| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De filosoof en het leven. Een brief aan de lezer. |
 |
 |
Gerd B. Achenbach |
| |
Rotterdam, Lemniscaat- 2002 |
 |
| |
De titel wekt verwachtingen en associaties met sprookjes of met theorieën die de rol van filosofie in levensvoering uiteenzetten. Onterecht. Praktiserend filosoof Achenbach neemt het woord over levenskundigheid. Daarin een systematiek of filosofie zoeken is bij voorbaat tot mislukken gedoemd; voor begripsverheldering is tussen de talrijke metaforen geen plaats ingeruimd; praktische richtlijnen tref je niet in aan in dit bos van aforismen. Geen erg: de auteur opent met de mededeling dat hij ‘het ene hoofdstuk na het andere, mooie, serieuze, gepaste, boekwaardige teksten met literaire ambities, hoogdravend geschreven, de strengste criteria aangehouden, met overleg gecomponeerd, enzovoort wel heeft geschreven maar vervolgens resoluut heeft weggelegd’ (p.11).
In de plaats daarvan biedt hij zijn publiek een reeks brieven (inclusief de autoreferenties van de briefschrijver ‘Het is laat geworden. Ik ga slapen. Tot morgen. Morgen volgen de verhalen die ik heb beloofd.’ (p.87)), een postscriptum en een aanhangsel. Alle tekstdelen zijn doorspekt met gedichten, aforismen, citaten en ontleende verhalen; samen maken ze zowat negentig percent van de tekst uit. Daarbij vindt de auteur zichzelf en zijn schrijverschap uiterst belangrijk – het woord ‘ik’ en de reflecties over Gerd B. Achenbach nemen een zeer volumineuze plaats in. Men kan zich afvragen of dit genre tekst tot de wijsbegeerte gerekend kan worden, of de vertelling ervan tot de filosofie behoort en of de academische wijsbegeerte niet een vacuum laat waardoor er een onbediende markt voor dergelijke boeken en praktijken bestaat.
Toegankelijk moet daarbij geen synoniem zijn voor begriploosheid. De academie kan zelf produceren of ze kan opleiden tot het lezen van. Zo zijn Aristoteles’ ethieken misschien iets moeilijker om lezen, maar ze bieden wel systematiek en begripsvorming over levenskunde; ze zijn ook doorspekt met traditionele en dichterlijke waarheden, maar wel met een knipoog. Bij Aristoteles kan je evenwel niet meer op consult gaan; je kan hem ook niet meer ‘aan het werk zien’ en dat is allicht een verklaring voor dit boek. Wat zeker lijkt, is dat Achenbachs praktijksessies meer indruk nalaten dan zijn teksten. |
|
| |
Jos Leys |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|