24-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 De uitnodiging
Abdelkader Benali (2008)
 Woord vooraf: weerspannig - het succes populistische partijen
Bart Pattyn (2001)
 Bedrijfsethiek als een inspiratiebron voor een menselijke onderneming
Johan Verstraeten (1998)
 Wat is er mis met genetisch 'enhancement' in de sport?
Michael McNamee (2010)
 Marketing en culturele ruimten
Luc Warlop (2004)
 Mededelingen van het Overlegcentrum voor Ethiek
OCE (2012)
 Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht - KU Leuven : boekbesprekingen
Chris Gastmans (1993)
 
Ethische Perspectieven
Onherstelbaar verbeterd. Biotechnologie bij dieren als moreel probleem.
Frans W.A. Brom,
  Assen, Van Gorcum-  1997
  Frans Brom (Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht, Universiteit Utrecht) vertrekt in deze lijvige studie van de vaststelling dat de Nederlandse overheid via een vergunningensysteem bepaalde biotechnologische handelingen ethisch wil toetsen. Dat levert hem een dubbele uitgangsvraag: is biotechnologie bij dieren moreel problematisch? En: is het `biotechnologie bij dieren'-beleid gerechtvaardigd? Hij wil die vragen behandelen vanuit de methode van het `reflectief evenwicht' dat kan ontstaan door morele ervaringen en bestaande ethische theorieën met elkaar te laten interageren en kritiseren.

De studie is zeer gestructureerd en helder opgebouwd. In een hoofdstuk vooraf wordt het beleidsproces in Nederland aangaande biotechnologie bij dieren gereconstrueerd. Dan volgen drie delen. Het eerste geeft eerst een omschrijving van dierlijke biotechnologie en bakent het discussieterrein af. Vervolgens zet Brom uiteen wat hij onder een moreel probleem verstaat. “Een handeling of een situatie is moreel problematisch als de impliciete moraal die tot deze handeling of situatie leidt aan haar grenzen komt. De erkenning dat iets moreel problematisch is, opent nieuwe mogelijkheden voor oplossingen. Voorbij de grenzen kunnen nieuwe wegen gezocht worden.” (p. 78)

De erkenning van een moreel probleem vraagt om inhoudelijke morele discussie. Dierlijke biotechnologie wordt maatschappelijk duidelijk als een ethisch probleem gezien, en Brom wil daarom de argumenten analyseren die in die context aangedragen worden. In het tweede deel gebeurt dat wat het dier-ethisch perspectief betreft. In een eerste hoofdstuk wordt onderzocht hoe op een of andere manier aan het individuele dier `intrinsieke waarde' wordt toegekend, waardoor het object wordt van morele zorg.

Vervolgens worden de argumenten onderzocht die binnen het kader van morele zorg voor dieren gehanteerd worden (gezondheid, welzijn, integriteit, verdinglijking, dierenbelangen) om zo tot de omschrijving van drie beoordelingsprincipes te komen: weldoen, respect voor integriteit, geen kwaad doen. In de maatschappelijk discussie over dierlijke biotechnologie komen ook argumenten aan de orde met een bredere morele betekenis. De vraag wordt gesteld of de mens wel in de orde van de evolutie (of scheppingsorde) mag ingrijpen. De argumenten `voor God spelen' en `natuurlijkheid' worden op hun betekenis onderzocht. Een belangwekkend aspect van Broms uiteenzetting valt hier goed te illustreren, namelijk de aandacht voor termen die naar `vage begrippen' lijken te wijzen. “Een analyse van de betekenisachtergronden van die termen is nodig om op het spoor te komen welke moreel relevante elementen discussianten met deze termen ter sprake willen brengen.” (p. 78)

Zo wordt het natuurlijkheidsargument al te gemakkelijk aan de kant geschoven als onduidelijk of als gewoonweg fout, namelijk als `naturalistic fallacy'. Als gericht tegen een te groot optimisme met betrekking tot de menselijke macht over onze omgeving, en als het ter discussie stellen van de grenzen aan de maakbaarheid heeft het wel degelijk morele relevantie. Vanuit dergelijke algemene analyses formuleert Brom dan drie bijkomende principes: voorzorg, democratische controle, duurzaamheid. Aan de hand van de zes vooropgestelde principes komt Brom vervolgens tot het standpunt dat biotechnologische handelingen bij dieren wel degelijk moreel problematisch zijn; wat nog niet betekent dat zij a priori onaanvaardbaar zijn, maar wel dat zij vanuit expliciete morele overwegingen beoordeeld dienen te worden.

Het derde deel behandelt dan het politiek-ethisch perspectief. Uitgangspunt daarbij is het politiek-liberalisme dat de zelfbepaling (autonomie) van het morele subject vooropstelt. Het `biotechnologie bij dieren'-beleid wordt dan in eerste instantie als vrijheidsbeperkend beschouwd. Brom laat zien hoe het aanstootbeginsel en het schadebeginsel — centraal in het politiek-liberalisme — niet volstaan als rechtvaardiging voor het gevoerde beleid. Uit een analyse van de `publieke moraal' blijkt dat deze gekenmerkt wordt door interne spanningen. De morele problemen die opgeroepen worden door biotechnologische handelingen zijn niet primair gebaseerd op het mogelijk veroorzaken van ongerief en het aantasten van welzijn — gangbare bergippen in morele beschouwingen omtrent de mens-dierrelatie — maar op instrumentalisering van dieren.

Volgens Brom dient de publieke moraal dus verder ontwikkeld te worden. En hij behandelt vervolgens het `biotechnologie bij dieren'-beleid als gericht op moraalontwikkeling. “Het gekozen beleid waarin openbaar advies van een commissie van deskundigen verbonden wordt met een vergunningstelsel creëert een situatie waarin de adviezen als uitgangspunt van een maatschappelijke discussie kunnen gaan fungeren.” Die adviezen “vormen dan de samenleving om tot een publiek met een gemeenschappelijke taal”. (p. 263)

Broms boek is aanbevolen lectuur voor al wie met de problematiek van biotechnologie bij dieren begaan is. De argumenten die in het ethische debat daaromtrent worden gebruikt, worden grondig geanalyseerd. Sommigen zullen zich er misschien aan storen dat Brom zich niet tot analyse beperkt, maar zelf ook een standpunt inneemt, en aldus zelf participeert aan het maatschappelijke debat. Maar ook indien men Broms conclusies niet zou volgen is het boek hoogst informatief. Als exemplarisch voor de manier waarop men morele problemen in verband met wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen kan benaderen, overschrijdt het belang van deze studie bovendien de context van de dierlijke biotechnologie.
 
  Jef Peeters
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29