| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Octrooirecht, ethiek en biotechnologie. |
 |
 |
Geertrui Van Overwalle (ed.), |
| |
Brussel, Bruylant- 1998 |
 |
| |
Voorliggende bundel bevat de teksten — in het Nederlands, het Engels of het Frans — van de lezingen van een studiedag (29 april 1997) georganiseerd door het Centrum voor Intellectuele Rechten (CIR) van de KU Leuven.
In het eerste deel geeft Peter Marynen een voor leken bevattelijke inleiding over biotechnologie. In het tweede deel komen dan de juristen aan bod, en in het derde de ethici. Geertrui Van Overwalle geeft een overzicht van de problematiek van de octrooieerbaarheid van biotechnologische uitvindingen. Zij is van mening dat het octrooirecht moet opengesteld worden voor alle types uitvindingen mits ze voldoen aan de voorwaarden van nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid. De vraag of biotechnologische uitvindingen het voorwerp kunnen uitmaken van een octrooi is juridisch gezien een verkeerde vraag.
Rainer Moufang onderzoekt in welke mate het concept van `de openbare orde en de goede zeden' als clausule in de octrooiwetgeving een toegangspoort vormt voor ethische overwegingen. Uitsluiting kan slechts indien elke vorm van implementatie van de uitvinding met die clausule in strijd zou zijn. Aantonen van slechts één legitieme toepassing is voldoende om een octrooi te verkrijgen. Het octrooi beschermt echter slechts intellectueel eigendom, en houdt nog geen positief recht in tot effectieve implementatie. De samenleving kan dus in principe andere wegen bewandelen om ongewenste praktijken tegen te gaan. Dat alles betekent niet dat octrooiwetgeving ethisch neutraal zou zijn. “De morele fundering van de octrooiwetgeving is grotendeels gebaseerd op de waarden van technische vooruitgang en vrijemarkteconomie vermits haar eerste taak bestaat in de bescherming van technologische innovatie via exclusieve eigendomsrechten.” (p. 77) Het ethische debat dient dus verder opengetrokken te worden dan de mogelijke toepassing van de openbare-orde-goede-zedenclausule.
Voor Dominique Vandergheynst, die deze notie bespreekt in het voorstel van Europese richtlijn, is daarom het binnenbrengen van een ethische dimensie in het hart van de octrooiwetgeving een politieke noodzaak.
Ook Etienne Vermeersch bepleit een fundamenteel herdacht octrooisyteem, vermits het huidige “geen plaats biedt voor een rechtvaardige verdeling van de wetenschappelijke en technologische vindingen, noch voor een bewaking van de immense risico's.” (p. 106)
De algemene ethische vraagstukken rond octrooien komen echter het scherpst tot uiting in de bijdrage van Darrell Addison Posey en Graham Dutfield over octrooien op planten en traditionele kennissystemen. Inheemse volkeren en traditionele samenlevingen beschouwen “het octrooisysteem in zijn geheel, en niet slechts bepaalde klassen van octrooien, als immoreel en tegen de openbare orde.” (p. 125)
Ook de zogenaamde Plant Breeders' Rights (PBRs) delen in dit oordeel. “Niet enkel omdat monopolies tegen de morele orde van die samenlevingen zijn, maar ook omdat die legale instrumenten nooit billijk toegepast kunnen worden. De kostprijs van implementatie, toezicht en handhaving speelt onvermijdelijk in het nadeel van die groepen die politiek en economisch reeds gemarginaliseerd zijn.” (p. 129)
Verder bespreekt Johan De Tavernier de ethische implicaties van octrooien op transgene dieren. Na een overzicht van de antropocentrische en de pathocentrische visie, en een discussie van de vraag naar dierenrechten, formuleert hij een gematigde tussenpositie als referentiekader voor een ethiek omtrent transgene dieren.
Herman Nys tenslotte behandelt het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal in biotechnologische uitvindingen en als grondstof voor de productie van een therapeutisch product. Hij gaat daarbij onder andere in op de problematiek van de zeggenschap en van de beloning. Een belangrijk ethisch debat dat lang niet afgesloten is.
Hoewel deze bundel geconcentreerd is op de problematiek van het octrooirecht biedt hij door zijn verscheidenheid, en door de algemeenheid van waaruit de meeste bijdragen vertrekken toch ook een goede introductie in de ethische problematiek van de biotechnologie in het algemeen.
|
|
| |
Jef Peeters |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|