwerp van sociaal-wetenschappelijk onderzoek en doelstelling van overheidsbeleid. Maar integratie is geen onomstreden begrip. Het wordt vaak niet precies omschreven, heeft onvermijdelijk een normatieve bijbetekenis, en de mensen waarover het gaat hebben dikwijls niet de macht om de voorwaarden mee te bepalen waaronder zij als geïntegreerd beschouwd worden. Het begrip is vandaag grondig `geëtniseerd', dit wil zeggen dat het op een eenzijdige manier als een probleem van culturele minderheidsgroepen wordt voorgesteld, waardoor deze gestigmatiseerd worden, individuen teveel over één kam geschoren worden en overeenkomsten met bepaalde groepen autochtonen over het hoofd worden gezien.
Dit boek, waarin de integratie van allochtonen in een zevental maatschappelijke sferen onder de loep wordt genomen, opent dan ook met een theoretisch hoofdstuk waarin het begrip integratie zelf gethematiseerd wordt. De samenstellers gaan ervan uit dat een analytisch onderscheid tussen allochtonen en autochtonen nog steeds zinvol is, gezien de ongunstige maatschappelijke positie van veel allochtonen. Onder sociale integratie verstaan zij de toestand of het proces waarbij van diverse sociale eenheden één eenheid is of wordt gesmeed, en wel zo dat individuen op een volwaardige wijze deel kunnen uitmaken van deze eenheden. (p. 18-19) In tegenstelling tot de vaak gehanteerde tweedeling van structurele (sociaal-economische) integratie en culturele integratie, onderscheiden zij drie dimensies van integratie: een functionele, een morele, en een expressieve. De functionele dimensie betreft de coördinatie van het handelen. Hier is sprake van integratie wanneer de doelstellingen van individuen of collectiviteiten op een efficiënte manier bereikt worden. De morele dimensie betreft normen voor het samenleven. Het gaat hier over universele normen die het sociale verkeer in een moderne maatschappij mogelijk maken. De expressieve dimensie heeft betrekking op de particuliere waarden die uitdrukking geven aan de identiteit van mensen. Arbeid, onderwijs, huisvesting,... zijn dan voorbeelden van maatschappelijke sferen waarin de integratie van allochtonen moet worden bekeken. Het is de bedoeling om op die manier tot een meer gedifferentieerde kijk op integratie te komen, die onder meer toelaat verschillen, en zelfs incompatibiliteiten, in integratie op het spoor te komen naargelang de dimensie of de sfeer van integratie. Hierbij past ook een meer gedifferentieerd allochtonenbeleid, iets waar de samenstellers voor pleiten.
De volgende hoofdstukken blijven voor het merendeel vrij theoretisch van aard, soms zelfs op een zeer abstract niveau. De auteurs baseren zich hoofdzakelijk op de literatuur, soms op eigen onderzoek, en brengen geen nieuw empirisch materiaal aan.
Coen Teulings bespreekt de paradox van solidariteit en uitsluiting, die inhoudt dat herverdeling van inkomen binnen de eigen groep (zoals die in Nederland en België bestaat) een rigoureuze uitsluiting vereist van mensen van buiten de groep. Met andere woorden: de Verenigde Staten kunnen zich een soepeler immigratiebeleid veroorloven omdat zij niet zo'n belang hechten aan herverdeling. Jan Rath vraagt zich af of economische activiteiten in de informele sfeer uitzicht bieden op sociale integratie. Valide onderzoeksgegevens hierover ontbreken vooralsnog, maar Jan Rath stelt alvast dat de informele sector een essentieel onderdeel vormt van de postindustriële economie. Buitenlandse literatuur wijst uit dat hierin mogelijkheden tot sociale mobiliteit gelegen zijn. Justus Veenman bekijkt de achterstand in onderwijsparticipatie van allochtone jongeren en bespreekt het belang van onderwijs voor de sociale integratie. Jack Burgers heeft het over de huisvesting van allochtonen. Hij stelt een verbetering vast van hun woningmarktpositie en dit ondanks de verslechtering van hun arbeidsmarktpositie. De regulering van de woningmarkt door de Nederlandse overheid heeft hier een heilzaam effect gehad. De bijdrage van Ido de Haan gaat over integratie in de politiek. Hier komen onder meer de kleinere deelname van allochtonen aan de politiek en hun geringe invloed op het verloop van politieke debatten ter sprake. Tijl Sunnier stelt de vraag in hoeverre de sfeer van de religie aanknopingspunten biedt voor de integratie van allochtonen met een islamitische achtergrond. Hij stelt vast dat de politieke besluitvorming ten aanzien van de islam in toenemende mate wordt bepaald door overwegingen die te maken hebben met het allochtonenbeleid, terwijl bij de moslims in Nederland steeds meer stemmen opgaan om het beleid ten aanzien van de islam los te koppelen van het allochtonenbeleid. Ruben Gowricharn brengt het begrip culturele normbeelden binnen in de discussie over integratie: dit zijn opvattingen die binnen een cultuur als ideaal en als feitelijke norm fungeren. Allochtonen krijgen te maken met de normbeelden van autochtonen op de verschillende terreinen van integratie, maar hebben zelf ook hun eigen normbeelden, iets wat bij voorbeeld voor sommige groepen tot zelfuitsluiting kan leiden. Gowricharn wijst ook op wegen die de kloof tussen de normbeelden van allochtonen en autochtonen kunnen verkleinen. Willem de Haan en Frank Bovenkerk gaan na of er bij allochtonen een relatie is tussen de mate van sociale integratie en de mate van criminaliteit. Zij concluderen dat culturele verklaringen te kort schieten als verklaring voor etnische verschillen in de mate van betrokkenheid bij veel voorkomende criminaliteit. Ook de maatschappelijke positie en de leefsituatie van de verschillende etnische groepen spelen een rol. In een afsluitend hoofdstuk geeft Lolle Nauta aan welke competenties vereist zijn voor het burgerschap in een plurale samenleving.
Het is zeker een verdienste van het boek dat het concept integratie geëxpliciteerd wordt. Maar het is de vraag of het gehanteerde concept niet te complex is om werkbaar te zijn. Het wordt ook niet in alle bijdragen gehanteerd. Het boek vormt mede hierdoor geen echte eenheid. Het lost de verwachtingen die de titel oproept niet helemaal in.
|
|
| |
Gertrude Schellens |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|