| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Het basisboek filosofie. |
 |
 |
Nigel WARBURTON |
| |
London/New York, Routledge- 2003 |
 |
| |
Filosofie mag vandaag op een grote interesse rekenen vanwege een ruim publiek. Elk jaar verschijnen bij de meeste zichzelf respecterende uitgeverijen een aantal titels van hetzij nieuwe werken, hetzij vertalingen van filosofische klassieken.
Hoewel men kan speculeren over de oorzaken van deze belangstelling, heeft het ongetwijfeld zowel met het steeds hogere opleidingsniveau van de bevolking te maken als met de crisis van de zingeving in onze beschaving, waardoor pasklare antwoorden van traditionele godsdiensten steeds minder algemeen aanvaard worden. Het lijkt er echter op dat het grote aanbod filosofie niet alleen aan een behoefte voldoet, maar op haar beurt een nieuwe nood creëert.
Vanuit een reële vraag en afgaand op de titel kopen sommigen zich een wijsgerig boek dat ze na enkele bladzijden moedeloos wegleggen wegens de vakterminologie. Zelfs als het boek uitgelezen wordt, hebben velen het gevoel geen stap verder te zijn. Filosofische werken nemen immers deel aan een niet aflatende discussie, waarbij een grondige kennis van wat vooraf ging voorondersteld wordt. Aan de andere kant vragen studenten zich wel eens af hoe aan een paper te beginnen omdat hun cursussen wijsbegeerte een kluwen van argumenten en antwoorden op argumenten lijken te bevatten.
Precies voor hen heeft Nigel Warburton de inleiding "Het basisboek filosofie" (vertaling van Philosophy: The Basics) geschreven. In zeven hoofdstukken geeft Warburton een overzicht van de grote vraagstukken uit de wijsbegeerte, met name het bestaan van God, ethiek en politiek, de aard van de externe wereld, wetenschap, de geest en filosofie van de kunst.
Warburton legt de klemtoon niet zozeer op de grote namen uit de wijsbegeerte, als wel op de argumenten die voor en tegen bepaalde denkbeelden kunnen worden aangehaald. Hierdoor krijgt de lezer een beeld van de grote thematische discussies waarvan er vele tot op de dag van vandaag worden gevoerd. Deze aanpak, samen met het compacte karakter en de heldere taal van deze inleiding, maakt het boek uitstekend geschikt om eerstejaars studenten in te leiden in de filosofische argumentatie.
Toch is de kracht van deze korte inleiding voor een deel ook haar zwakte. Door filosofie op deze wijze te presenteren verkrijgt de lezer weliswaar een goed overzicht van argumenten en tegenargumenten, maar wordt het filosofische denken van haar historisch karakter beroofd.
In een inleiding zoals deze is immers geen plaats voor een historische situering van de vragen en de antwoorden. Eigenaardig is ook dat de auteur veel tijd besteedt aan het uitleggen van relatief eenvoudige begrippen – zoals bijvoorbeeld ‘inductie’ – en hij met veel zorg zelfs eenvoudige woorden consequent toelicht, terwijl soms zeer ingewikkelde zaken – zoals Wittgensteins argumentatie tegen het bestaan van een privé-taal – nauwelijks worden uitgelegd.
Ten slotte is het vreemd dat het boekje geen bibliografie bevat waar studenten of andere geïnteresseerde lezers doorverwezen worden naar een uitgebreidere behandeling van het onderwerp. De verdienste ingewikkelde zaken eenvoudig te presenteren wordt bijgevolg enigszins overschaduwd door de beperkte bruikbaarheid van deze inleiding in de filosofie.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|