| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De ontwikkeling van Nietzsches denken in de jaren 1875/76-1889. Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving. |
 |
 |
Van Gerle |
| |
Deel IV. Best, Damon- 1998 |
 |
| |
Van Gerle publiceerde onlangs het vierde en laatste deel van zijn opus magnum. Hij behandelt erin een aantal grote teksten van Nietzsche zoals de Zarathoestra, De vrolijke wetenschap, De genealogie van de moraal en andere. De centrale aandacht gaat hierbij naar Nietzsches beeld van Socrates.
De lectuur van dit dikke boek was aangenaam en boeiend. Wel moet de vraag gesteld worden in welke mate het allemaal relevant is voor de studie van Nietzsche. Het geheel is nogal descriptief. Het is meer een interessante kennismaking dan een diepgaande studie. Grote onderdelen hebben eigenlijk weinig met Nietzsche te maken.
Zo neemt de studie van de historische Socrates 130 pagina's in beslag (dit is ongeveer een derde van het boek). Men leest er allerlei wetenswaardige zaken in over alle mogelijke, en ruim bekende, historische bronnen over Socrates. Maar hoeft dit wel in een studie over Nietzsche? |
|
| |
Luc Anckaert |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|