20-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Zorgen voor een goede zorg
Bernadette Houdart (1998)
 Woord vooraf
Johan Verstraeten (1993)
 Woord vooraf: internationale rechtvaardigheid
Bart Pattyn (1998)
 SPES-colloquium over Spiritualiteit en Samenleving
Luk Bouckaert (2002)
 Verstandig nadenken
Bart Pattyn (2009)
 Kanttekening: economische sancties en hun impact op mensenrechten, het rapport Bossuyt en zijn follow-up
Leen De Smet (2001)
 Geven en eigenbelang: uit de raambosradio-uitzending van 23 januari Interview: Erik Vanleeuw
Antoon Vandevelde (2000)
 
Ethische Perspectieven
John COATES, Ecology and Social Work. Toward a New Paradigm. Halifax, Fernwood Publishing, 2003, XX p..
John Coates
  Halifax, Fernwood Publishing-  2003
  Hoe langer hoe meer problemen waar het Sociaal Werk (SW) mee te maken krijgt zijn direct verbonden met ecologische problemen, bijvoorbeeld: gezondheidsproblemen, woonkwaliteit, toegang tot noodzakelijke hulpbronnen (water, energie, e.d.), demografische problemen, migratie, conflicten, internationale rechtvaardigheid (cf. 'ecologische schuld'), vraag naar leefbare en duurzame levensstijlen, teloorgang van natuur als bron van menselijk welzijn enzovoort.

Er zijn heel wat bewegingen en organisaties met dergelijke vragen bezig, maar grotendeels buiten het SW als professie om. Blijkbaar vindt het SW in haar eigen traditie – wellicht met uitzondering van delen van het opbouwwerk - te weinig bronnen om in het omgaan met ecologische vraagstukken het voortouw te nemen.

De laatste jaren tekent er zich binnen het SW evenwel een ontluikende internationale beweging af rond 'Ecological Social Work'. Het gaat om sociaal werkers die vanuit de ervaring van de ecologische gebondenheid van veel sociale problemen nieuwe praktijken ontwikkelen, en eveneens eerste aanzetten geven voor het herdenken van de grondslagen van het SW vanuit een ecologisch georiënteerde opstelling.

Via de website Global Alliance for a Deep Ecological Social Work. A Partnership of Social Workers for Environmental Concerns (www.ecosocialwork.org) kan je kennis maken met hun uitgangspunten. Een eerste blik op de beschikbare literatuurlijsten laat zien dat de auteurs vooral uit de Verenigde Staten en Canada komen, maar ook uit landen als India en Zuid-Afrika.

Het voorliggende boek van de Canadees John Coates (Department of Social Work, St. Thomas University, Fredericton) biedt een uitgewerkte status questionis, alsook eerste richtingen van antwoord. Coates sluit aan bij gekende en eerder radicale vormen van kritiek op de moderniteit: SW is ontstaan in de cultureel-ideologische context van het modernisme, ondermeer gekenmerkt door economisme, consumisme, industrialisme, progressisme en individualisme.

Aan de basis daarvan ligt een dualistisch en fundamenteel antropocentrisch mensbeeld, en een reductionistische kijk op de werkelijkheid. Ondanks haar banden met een sociaal-kritische traditie blijft de visie van het SW - op o.a. welzijn, rechten, rechtvaardigheid, emancipatie, arbeid enzovoort – tot op vandaag schatplichtig aan dat modernisme. Opvattingen over welzijn en emancipatie blijven al te zeer gekoppeld aan voorwaarden van economische groei en verwachtingen van technologische vooruitgang.

Verder wordt de fundamentele betekenis veronachtzaamd van de inherente band die de mens met zijn natuurlijke omgeving heeft. Die natuur blijft teveel 'achtergrond' voor het menselijk bestaan in plaats van dat zij als 'grond' ervan erkend wordt. Dat heeft voor gevolg dat de consequenties van de ecologische crisis voor het beroep van SW - zowel op het vlak van visie als van nieuwe eisen en taken - nog niet grondig in overweging werden genomen.

Ondanks haar sterke traditie van sociale actie op allerlei vlakken betekent dat vandaag meer dan een blinde vlek die nog ingevuld moet worden. De traditie en missie zelf van het SW als maatschappijvernieuwende kracht staan daarbij op het spel. Indien het SW zijn basisconcepten niet herdenkt vanuit een visie die de ecologische uitdaging ter harte neemt, dan veroordeelt het SW zichzelf tot symptoombestrijding, tot verdere incorporatie in het maatschappelijk systeem en tot legitimatie van de heersende cultuur. SW heeft volgens Coates daarom nood aan een nieuw ‘paradigma’.

In het eerste deel van het boek verkent Coates die vraag naar een nieuw paradigma. In het eerste hoofdstuk vat hij de belangrijkste kritieken op de moderniteit samen. De ecologische crisis en groeiende sociale onrechtvaardigheid vormen het gezicht van een ‘onvervulde belofte’. Daarbij ligt de grond van de problemen niet enkel in economie en technologische ontwikkeling, maar evenzeer in onderliggende waarden en overtuigingen.

In het tweede hoofdstuk laat Coates zien hoe dat doorwerkt in SW, dat hij een ‘gedomesticeerd beroep’ noemt. Dat uit zich in de dominantie van therapeutische praktijkmodellen, en de daarmee samenhangende aandacht voor professionele identiteit en wetenschappelijke credibiliteit. Daartegenover ontwikkelden zich wel andere benaderingen,onder andere vanuit de algemene systeemtheorie en vanuit radicale en feministische kritieken, maar ook die hebben tot nu toe de ecologische uitdaging onvoldoende opgenomen.

Coates onderscheidt drie grote ideologische richtingen in de SW-theorie – persoonlijke deficiëntie, ecologisch, politiek economisch – en bespreekt hun bekommernis om de natuurlijke omgeving. Ondanks de theoretische openheid van het zogenaamde ‘ecologisch’ model voor de natuurlijke omgeving van cliënten, blijft de aandacht feitelijk beperkt tot hun sociale omgeving, wat getuigt van een onderliggend antropocentrisme.

Wanneer dat overwonnen kan worden, dan blijft de bredere kijk van het ecologisch model in ieder geval een goed uitgangspunt om ecologische analyses te betrekken in SW-interventies. Op een gelijkaardige manier kan de aandacht voor maatschappelijke verandering van de meer structurele modellen meegenomen worden indien zij de ecologische crisis in hun beschouwingen betrekken.

In het volgende hoofdstuk presenteert Coates het wereldbeeld van het zich ‘ontplooiende universum’ als een nieuw uitgangspunt voor SW. De kern van het verhaal is dat mensen zich gaan zien als ingebed in een kosmische en evolutionaire ontwikkeling waarin zij door hun bewustzijn medescheppers zijn. Het zou mij hier te ver leiden om uitvoerig op de aangehaalde kenmerken van het universum – eenheid en verbondenheid, subjectiviteit, complexiteit, grenzen - en hun fundering in te gaan.

Coates gaat voorbij aan de complexe, en, mijns inziens, ook problematische relatie tussen verschuivende wetenschappelijke paradigma’s en zingevende wereldbeelden. In deze context lijkt mijn het belangrijkste punt te zijn dat niet iedereen door eenzelfde wereldbeeld aangesproken zal worden. Ecologische wereldbeelden – die onder andere uitdrukking geven aan verbondenheid en interdependentie zowel tussen mensen als tussen mensen en de overige natuur – kunnen zowel worden geput uit oudere (religieuze) bronnen, als opnieuw worden geformuleerd vanuit nieuwe ervaringen van verbondenheid. Bij ons denk ik hier bijvoorbeeld aan het recente werk van Ton Lemaire. SW zal dus op het vlak van wereldbeelden moeten leren omgaan met het feitelijke pluralisme, en daarin zowel voor zichzelf als in de omgang met cliënten naar de gepaste aanspreekpunten zoeken.

Uit het vervolg van het boek blijkt Coates voor verdere invulling van de betekenis van een nieuw paradigma voor SW duidelijk te putten uit allerlei radicaal-ecologische bronnen en stromingen, zoals deep ecology, bioregionalisme, ecofeminisme. Uitgangspunt is een wereldvisie die de mens in de natuur plaatst, en niet eruit en erboven zoals de moderniteit deed geloven.

Dat brengt Coates tot vijf richtsnoeren als basis van een getransformeerd SW: wijsheid in de natuur waarvan we kunnen leren; menswording, als een bewuste en fundamenteel spirituele beweging in de richting van een interdependente globale gemeenschap, deelgenoot van de rest van de schepping; respect voor de diversiteit van alle levensvormen als basis voor het gedijen van interdependentie; oriëntatie op gemeenschap als bron van identiteit, welbevinden en persoonlijke vervulling; begrip voor natuurlijke, evolutionaire veranderingen, als kader voor maatschappelijke verandering en het herdefiniëren van ontwikkeling.

Die basisinzichten worden in het tweede deel van het boek uitgewerkt tot aanzetten voor een ‘transformatie’ van het SW. Daarbij geeft Coates aandacht aan zowel nieuwe domeinen en richtingen voor SW als nieuwe invullingen van educatie in SW. Dat heeft grotendeels een opsommend karakter, maar Coates geeft wel voortdurend aanknopingspunten zowel binnen de traditie en praktijken van het SW als bij nieuwe ontwikkelingen en praktijken in sociaal-ecologische bewegingen allerhande.

Dat wordt uitgewerkt in drie hoofdstukken rond: het ontwikkelen van een globaal bewustzijn; het transformeren van het ‘sociale’ in SW zodat ook de natuurlijke omgeving er deel van uitmaakt; nieuwe richtingen voor beleid en actie. De grote klemtonen zijn: sociale transformatie moet bottom up gebeuren; participatieve gemeenschapsvorming is de aangewezen weg voor empowerment van zowel individuen als groepen, alsook voor het ontwikkelen van nieuwe inzichten over het goede leven en daarop gebaseerde ecologische levensstijlen.

Steun van anderen is essentieel om af te kicken en te rouwen om het verlies van de illusies van de moderniteit, illusies die gezien de nog aanwezige – maar op de huidige basis onhoudbare – welvaart zeer hardnekkig zijn. Het is dan ook niet toevallig dat Coates nogal wat aandacht besteedt aan educatie.

Eerst voor de sociaalwerkers zelf: het gaat niet alleen om de nodige maatschappelijke inzichten en kennis van de te nemen richting, maar ook om het onderzoek van de eigen waarden, overtuigingen en verwachtingen in functie van de fundamentele keuzes die in de uitoefening van het beroep gemaakt moeten worden.

Keuzes voor gemeenschapsvorming en voor een ecologisch duurzame levensstijl zijn volgens Coates voorwaarden om op een authentieke wijze daarrond met cliënten aan de slag te gaan. Daarbij zijn ook aandacht voor zingeving en openheid voor spiritualiteit van wezenlijk belang.

Door dat alles heen speelt het inzicht dat er een relatie is tussen persoonlijke verandering, versterking van de gemeenschap en maatschappelijke verandering. In het slothoofdstuk beklemtoont Coates dan ook de politieke betekenis van SW: 'Sociale actie en inspanningen om het politieke beleid te wijzigen zijn geen extra-curriculaire activiteiten; het zijn essentiële en terugkerende aspecten van SW-praktijk. (…)

In onze gemeenschappen kunnen het persoonlijke en het professionele opgaan in politiek protest en sociale actie om organisaties en sociale structuren tot stand te brengen die vechten voor actieve ondersteuning van natuurbescherming, participatieve democratie en progressieve belastingen.' (p.157)

We zijn hier ver van het beeld van een SW dat zich vooral bezig houdt met het lenigen van de nood van de slachtoffers van het huidige maatschappelijk systeem, en hen via activering allerhande probeert te helpen om erin te kunnen meedraaien.

Voor sommigen is dat wellicht het intrappen van open deuren. Voor velen kan het boek van Coates ook een eye opener zijn, niet alleen omdat hij een aantal belangrijke vragen aan de orde stelt, maar ook omdat zijn suggesties laten zien dat er reeds meer over ecologie en SW nagedacht is dan op het eerste gezicht zou blijken. Aan de geboden aanzetten moet nog grondig worden gewerkt, maar de uitdaging om de ecologische crisis ernstig op te nemen ligt in ieder geval op het bord van het SW.
 
  Jef Peeters
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29