27-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Schone slaapsters. Reflecties over persoonsidentiteit naar aanleiding van Almodóvars 'Hable con ella'
Fauve Lybaert (2012)
 De Belgische embryowet
Bart Hansen (2004)
 Vakgroep Ethiek, Filosofie en Geschiedenis van de Geneeskunde KU Nijmegen : 'De morele betekenis van de palliatieve zorg voor de moderne geneeskunde'
Rien Janssens (1996)
 OPZ Geel: zesde jaarlijkse studiedag Klinische Psychologie
OPZ Geel (2010)
 Oprichting CEKUN : Centrum voor Ethiek Katholieke Universiteit Nijmegen
Hub Zwart (1993)
 Corruptie en integriteit in een christelijk, globaal en ethisch perspectief
Oscar Andrés Rodriguez Maradiaga (2007)
 Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht - KU Leuven : 'Tien jaar Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht'
Herman Nys (1996)
 
Ethische Perspectieven
De vier vrouwen van God. De hoer, de heks, de heilige en de kwezel.
Guy Bechtel
  Averbode, Uitgeverij Altiora-  2001
  In De vier vrouwen van God probeert Guy Bechtel de houding van het christendom en de Kerk tegenover de vrouw in het algemeen vast te stellen. Om de enorme hoeveelheid materiaal te kunnen ordenen, neemt hij vier typen vrouwen en probeert hij het (voor)oordeel van de Kerk tot één van deze typen terug te brengen. Het resultaat van deze benadering is een soort thematische geschiedenis van het christelijk antifeminisme.

Op de eerste plaats laat Bechtel zien dat zowel de bijbelse mythe van de zondeval, als de Griekse mythe van Pandora enerzijds uitdrukking zijn van een sterk antifeminisme, anderzijds ook vrouwonvriendelijke gevoelens gevoed hebben.

Zonder de Kerk van een allesoverheersende vrouwenhaat te beschuldigen toont de auteur vervolgens aan dat het christendom vrouwen gedurende lange tijd in een onmogelijke rol heeft geduwd. Vrouwen moesten echtgenote en moeder zijn, maar konden zich nog beter van elke vorm van lichamelijke liefde onthouden. De afkeer voor het seksuele ging zover dat mannen die een erotische liefde voor hun vrouwen koesterden als immoreel werden beschouwd. Seksualiteit zag men uitsluitend in functie van de voortplanting en niet als een natuurlijk proces of als normaal resultaat van fysieke begeerte.

Bechtel besluit uit de vele bronnen die hij in dit verband geraadpleegd heeft dat de Kerk de vrouw er steeds van heeft verdacht in haar diepste wezen een hoer te zijn. Vele kerkelijke prelaten aanzagen de vrouw dan ook als een verdorven schepsel dat men beter kon vrezen of zelfs haten. Als uiterste consequentie van deze denkwijze werden in de 16de en 17de eeuw heel wat vrouwen als heks verbrand. Zelfs haar vrouwelijke heiligen werden door de Kerk diep gewantrouwd.

Dat doet Bechtel besluiten dat de enige vrouwen die op enige goedkeuring van de Kerk konden rekenen, kwezels waren. De Kerk, aldus Bechtel, 'heeft graag vrouwen zolang ze niet te gevoelig zijn, te intelligent, te gecultiveerd, te welsprekend, te zichtbaar of een te druk sociaal leven leiden. Ze heeft ze graag op de achtergrond, met zo weinig mogelijk en vooral geen hooggeplaatste relaties. Je zou je afvragen of die Kerk niet altijd een voorkeur heeft gehad voor de ietwat domme vrouw.'

Door honderden citaten geeft Bechtel een indringend beeld van de misogynie van een mannelijke Kerk die vrouwen alleen kon dulden door hen op te sluiten, hetzij in de beslotenheid van het huishouden, hetzij binnen de grenzen van de kloostermuren. Hoewel onze kennis van het verleden op sommige vlakken moeilijk anders dan fragmentarisch kan zijn, heeft de kritische lezer nergens de indruk dat Bechtel de Kerk of het christendom onrecht aandoet. Na lectuur kan men moeilijk anders besluiten dan dat de Kerk vrouwen barslecht behandeld heeft en beamen wat John Lennon al zong: 'Woman is the nigger of the world'.

Daarom valt te hopen dat dit boeiende werk bij een eventuele tweede druk een grondige herwerking krijgt. Door de zetduivel worden geregeld getallen verkeerd weergegeven. Zo maakt men van paus Pius IX Pius XI, laat men Thomas van Aquino sterven in 1247 i.p.v. 1274 en werd de Heksenhamer volgens het boek voor het eerst uitgegeven in 1847. Vaak gaat het merkbaar mis in de vertaling: heel wat zinnen rammelen grammaticaal langs alle kanten, in de tekst duiken heel wat gallicismen op en de vertaler maakte van 'Julien l'Apostate' 'Julius de Afvallige' i.p.v. 'Julianus de Afvallige'.

Toch zijn dit niet meer dan schoonheidsfoutjes. De vier vrouwen van God is in zijn geheel een boeiend werk met interessante hypothesen, geheel in de traditie van de Franse mentaliteitsgeschiedenis.
 
  Stef Leemen
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29