| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Handbuch Ethik. |
 |
 |
Marcus Düwell |
| |
Stuttgart/ Weimar, J.B. Metzler- 2002 |
 |
| |
De grote maatschappelijke aandacht voor ethische aspecten in allerlei actuele discussies vormt de achtergrond van het hier gepresenteerde Handbuch Ethik. Het wil deskundige hulp bieden aan al die velen die geen ethicus van beroep zijn, maar wel met ethische vragen te maken hebben. Dat gebeurt op een zo grondige wijze dat ook (zo niet vooral) filosofen- en theologen-ethici het boek met vrucht zullen gebruiken.
Het Handbuch bestaat uit drie hoofddelen, waarin lexicon-achtige artikelen worden gewijd aan respectievelijk: ethische theorieën, domeinen van toegepaste ethiek en centrale begrippen van de ethiek. Daaraan gaat een lange inleiding vooraf waarin de belangrijkste conceptuele, historische en metatheoretische onderscheidingen worden toegelicht en de actuele betekenis van de (toegepaste) ethiek wordt beschreven. Het boek sluit met een bibliografie en registers van personen en zaken.
In 576 pagina’s, in twee kolommen bedrukt, wordt waarlijk een schat aan informatie verzameld, die het boek tot een zeer nuttig instrument maakt voor allen die in de ethiek geïnteresseerd zijn; een boek dat in bibliotheken niet zal mogen ontbreken.
Het deel over ethische theorieën bevat vier afdelingen die achtereenvolgens handelen over meta-ethiek, descriptieve ethiek en normatieve ethiek; over teleologische, over deontologische en over zwak-normatieve en contextualistische ethische theorieën; van elke categorie worden vier of meer verschillende varianten beschreven. Het deel over domeinen van toegepaste ethiek biedt bijdragen over bioethiek, genen-ethiek, cultuur-ethiek, media-ethiek, medische ethiek, politieke ethiek, ethiek van de techniek, dieren-ethiek, milieu-ethiek en ethiek van de economie. Voor het deel over kernbegrippen van de ethiek zijn vijftig lemmata geselecteerd waaraan in totaal vijfhonderd kolommen worden besteed. De lemmata zijn niet ontleend aan de actuele debatten; men vindt er bijvoorbeeld geen ‘solidariteit’ of ‘duurzaamheid’ of ‘euthanasie’, om maar wat te noemen. In meerderheid gaat het om meta-theoretische begrippen (bijvoorbeeld: ‘antropologie’, ‘speltheorie’, ‘moral point of view’ enzovoort.).
Waar het substantieel ethische categorieën betreft, zijn het steeds zeer algemene of fundamentele begrippen als ‘geluk’, ‘geweten’, ‘rechtvaardigheid, enzovoort. De bibliografie aan het einde van het boek is geen verdubbeling van de opgaven van standaardwerken en ‘verdere literatuur’ die reeds bij alle artikelen staan. Men vindt er integendeel suggesties voor andere handboeken, overzichten van de geschiedenis van de ethiek, systematische inleidingen in de ethiek, tekstenbundels en een verzameling van recente invloedrijke boeken in de ethiek. De uitgebreide registers bieden de mogelijkheid het Handbuch via veel verschillende ingangen te gebruiken.
De auteurs zijn in hoofdzaak uit Duitsland afkomstig, al zijn verschillenden van hen inmiddels benoemd aan Nederlandse en Belgische universiteiten. Zo zijn de drie redacteuren, die aanvankelijk alle verbonden waren aan het Interdisciplinair Centrum voor Ethiek in de Wetenschappen van de universiteit van Tübingen, inmiddels werkzaam aan respectievelijk de universiteiten van Utrecht, Nijmegen en Freiburg.
De inleiding, geschreven door de drie redacteuren, maakt duidelijk dat het Handbuch, ondanks de vele auteurs en de brede opzet, tegelijk ook wel degelijk een eigen profiel heeft. Onmiddellijk bij het begin wordt het onderscheid tussen evaluatieve vragen met betrekking tot het goede leven en normatieve vragen met betrekking tot het moreel juiste gemaakt. Weliswaar passen volgens de auteurs beide binnen een ruime opvatting van het begrip van een normatieve ethiek. Toch hebben ze duidelijk de neiging om de normatieve ethiek toe te spitsen op de theorie die gericht is op de formulering en fundering van normatieve uitspraken. Deze worden geacht een universele en categorische geldigheid te hebben. Daarmee is een sterk cognitivistisch profiel van de gepresenteerde ethiek verbonden.
Hoewel uiteraard ook aandacht wordt besteed aan non-cognitivistische theorieën is duidelijk dat de redacteuren ervan overtuigd zijn dat in ieder geval een rationele fundering van normatieve oordelen mogelijk en nodig is. De grote aandacht voor funderingsproblemen is misschien ook een kenmerk waarin het Handbuch typisch Duits is. Een derde profilerend kenmerk is dat men, zeker in tegenstelling tot veel Engelstalige handboeken, aan de geschiedenis van de ethiek een belangrijke rol toekent.
Weliswaar is steeds de systematische invalshoek het belangrijkst en richt men zich primair op de actuele relevantie van theorieën en begrippen, maar steeds is duidelijk dat de auteurs zich bewust zijn van de relevantie van de geschiedenis van het ethische denken.
Daarbij is - ten vierde - opmerkelijk dat niet alleen de filosofie, maar ook de theologie en haar geschiedenis een belangrijke rol spelen: zowel in de keuze van de lemmata (er zijn bijvoorbeeld aparte artikelen over een katholieke en een protestante benadering van de verhouding theologie en ethiek) als ook en vooral in de uitwerking ervan is behalve de filosofische, ook de theologische ethiek duidelijk vertegenwoordigd.
De kwaliteit van de artikelen is steeds hoog, en ze zijn doorgaans helder en toegan-kelijk geschreven. Natuurlijk kan men over de vooronderstellingen en uitgangspunten van de redactie, over de selectie van lemmata en over de uitwerking ervan discussiëren. Het laatste woord is ook in dit handboek niet gezegd. En daartoe heeft het ook niet de pre-tentie. Met de eigen accenten die hier gelegd worden maakt het Handbuch daarentegen een dergelijke discussie juist mogelijk, en daardoor is het boek een zeer waardevolle aanvulling op de reeds bestaande handboeken en lexica voor de ethiek. |
|
| |
Paul Van Tongeren |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|