Ethische Perspectieven
Ludwig Wittgenstein. Taal, de dwalende gids.
Bert Keizer
  Nijmegen, SUN-  2000
  Ludwig Wittgenstein is ontegenzeggelijk één van de voornaamste filosofen van de 20ste eeuw en verdient een bijzondere ereplaats in de geschiedenis van de wijsbegeerte. Helaas komen slechts weinig mensen toe aan de lectuur van de filosoof zelf omdat enthousiastelingen vaak ontmoedigd afhaken door bijvoorbeeld de hermetische aard van een werk als de Tractatus logico-philosophicus of omdat zij de uitspraken uit de Filosofische Onderzoekingen onvoldoende kunnen kaderen. Daardoor gebeurt het wel vaker dat mensen zich een boek van de filosoof aanschaffen, maar reeds na enkele bladzijden opgeven en het werk ongelezen opzij leggen.
Bert Keizer komt op een bijzondere wijze tegemoet aan diegenen die naar een beknopte en heldere inleiding op Wittgensteins denken verlangden. Wie de bijdragen van de auteur in Trouw en Filosofie Magazine kent, weet dat de man een begenadigd schrijver is, die er vaak in slaagt met weinig woorden de essentie van een zaak weer te geven. Dat is precies wat in deze inleiding op Wittgenstein gebeurt. Keizer veronderstelt geen speciale voorkennis van de lezer, maar richt zich tot een intelligente en vooral nieuwsgierige lezer.

In Taal, de dwalende gids vindt de lezer een bespreking van drie van Wittgensteins werken: de Tractatus, de Filosofische Onderzoekingen en Over Zekerheid. Elke uiteenzetting wordt voorafgegaan door enkele biografische bladzijden. Door deze aanpak wordt de lezer in staat gesteld om voor een deel Wittgensteins filosofische ontwikkeling te volgen of zelfs mee te voltrekken en kan hij elk afzonderlijk werk beter kaderen in het volledige oeuvre.

Keizers boek munt uit door helderheid. Heel vaak laat hij Wittgenstein zelf aan het woord, zodat de lezer ook echt met diens stijl kennis maakt. Daardoor wordt het ook nergens echt een eenvoudig boek. Keizer heeft immers niet de neiging om de problemen uit de weg te gaan, maar integendeel om ze aan het licht te brengen. Bovendien is hij niet te beroerd om toe te geven dat zijn kennis af en toe tekort schiet. De aangename schrijfstijl en de originele voorbeelden maken dat de lezer zich nergens gaat vervelen.

In zijn voorwoord zegt Keizer dat hij zijn opdracht tot een goed einde heeft gebracht als de lezer halverwege het boek zegt: bedankt, ik lees de filosoof nu wel verder zelf. Ook al zal de lezer het verlangen voelen opkomen om Wittgenstein zelf ter hand te nemen, hij zal met evenveel plezier Keizers inleiding uitlezen.
 
  Stef Leemen
Andere  Boekbesprekingen