| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank. Herinneringen van Jacqueline |
 |
 |
Jacqueline van Maarsen |
| |
Amsterdam, Cossee- 2003 |
 |
| |
Wie Het achterhuis, het dagboek van Anne Frank, heeft gelezen, herinnert zich waarschijnlijk wel nog de naam Jopie. Een naam die er met de regelmaat van een klok in opduikt, zelfs nadat Anne Frank met haar familie is ondergedoken. Jopie, zo weten we nu, staat synoniem voor Jacqueline van Maarsen, een meisje van een joodse Nederlander en een katholieke Française. De hartsvriendin van Anne. Dank zij de moed en het ondernemingsvermogen van haar moeder overleefde Jacqueline de oorlog, werd ze zelfs nooit opgepakt en gedeporteerd. Minder geluk had haar vriendin Anne Frank, die op een dag spoorloos verdwenen was en zich, volgens een achtergelaten afscheidsbrief, in Zwitserland bevond. Het échte verhaal van Anne is ondertussen genoegzaam bekend, dat van ‘Jopie’ daarentegen was tot voor kort onverteld.
Talloze onbekenden claimden na de openbaring en het succes van het dagboek, nauwe relaties te hebben onderhouden met de in Bergen-Belsen aan ontbering ten ondergegane Anne. Veel van hen hadden zelfs van ver niets met het meisje te maken gehad. Het zijn deze leugenachtige getuigenissen die van Maarsen ertoe hebben aangezet om haar eigen verhaal op papier te zetten en aan de wereld toe te vertrouwen. Ze fixeert zich daarbij niet enkel op de vriendschap met Anne, maar kadert het in haar eigen familiegeschiedenis.
Hoewel dit de ongedurige lezer ook op de proef stelt – Anne komt pas na honderd bladzijden, dus halverwege het boek, in beeld – is het lezen van dit boekje de moeite waard. Van Maarsen schetst immers een subjectief en eerlijk beeld van Anne, zoals zij haar heeft gekend. Daarin is Anne niet enkel maar het prachtige, levenslustige en extraverte vriendinnetje, maar ook het jaloerse en om aandacht smekende meisje. Daardoor draagt het verhaal bij aan de bijstelling van het beeld dat we ons bij het lezen van het dagboek en doorheen de jaren van Anne hebben gevormd. De scherpte en spitsheid, de ontroering en bewondering, de dankbaarheid en de humor waarmee de auteur dit doet, maakt dit boek het lezen waard. Als een trein raas je door de herinneringen van van Maarsen; je bent deelgenoot aan een stukje boeiende geschiedenis. Als lezer heb je misschien nooit het gevoel dat het ‘indrukwekkend’ of ‘verpletterend’ is, maar het boek bewijst dat geschiedenis niet altijd groots moet worden gebracht om aan te slaan.
In 2004 wordt het vervolg op deze herinneringen uitgegeven, en dat mag ook. Want meer van hetzelfde kan in dit geval niet teveel zijn.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|