| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Mijn kind is bang (en ik ook). Opvoeden tot weerbaarheid. |
 |
 |
Peter Adriaenssens |
| |
Tielt, Lannoo- 1998 |
 |
| |
Sinds het begin van de Dutroux-affaire en de getuigenis van X-1 geniet Peter Adriaenssens bekendheid bij het grote publiek als de kinderpsychiater die met zachte stem vakkundig en tegelijk begrijpelijk uitleg gaf in verband met de mogelijke gevolgen van de gebeurtenissen voor de slachtoffers.
Als diensthoofd van het Vertrouwenscentrum van de UZ-KU Leuven en sinds 1993 hoofd van de Universitaire Kinder- en jeugdpsychiatrie staat Dr. Adriaenssens midden in de dagelijkse praktijk van het opvoeden. Precies daardoor gaat de auteur niet voorbij aan de complexiteit en pluriformiteit van gezinssituaties vandaag en wordt er rekening mee gehouden dat het gezin nu vaak sterk verschilt van dat van 20 jaar geleden.
Adriaenssens vermijdt dan ook het kant-en-klare recept, de eenduidige opvoedingstechniek, die veel ouders vaak extra culpabiliseert.
Dat boeken over opvoeding vaak schuldgevoelens bij de ouders opwekken, is niet zo vreemd. Mensen grijpen dikwijls pas naar een pedagogisch boek als ze de indruk hebben te falen in de opvoeding.
Meestal worden daarin ideeën en technieken aangeboden die een belofte inhouden dat het nu wel zal lukken om het kind op te voeden. Slagen ze er nu nog steeds niet in, moet het wel aan henzelf liggen. Niets van dit alles is bij Adriaenssens terug te vinden. Opvoeden gebeurt niet door het geestloos toepassen van voorschriften en regeltjes. Eerder wordt hier op de creativiteit van de lezer beroep gedaan.
In dezelfde toegankelijke stijl is Mijn kind is bang (en ik ook) geschreven. Hier vertrekt de auteur van de vaststelling dat er geen leven zonder angst bestaat. Ook op de meest ontspannen momenten is een bang gevoel nooit veraf. Vermits we noch de angst, noch het angstaanjagende kunnen vermijden, komt het eropaan mensen op te voeden tot weerbaarheid. Dat gebeurt beter niet door één of andere weerbaarheidstraining, zegt Adriaenssens, omdat daardoor nog al eens een vals gevoel van veiligheid wordt gegeven. De aangeleerde technieken blijken plots heel moeilijk toepasbaar in de situatie waarin ze van pas zouden kunnen komen. Toch kunnen mensen leren omgaan met hun angst en daardoor weerbaar worden, in de wetenschap dat men nooit onkwetsbaar wordt.
Doorheen het boek wijst Adriaenssens verschillende oorzaken van angst aan. Het nieuwe huis, de nieuwe school, het verlies van een dierbare persoon, een inbraak: het zijn allemaal zaken die bij kinderen diepe angstgevoelens kunnen wekken. Ouders en opvoeders wordt geleerd de angst van de kinderen te herkennen en ernstig te nemen. Het is immers belangrijk dat de ouders de angst van hun kinderen begrijpen. Pas dan zullen ze in staat zijn het kind op te vangen. In het overwinnen van de angst wordt onderstreept dat kordaat gedrag vanwege de ouders een sleutelrol speelt. Angstige ouders kweken immers angsten bij hun kinderen.
In dit boek gaat Adriaenssens ook uitgebreid in op geweld en seksueel misbruik bij kinderen. De Dutroux-affaire en de gevallen van pedofilie die aan het licht kwamen, maken een apart hoofdstuk onvermijdelijk. Hij wijst er echter meteen op dat een angstpsychose voor vreemde mannen niet op zijn plaats is en dat de kans dat een kind door een vreemde man ontvoerd en misbruikt wordt vrij klein is. Tegelijk geeft hij aan dat in 80% van de gevallen kinderen misbruikt worden door mensen die ze kennen. Onder de misbruikers vindt men vaak familieleden of goede vrienden die men volledig vertrouwt. Daardoor worden de verhalen van misbruikte kinderen vaak zo moeilijk geloofd of herroepen kinderen hun verhaal als ze op ongeloof stuiten. Ook hier is luisteren en het relaas van het kind ernstig nemen de boodschap. De auteur geeft verder aan wat bijdraagt tot de weerbaarheid van kinderen en biedt oefeningen aan die op een speelse manier het vermogen om `nee' te zeggen vergroten.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|