| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Darwin voor links. Politiek, evolutie en samenwerking. |
 |
 |
Peter Singer |
| |
Amsterdam, Amsterdam- 2001 |
 |
| |
Diegenen die voorspeld hadden dat de 21ste eeuw de eeuw van Darwin zou worden, lijken minstens op het vlak van de publicaties gelijk te krijgen. Ook Peter Singer laat zich hier niet onbetuigd. In Darwin voor links vraagt hij zich af of links Marx voor Darwin kan ruilen en tegelijk links kan blijven.
De ideeën van Darwin hebben in het verleden vooral ingang gevonden bij de rechtervleugel. Liberalen gebruikten Darwins theorie als een rechtvaardiging van het recht van de sterkste. Hoewel Darwin zelf het idee had verworpen dat er ethische gevolgtrekkingen aan de evolutietheorie ontleend konden worden, schrokken anderen — zoals Spencer en Carnegie — er niet voor terug dat wel te doen. De overheid mocht zich in hun ogen niet bemoeien met het bedrijfsleven. De gezondheid van de samenleving werd immers gegarandeerd als alleen de sterksten zouden overleven. Singer wil echter af van het rechtse monopolie op Darwin.
Links zijn betekent dat iemand bepaalde waarden, zoals solidariteit en opkomen voor de zwakkere, hoog in het vaandel schrijft. Het darwinisme beschrijft de wetmatigheden van de evolutie. Als waarden nooit uit feiten kunnen worden afgeleid, heeft darwinisme niets van doen met rechts of links zijn. Een darwinistisch links is dan even goed mogelijk als een darwinistisch rechts. De linkerzijde zal wel de evolutietheorie moeten doortrekken en toepassen op de menselijke geschiedenis. Daarmee zal het oude dogma moeten sneuvelen dat Darwin enkel de wetmatigheid van de natuur heeft beschreven, terwijl Marx en Engels die van de menselijke samenleving hebben ontdekt. Zo is de menselijke natuur niet onbeperkt veranderbaar en aanpasbaar. Dat wil niet zeggen dat men Marx' denkbeelden moet laten vallen, maar wel dat ze volgens Singer in een breder verband geplaatst moeten worden. Wijzigingen in productiewijze in een maatschappij oefenen onmiskenbaar hun invloed op het bewustzijn van de leden, maar dat mag de aandacht niet afleiden van wat niet verandert.
Singer poogt om heel algemeen aan te duiden wat variabele en wat vaste elementen zijn in de menselijke natuur, met het oog op een groter respect voor de moeilijk of niet veranderbare elementen daarin. Het zijn als het ware de feiten waarmee iedereen aan de slag moet, ook zij die zichzelf 'links' noemen. Een diepgaande kennis van de menselijke natuur kan eventueel helpen om een nieuw sociaal en politiek beleid uit te stippelen, maar laat ook beseffen dat concurrentie tussen mensen onuitroeibaar is. Dat wil niet zeggen dat men die concurrentie zonder meer beaamt, maar betekent wel dat men die wil kanaliseren in een maatschappelijk gewenste richting. Tegelijk moet men beseffen dat we in staat zijn tot diepgaande coöperatie en onvervalst altruïsme. Singer hoopt bovendien dat deze kennis over de aard van de mens, die door geen enkele generatie voor ons is bereikt, de noodzakelijke voorwaarde is voor een nieuw soort vrijheid.
In dit uitstekend en helder essay toont Singer aan dat het darwinisme geen gevaar inhoudt voor het streven naar menselijke waarden als solidariteit en rechtvaardigheid en beklemtoont hij terecht dat er geen waarden uit feiten volgen. Tegelijk hamert hij op de gevaren van een denken dat volledig los komt te staan van en weigert rekening te houden met de wetenschappelijke werkelijkheid. Het valt te hopen dat andere auteurs Singers ideeën opnemen en verder uitwerken, zonder in een nieuw soort essentialisme te vervallen.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|