25-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Politiek extremisme en de weerbaarheid van de democratie
Stefaan Rummens (2008)
 Groene belastingen en duurzame economie. Een toepassing op het probleem van de klimaatsverandering
Johan Eyckmans (2003)
 Woord vooraf : Problemen in de Golfregio
Bart Pattyn (1998)
 Jonge doctorandi stellen hun onderzoeksdomein voor Dwight G. NEWMAN, Bart ENGELEN, Katrien SCHAUBROEK, Thomas NYS
(2004)
 Woord vooraf
Johan Verstraeten (1995)
 Boekbesprekingen
reviewers (2011)
 Televisie en burgerschapsattitudes De impact van televisietijd, programma-inhoud en zendervoorkeur
Marc Hooghe (2002)
 
Ethische Perspectieven
Politieke participatie van allochtonen.
Bernard Hubeau, Marie-Claire Foblets (eds.)
  Leuven, Amersfoort-  1997
  Om een open deur in te trappen: er schort wat aan het minderheden- en vreemdelingenbeleid in ons land. Getuige hiervan het stuklopen van de discussies over het invoeren van migrantenstemrecht én het non-debat over reguralisatie van asielzoekers na de dood van Semira Adamu, in meer dan tragische omstandigheden.

Dat het maatschappelijke debat over stemrecht voor allochtonen niet voor de verkiezingen van 1999 en 2000 heeft kunnen plaatsvinden heeft alles te maken met de angst voor extreem-rechts die de
zogenaamde democratische partijen danig parten blijft spelen. Intussen werd door de regeringspartijen dit stemrecht (of -plicht) minstens uitgesteld tot 2006. De kans is echter groot dat de meeste allochtonen tegen die tijd genaturaliseerd zijn. In dat geval zullen zij automatisch stemrecht genieten. Of zulks extreem-rechts wind uit de zeilen zal halen is allerminst zeker...

Ook het argument dat allochtonen geen belangstelling zouden hebben om deel te nemen aan verkiezingen gaat helemaal niet op. Het is namelijk bewezen dat er meer dan voldoende interesse is bij de allochtonen om te participeren aan het maatschappelijk bestel. Beste bewijs ervan is dat op 13 december laatstleden meer dan 6O % van de — voor deze verkiezingen ingeschreven — moslims is gaan stemmen voor de installatie van de Islamitische raad en executieve. Van participatie (en betrokkenheid op de samenleving) is bijgevolg wel duidelijk sprake, ondanks beweringen van bepaalde politieke partijen en dito leiders.

Ook het feit dat er onvoldoende wetenschappelijk onderzoek zou verricht zijn om die participatiewens aan te tonen gaat niet meer op. De verzamelbundel Politieke participatie van allochtonen, onder redactie van Bernard Hubeau (aanvankelijk ombudsman voor de stad Antwerpen en thans ombudsman van het Vlaams parlement) en Marie-Claire Foblets (docente aan de KU Leuven en de UIA, en co-voorzitter van het `Antwerps centrum voor migrantenstudies') heeft aan dit soort opwerpingen definitief een einde gemaakt.

In Politieke participatie van allochtonen wordt de analyse gemaakt van het feit dat allochtonen die niet de Belgische nationaliteit bezitten, geen stemrecht hebben en niet kunnen zetelen in districts- of gemeenteraden. Enkel de burgers van de Europese Unie krijgen binnenkort het actieve en passieve kiesrecht ingevolge de bepalingen van het Verdrag van Maastricht. Er wordt aangeklaagd dat organisaties en vertegenwoordigers van de migrantengemeenschap zelden ernstig genomen worden. Door dit externe gebrek aan respect ontwikkelde er zich bij de allochtonen weinig politieke belangstelling, hetgeen de situatie van maatschappelijke marginaliteit heeft bevestigd en bestendigd. Sinds het begin van de jaren negentig zien we echter een kentering in het denken over de politieke en maatschappelijke participatie van allochtonen.

In dit basiswerk wordt de dubbele vraag gesteld: is er een structurele politieke participatie denkbaar zonder stemrecht en is een maatschappelijke participatie denkbaar zonder politieke participatie? Het antwoord is ronduit negatief. Uitgangspunten zijn de randvoorwaarden voor gelijkberechtiging van niet-Europese allochtonen naar analogie van de Europese burgers anno 2000.

Er wordt in deze studie verder ingegaan op recente ontwikkelingen op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Wat dit laatste betreft werd namelijk reeds eerder verdedigd dat de bepalingen over het Europese burgerschap vervat in artikel 8 van het ingevolge `Maastricht' gewijzigde Verdrag betreffende de Europese Unie, een `hefboomfunctie' zou kunnen vervullen. Hiervoor wordt onder andere verwezen naar de opening van het `Europees jaar tegen het racisme' waarbij het Europees Parlement zich op 30 januari van vorig jaar uitsprak ten voordele van lokaal stemrecht voor immigranten van buiten de Unie, wanneer ze reeds meer dan vijf jaar in een lidstaat verblijven.

Het Europees Parlement hekelde toen zelfs het immigratie- en asielbeleid van de lidstaten, dat heeft bijgedragen tot `een klimaat van wantrouwen jegens burgers van derde landen en asielzoekers'.

Politieke participatie van allochtonen bevat ook een bijdrage van Luc Martens, minister van Cultuur en Welzijn. Hij pleit ervoor de nodige randvoorwaarden voor inspraak van allochtonen te creëren. Hij spreekt zich onomwonden uit voor de toekenning van gemeentelijk stemrecht aan niet-Europese allochtonen. Een eenzame in de woestijn? Schriftelijk pleiten voor stemrecht is inderdaad nog wat anders dan zijn nek uitsteken in (Vlaams) parlement en regeringsmiddens...

In het hoofdstuk `Politieke partijen en allochtonen' schetst Mieke Van de Putte (van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding) de stand van zaken met betrekking tot de plaats van de allochtonen in de politieke partijen. Enerzijds tracht zij de vraag te beantwoorden of politieke partijen geïnteresseerd zijn in allochtonen. Anderzijds wordt ingegaan op de partijstandpunten ten aanzien van allochtonen: hoe zien zij stemrecht en integratie en wat zijn hun toekomstperspectieven ten aanzien van deze groep(en). Uit haar summier onderzoek blijkt dat de onderzochte democratische partijen met mondjesmaat allochtonen op de kandidatenlijsten zetten. Noch op het vlak van statuten, noch op het vlak van regelgeving zijn er structurele maatregelen aan te duiden tot de participatie van allochtonen in de politieke partijen. En zulks duidelijk in tegenstelling tot maatregelen die ten gunste van `vrouwen' op kieslijsten thans getroffen worden. De auteur vermeldt er evenwel bij dat de allochtonen zelf en hun eigen organisaties hierbij een belangrijke rol te spelen hebben. Werd de emancipatiestrijd van de vrouw ook niet vooral door de vrouwenbeweging gevoerd?

Met betrekking tot het vraagstuk van de oragnisatie van onze multiculturele samenleving wordt het intussen hoog tijd dat het recht en de rechtspraktijk onder de loupe worden genomen. Daarom ook is het noodzakelijk dat een nauwere samenwerking met migrantengemeenschappen opgezet wordt. Tegen deze achtergrond verscheen onlangs het werk Migranten kleuren het recht in.

Hoe die samenleving eruit moet zien, welke vorm zij best aanneemt, zal een beleidskeuze worden. De inkleuring van het recht door toedoen van nieuwe cultuurinvloeden wordt — zij het in een eerste schets — in dit werk weergegeven zonder dat de effecten van buitenlandse normenstelsels op ons recht reeds van nabij worden bekeken. Wel trachtte men, op theoretisch vlak via een dertiental bijdragen, in te gaan op de verruiming van de mogelijkheden voor allochtonen om mee te werken aan de totstandkoming van wetten en rechtspraak. Vooral de discussies rond de gevallen van meervoudige nationaliteit die maximaal erkenning zouden moeten krijgen, lijken ons, ook voor de niet gespecialiseerde lezer, opportuun.

Gezien het bijzonder gespecialiseerde karakter van de bijdragen, maar vooral ook gezien andere prioriteiten die zich stellen op het vlak van allochtonen- en minderhedenbeleid in ons land, lijkt dit werk eerder enkel een aanrader voor wie reeds verder wil kijken dan mogelijke discussies over actief en passief stemrecht.

In dezelfde reeks `Minderheden in de samenleving' verscheen tevens de bundel Nieuwe burgers in de samenleving? onder redactie van hetzelfde team. Deze bundel vormt de neerslag van een studiedag over burgerschap en inburgering, opgezet door het Antwerps centrum voor migrantenstudies en de Onderzoeksschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch Bestuur van de Universiteit van Utrecht. Onder de auteurs die aan dit boek hun medewerking verleenden vermelden we de Leuvense arbeidssocioloog Albert Martens. Uitgangspunt van de studiedag en de bundel was de vraag hoe het — stagnerende — integratiebeleid in een nieuwe richting kan worden gestuwd. Met andere woorden: een welkome gids om de stap te zetten van (tanende) integratie naar een open interactie, waarbij allochtonen kunnen méébeslissen over hun eigen welzijn. In onze multiculturele samenleving wordt het inderdaad hoog tijd dat de belangrijkste doelgroep — de allochtonen — eindelijk zelf het heft in eigen handen neemt.

Daarom vormen de bijdragen van de Nederlandse onderzoekers — Leisink, Schings en Sewnath — ook een belangrijke aanzet om het debat aan te zwengelen. Meer dan één decennium lang reeds hebben autochtonen in Nederland gemeentelijk stemrecht. Het begrip `inburgering' heeft in Nederland sinds het rapport Entzinger en van der Zwan een hoge vlucht genomen. De vraag is of burgerschap en inburgering ook voor de Belgische situatie nieuwe sleutels zouden vormen voor een geslaagder integratiebeleid, zoals dat indertijd door het migrantencommissariaat werd opgezet. Met andere woorden: kan het inburgeringsconcept een deblokkering betekenen in het zogenaamde migrantendebat? Dan volgt een analyse van concrete maatschappelijke gebieden zoals wonen, werken, onderwijs en jongeren. Verder wordt ingegaan op noodzakelijke randvoorwaarden voor de concrete toepassing van het inburgeringsconcept.

De besluiten geformuleerd door Alsulaiman, cordinator van de stedelijke migrantenraad in Antwerpen, lijken ons belangrijk: “de eerste stap naar het uitstippelen van een degelijk allochtonenbeleid is en blijft een constructieve dialoog tussen het beleid en de legitieme vertegenwoordigers van allochtonen, waarbij beide gesprekspartners kleur bekennen.” De conclusie van Johan Leman, nochtans toonaangevend directeur van het Centrum voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding, komt in deze studie echter veel te lauw over waar hij stelt: “Wij voelen op generlei wijze de behoefte om waardeoordelen uit te spreken over het Belgisch allochtonenbeleid, noch ten goede noch ten kwade”. Dan was het voorwoord van de Antwerpse burgemeester, Leona Detiège — hoewel vrijblijvend, gezien haar positie binnen de SP — toch véélbetekender: “er is bovendien maar écht sprake van inspraak en participatie als men de migranten politieke rechten zou geven. (...) Stemrecht en verkiesbaarheid voor allochtonen worden momenteel besproken op niveau van de federale overheid.”

Was dit maar waar! Het wordt hoog tijd dat men eindelijk de discussies rond al dan niet vermeende inburgering opzij schuift en werkt aan het invullen van de fundamentele voorwaarden om de politieke ambiguïteit een halt toe te roepen. Zowel rond integratie als rond reguralisatie van wie hier meer dan vijf jaar verblijft wordt het hoog tijd dat de vrees van de democratische partijen voor de vermeende reacties van extreem-rechts opzij worden geschoven. Dit wordt hopelijk dan toch nog één van de hoofdthema's in het politieke debat dat ons te wachten staat in dit verkiezingsjaar. Tenminste voor al wie zich nog progressief of centrum-links durft op te stellen. Inderdaad, de VLD bekende intussen kleur: zij stemde tégen het wetsvoorstel dat extreem-rechts wil ontdoen van haar partijfinanciering en, bij monde van hun éminence grise, Willy Declercq, werd ervoor geopteerd om — waar mogelijk — in dialoog te gaan met het Blok. Een paarse coalitie zoals in Nederland die de inburgeringscontracten mogelijk maakte, zal bijgevolg niet voor morgen zijn... Tenzij uiteindelijk dan toch extreem-rechts het politieke debat mag blijven bepalen.
 
  Guido De Raeck
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29