| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Better than Well. American Medicine Meets the American Dream |
 |
 |
Carl Elliott |
| |
New York/ London, W.W. Norton & Company- 2003 |
 |
| |
In de Anglo-Amerikaanse bioethiek groeit de kritische ingesteldheid tegenover de zgn. ‘enhancement medecine’, waarbij de grens tussen curatieve geneeskunde en ‘wellness industry’ bedenkelijk vervaagt en de geneeskundige wereld in een steeds grotere greep dreigt te komen van een louter op winstbejag gestoelde medische technologie en farmaceutische industrie.
Die tendens kan eigenlijk niet los worden gezien van een breder, cultureel bepaald klimaat waarbij de geneeskunde een steeds dominantere factor wordt in de zoektocht naar een soort ‘eeuwige jeugd’. Die eeuwige jeugd is geen vrijblijvend verlangen van een enkele zonderling, maar een echt maatschappelijk en cultureel gedeeld ideaal, waarvan een vlekkeloze lichamelijke verschijning en een toestand van constant psychisch welbehagen de uitdrukking moeten zijn. Dit resulteert in de obsessionele bekommernis om de verschijning van het eigen ‘zelf’ en het najagen van een imaginair ideaal van zelfbepaalde authenticiteit. De hele cultuur van plastische chirurgie, Prozac en Rilatine, wellness klinieken enzovoort die daaruit voortvloeit, is voor de belangrijke Amerikaanse bioethicus Carl Elliott aanleiding tot een cultuur-antropologische analyse van de onmiskenbare medicalisering van de huidige Amerikaanse samenleving.
In een vlot geschreven, en bij wijlen erg humoristisch betoog toont Elliott aan hoe de medicalisering van de zoektocht naar het ‘authentieke zelf’ zijn wortels heeft in het individualisme en consumentisme van zijn ‘native culture’. Tegelijk wijst hij op de paradoxen die deze voortdurende zoektocht naar erkenning van je ‘ware zelf’ vaak inhoudt: in naam van een onbekommerde soevereiniteit van het zelf geraken steeds meer mensen in de greep van een obsessioneel verlangen in hun uiterlijke ‘look’ en verschijning te behagen aan een ‘peer group’, die vaak niets anders is dan een door media en reclame geďnduceerde blik van anonieme buitenstaanders. Tegelijk benadrukt Elliott hoe de zorg om het authentiek jeugdige ‘zelf’ een specifieke vorm van sociale controle en disciplinering maskeert. Prozac bijvoorbeeld moet een latente tendens tot depressie en emotionele ontsporing helpen remediëren, maar versterkt tegelijk de stigmatisering van elke vorm van depressie en sociofobie. In dezelfde zin is Rilatine een sociaal aanvaard ‘middel’ geworden om een specifieke groep kinderen (én volwassenen!) ‘zichzelf’ te laten zijn, terwijl het tegelijk een commercieel handig geëxploiteerd product is dat conformisme en de uniformisering van de sociale omgang verzekert. Vaak blijkt men daarbij verbluffend lichzinnig om te gaan met de mogelijke neveneffecten van deze psychofarmaceutische middelen.
Elliotts studie is weliswaar erg Amerikaans gekleurd, maar van een soms ontluisterende herkenbaarheid voor de hele westerse wereld. Elliott, zelf arts, gaat kritische vragen ten aanzien van de medische wereld en de farmaceutische industrie niet uit de weg (bijvoorbeeld als het gaat over plastische chirurgie of de ‘aanvaarding’ van Rilatine en Prozac). Tegelijk hoedt hij zich voor al te voorspelbaar wit-zwart denken. Een echte aanrader voor wie in de beste traditie van de Amerikaanse kritische sociologie en antropologie de medische praktijk van vandaag eens vanuit een ander perspectief wil belicht zien.
|
|
| |
Willem Lemmens |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|