| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Prolegomena |
 |
 |
Immanuel Kant |
| |
Uitgeverij Boom, Amsterdam- 1999 |
 |
| |
In 1781 verscheen Kants Kritik der reinen Vernunft. Daarin nam hij definitief afstand van de metafysica van Leibniz en Wolff, en probeerde hij tegelijk het scepticisme van Hume te vermijden. Maar het boek vond aanvankelijk weinig weerklank. Het werd door weinigen gelezen en door nog minder mensen begrepen. Mozes Mendelssohn — bepaald geen leek in de filosofie — vond het zelfs een aanslag op zijn gezondheid. De uitgever van de Kritik leed verlies door de zwakke verkoopcijfers en Kant beloofde hem reeds op het einde van hetzelfde jaar een samenvatting van het boek. In het voorjaar van 1783 verscheen dan Kants Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik die als Wissenschaft wird auftreten können (Prolegomena tot elke toekomstige matafysica die als wetenschap kan gelden). Voor een deel draagt de Prolegomena daardoor het karakter van een overzicht, maar het is meer dan dat.
Kant was bijzonder ontstemd door het oordeel van een anonieme recensent in de Göttingische gelehrte Anzeigen van 19 januari 1782. In het Aanhangsel van zijn Prolegomena gaat hij uitvoerig op die recensie in. Vooral het feit dat deze anonymus (later bleek het om de verlichtingsdenker Christian Garve te gaan) de Kritik der reinen Vernunft “een systeem van het transcendente idealisme” noemt, zit Kant hoog. Idealisten, zegt Kant, hebben vanaf de Eleatische school tot Berkeley de kennis opgedaan door de zintuigen en de ervaring als louter schijn afgedaan, terwijl hijzelf alle kennis die uitsluitend uit de zuivere rede of het zuivere verstand voortkomt schijn noemt en de waarheid alleen in de ervaring legt. Op scherpe wijze maakt Kant de schrijver van het stuk belachelijk. Maar hij beseft tegelijk dat heel veel in de Kritik der reinen Vernunft onduidelijk is gebleven. Daarom is de Prolegomena ook een verheldering en een vereenvoudiging van de Kritik om de problematiek toegankelijker te maken. Tenslotte is het ook een verdediging geworden tegen aanvallen zoals in de Göttingsche gelehrte Anzeigen.
De vertalers hebben puik werk geleverd. Ze zijn er in geslaagd het stroeve en moeilijke Duits van Kant in hedendaags en goed leesbaar Nederlands om te zetten. Sommige lange zinnen werden opgedeeld en al te elliptische zinnen aangevuld met verduidelijkende woorden tussen vierkante haken. De leesbaarheid is daardoor sterk toegenomen.
Deze uitgave volgt de zevende druk van de editie van K. Vorländer die bij Felix Meiner Verlag is verschenen. In de marge van de vertaling zijn de paginanummers van deze Duitse editie opgenomen zodat iedereen die het origineel wil controleren dat gemakkelijk kan doen. Het geheel werd voorzien van een lezenswaardige inleiding en verhelderende voetnoten. Ook mensen die geen problemen hebben met de Duitse taal kunnen met deze vertaling hun voordeel doen.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|