| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Het verdriet van het werelddorp. |
 |
 |
Marc Eyskens |
| |
Leuven, Davidsfonds- 2001 |
 |
| |
Als econoom en politicus is Eyskens een sterk voorstander van de markteconomie en de globalisatie, terwijl hij tevens overtuigd is van de meta-economische inbedding van de economie. Zijn geloof in de verbeterbaarheid van de wereld vat hij samen met de term 'meliorisme': de antizwaartekracht die breekt met de natuurwet en afrekent met de maatschappelijke entropie. Dit meliorisme wordt gedragen door een duidelijke ethische en christelijk-personalistische overtuiging.
De eerste werken behandelen vooral de politiek-economische problematie. In het tweede werk, Het verdriet van het werelddorp, worden de stellingen uitgediept vanuit de globalisatieproblematiek. Eyskens toont aan dat elk maatschappelijk probleem weliswaar een economisch luik heeft maar steeds ook meta-economisch is. Hij pleit voor de opname van de zogenaamde economische aangelegenheden in een politieke economie. Dit is congruent met het binoom 'markteconomie + democratie' dat momenteel volgens Eyskens de beste optie is. Historisch blijkt dat deze combinatie de beste kansen creëert voor de menselijke vooruitgang. Ze vormt de noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde om de welvaart en het welzijn van de wereldbevolking te bevorderen. Het egoïsme, het eigenbelang en de concurrentie zijn de drijvende krachten van de economische processen.
De informatisering, die de macht deterritorialiseert en de productie dematerialiseert, heeft het mogelijk gemaakt dat de markteconomie leidde tot de globalisering. Deze globalisering betekent onder meer het wegkwijnen van de nationale staten. De intrinsieke entropie van de vrije markteconomie en de democratie – namelijk de spontane vorming van monopolies en protectionisme – kunnen alleen worden opgevangen door een meta-economische autoriteit. Deze is enerzijds politiek. Hier houdt Eyskens een zeer sterk pleidooi voor de verdere uitbouw van internationale overheidsinstanties. Anderzijds is ze ethisch. Eyskens kiest hier voor het christelijke personalisme dat als een regulatief idee de praktijk van de economie en de politiek kan oriënteren.
Ook de Europese problematiek komt uitvoerig aan bod. Europa is opgenomen in de globalisatiedynamiek. Het staat voor de uitdaging zich uit te breiden wat leidt tot het dilemma tussen een technostructuur of een grensoverschrijdende kenniseconomie en informatiemaatschappij. Binnen de netwerksamenleving in een postindustriële samenleving wordt Europa geconfronteerd met een dooreenschudden van het wereldbeeld. Dit betekent een metapolitieke opgave. Hoe kunnen een ethiek in een pluralistische gemeenschap en een ethiek van de verandering een efficiënt Europa begeleiden? Welke waarden komen aan bod in een Europa dat door de uitbreiding heen toch een eenheid blijft, een Europa dat meer is dan een statenbond, maar een bondsstaat? Wanneer het politieke pluralisme, de sociale markteconomie en de rechtstaat ingebed kunnen worden in een ethisch ordeningsbeginsel kan het Europa van de waarden een vernieuwde betekenis krijgen.
Eyskens vraagt ook aandacht voor vragen als de toenemende complexiteit en uitdaging van een kennismaatschappij. De 'wet van de afnemende relatieve kennis' betekent dat de kloof tussen het gekende en het kenbare onvermijdelijk toeneemt. Hierdoor ontstaat een onoverzichtelijkheid die vaak leidt tot een politieke verwarring. Hij vraagt aandacht voor de synthetische kennis. De filosofie heeft hierbij in het onderwijs een belangrijke taak. Ook het pleidooi voor de oprichting van waardeoverlegcentra past in deze context.
|
|
| |
Luc Anckaert |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|