| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Over gastvrijheid. Vertaald door W. van der Star met een nawoord van A. Dufourmantelle. |
 |
 |
Jacques Derrida |
| |
Boom, Amsterdam- 1998 |
 |
| |
Het vluchtelingenvraagstuk roept vragen op met betrekking tot de concrete, politieke beleving van de eigen identiteit. Die identiteit is verbonden met de betekenis en de grenzen van het eigen huis, de eigen stad en de eigen staat. Jacques Derrida thematiseert deze problematiek en plaatst een aantal pregnante kanttekeningen bij de actuele politieke opties en bij gangbare wijsgerige denkwijzen.
Een eerste tekst heeft de provocerende titel Kosmopolieten aller landen, kop op! Het is de tekst van een voorgelezen redevoering voor het eerste congres van vluchtsteden op 21 en 22 maart 1996 in Straatsburg. Op dit congres werden de mogelijkheden afgetast tot vluchtsteden die niet alleen voor vervolgde schrijvers maar ook voor andere vluchtelingen zouden moeten openstaan. In het idee van de vluchtstad komen verschillende tradities samen. De Hebreeuwse traditie stelt dat de steden geacht worden opvang en bescherming te bieden aan personen die een toevluchtsoord zoeken. De middeleeuwse traditie kende de stedelijke soevereiniteit. De westerse, filosofische traditie bereikte in dit verband een hoogtepunt met de publikatie van Kants artikel over de eeuwige vrede.
Op zijn eigen wijze reflecteert Derrida op deze problematieken. De tweede en de derde tekst zijn de neerslag van colleges over de gastvrijheid. Het vraagstuk van de vreemde bestaat uit `marginale' notities bij dialogen van Plato waarin de `xenos' en verwante termen een belangrijke plaats innemen: de Sofist met de problematiek van de vadermoord op Parmenides door de vreemdeling, de Apologie waarin Socrates zich als een vreemdeling presenteert binnen het juridische discours en de Crito waarin Socrates als een vreemde door de wetten ter verantwoording wordt geroepen. Maar er zijn ook de teksten over Oedipous te Colonos. De uiterst boeiende lectuur cirkelt rond vragen naar de betekenis van het eigen huis en de intimiteit als voorwaarde voor de gastvrijheid. Problematisch wordt deze intimiteit wanneer ze geplaatst wordt in een publiek netwerk van Internet en email. De grens tussen het private en het publieke vervaagt. Hierdoor ontstaat er onmiddellijk een politiek probleem.
Ook in deze reflectie is de reeds vermelde tekst van Kant van groot belang. De titel van de laatste tekst luidt Stappen over de drempel van gastvrijheid. De plicht van de gastvrijheid leidt tot een belangrijke antinomie. Enerzijds is er de absolute en onvoorwaardelijke wet tot gastvrijheid. Deze vormt een categorische imperatief. Anderzijds zijn er de concrete wetten van de gastvrijheid die bestaan in voorwaarden, normen, rechten en plichten die zowel gelden voor de gast als de gastheer. Deze concrete wetten maken de gastvrijheid mogelijk maar zijn tegelijkertijd de begrenzing van de absolute gastvrijheid. Deze antinomie wordt gelezen doorheen de teksten over de dood van Oedipous en de onmogelijke rouw van Antigone die de begraafplaats van haar vader niet mocht kennen.
De teksten van Derrida zijn om meerdere redenen fascinerend. Vooreerst laten ze toe een actuele problematiek te denken vanuit een wijsgerig niet-ethiserend kader. Vervolgens vindt men een verrassende lectuur van grote teksten uit de tradities. Derrida `obsedeert' deze teksten met het thema waar hij mee bezig is. Vooral echter zijn ze een uitnodiging vraagtekens te plaatsen bij bepaalde ontwikkelingen in ons denken en onze politieke cultuur.
|
|
| |
Luc Anckaert |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|