| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Opvoeden is een groeiproces. Wegwijzer voor vaders en moeders. |
 |
 |
Peter Adriaenssens |
| |
Tielt, Lannoo (8ste druk)- 1998 |
 |
| |
Sinds het begin van de Dutroux-affaire en de getuigenis van X-1 geniet Peter Adriaenssens bekendheid bij het grote publiek als de kinderpsychiater die met zachte stem vakkundig en tegelijk begrijpelijk uitleg gaf in verband met de mogelijke gevolgen van de gebeurtenissen voor de slachtoffers.
Het boek Opvoeden is een groeiproces. Wegwijzer voor vaders en moeders dateert echter van 1995, dus van voor deze affaires. Als diensthoofd van het Vertrouwenscentrum van de UZ-KU Leuven en sinds 1993 hoofd van de Universitaire Kinder- en jeugdpsychiatrie staat Dr. Adriaenssens midden in de dagelijkse praktijk van het opvoeden. Precies daardoor gaat de auteur niet voorbij aan de complexiteit en pluriformiteit van gezinssituaties vandaag en wordt er rekening mee gehouden dat het gezin nu vaak sterk verschilt van dat van 20 jaar geleden. Adriaenssens vermijdt dan ook het kant-en-klare recept, de eenduidige opvoedingstechniek, die veel ouders vaak extra culpabiliseert.
Dat boeken over opvoeding vaak schuldgevoelens bij de ouders opwekken, is niet zo vreemd. Mensen grijpen dikwijls pas naar een pedagogisch boek als ze de indruk hebben te falen in de opvoeding.
Meestal worden daarin ideeën en technieken aangeboden die een belofte inhouden dat het nu wel zal lukken om het kind op te voeden. Slagen ze er nu nog steeds niet in, moet het wel aan henzelf liggen. Niets van dit alles is bij Adriaenssens terug te vinden. Opvoeden gebeurt niet door het geestloos toepassen van voorschriften en regeltjes. Eerder wordt hier op de creativiteit van de lezer beroep gedaan.
Opvoeden is vandaag niet eenvoudiger geworden en de massa boeken over opvoeding hebben daar geen verandering in gebracht. Integendeel, zou men kunnen beweren. Maar als men uit de meeste opvoedkundige methodes de essentie haalt, kan men de luttele adviezen die men overhoudt als een soort kapstok beschouwen, die in ieder gezin naar eigen inzicht kan gebruikt worden. Elk onderdeel van die kapstok wordt door de auteur in detail behandeld, rijk gestoffeerd met voorbeelden en afgesloten met samenvattingen. Adriaenssens bespreekt diepgaand het belonen en straffen van kinderen. Overigens gebruikt hij daarbij een veelbelovende aanmoedigingsmethode, die kinderen beloont wanneer ze het gewenste gedrag vertonen in plaats van hen te straffen bij ongewenst gedrag. Beloningen zijn volgens hem ook beter niet van materiële, wel van sociale aard. Als men toch moet straffen, is het aangewezen dit op een rustige en consequente wijze te doen. Ook hiervoor wordt concreet advies gegeven. Men moet er echter rekening mee houden dat men telkens datgene kiest wat het best bij het eigen kind en de specifieke gezinssituatie past.
Interessant is dat aan de ouders aandacht wordt geschonken. Vader en moeder krijgen elk een volledig hoofdstuk gewijd aan hun specifieke problemen. Voor vrouwen is het probleem vooral dat zij vaak `zestigurenmoeders' zijn, die naast hun baan ook opdraaien voor het grootste deel van het huishouden. Vaders van vandaag hebben het soms moeilijk met de veranderende vaderbeelden en de steeds wisselende eisen van de samenleving. Toch besteedt Adriaenssens slechts een derde van het aantal bladzijden dat hij aan de moederrol had besteed aan de moeilijkheden van hedendaagse vaders. Zijn pleidooi voor emancipatie van vrouwen is daar zeker niet vreemd aan.
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de specifieke problemen die pubers in een gezin met zich mee brengen en een aantal andere heikele onderwerpen waarover al heel wat ouders zich het hoofd hebben gebroken, zoals de omgang met `slechte vrienden' en de invloed van zogenaamd slechte films. Het laatste hoofdstuk is een opmerkelijke tekst, waarin Adriaenssens de som maakt van zijn boek en zich de vraag stelt of gezin en opvoeding nog wel haalbaar zijn. Hij heeft deze vraag met een pessimistische ondertoon met opzet voor het einde gehouden om de lezer niet af te schrikken. Ook hier is het antwoord dat `hét gezin' niet bestaat, maar dat opvoeden altijd in een concreet gezin gebeurt. Ondanks de vele gevaren die zich aandienen, liggen er ook heel wat kansen klaar. |
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|