| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Gids beroepsethiek. Waarden, rechten en plichten in psychotherapie en hulpverlening. |
 |
 |
Mia Leijssen |
| |
Leuven/Voorburg, Acco- 2005 |
 |
| |
De auteur is zeer vertrouwd met de psychotherapeutische praktijk, en zij is er zich zeer van bewust dat de complexiteit van de hulpverlening niet toelaat om beroepsethiek te presenteren als een rechtlijnige handleiding.
Zij beoogt vooral 'wegwijzers' aan te reiken die hulpverleners kunnen 'inspireren om genuanceerde oordelen te vormen en "het goede" te doen’ in situaties die zich moeilijk laten vatten in een regelethiek' (p.9). Daarom hangt zij haar uiteenzetting op aan vier 'basishoudingen die goede hulpverlening schragen' (p.10): respect, integriteit, verantwoordelijkheid en deskundigheid.
Aan elk van deze basishoudingen is telkens een hoofdstuk gewijd. In de behandeling ervan gaat zij wel uit van de normen die gangbaar zijn in de meeste beroepscodes. Zeer interessant is daarbij hoe aan de hand van talrijke casussen wordt getoond hoe concrete oordeelsvorming in de praktijk plaats vindt, waarbij gemaakte afwegingen niet leiden tot eenduidige conclusies, maar afhangen van de ervaring van de hulpverlener, de aard van de relatie, de professionele context, en niet in het minst de onderscheiden waarden die in het geding zijn.
Kern van Leijssens verhaal is dat goede hulpverlening afhangt van de kwaliteit van de relatie die met cliënten opgebouwd wordt, en dus met de persoonlijke kwaliteiten van de hulpverlener. Zij steunt daarbij ook op het gegeven dat vergelijkend onderzoek in de psychotherapie aangetoond heeft dat een positief behandelresultaat staat of valt met het ontwikkelen van een goede werkrelatie, en dat de gebruikte therapeutische methode daarbij secundair is. Zij stelt dan ook sterk het idee in vraag dat evidence based therapy de basis kan vormen van een zorg voor goede kwaliteit.Wat deskundigheid betreft gaat het dan ook niet alleen om intellectuele en vaktechnische, maar evenzeer om emotionele en om morele deskundigheid.
Leijssen kadert haar uiteenzetting in een inleidend hoofdstuk waarin ze de discussies en de verschuivingen schetst die vandaag in de beroepsethiek gaande zijn. Zij volgt duidelijk de beweging mee van een deontologisch georiënteerde ‘smalle’ ethiek naar een ‘brede’ houdingsethiek (deugdenethiek of bestaansethiek).
Verder geeft zij aan hoe het dominante liberaal individualisme vanuit onder andere het communitarisme en het feminisme gecorrigeerd wordt in de richting van een communicatieve ethiek en een zorgethiek, die de interafhankelijkheid van mensen weer op de voorgrond brengen. In de loop van haar verdere uiteenzetting verwijst ze regelmatig naar die nieuwe oriëntatiepunten, maar die hadden mijn inziens meer uitgewerkt kunnen worden. Door te vertrekken van de gangbare normen in deontologische codes is de deontologische manier van kijken dominant aanwezig, terwijl het nieuwe denkkader te impliciet blijft. Door uit te gaan van de gangbare rechtenethiek verschijnt de houdingsethiek nog te veel als een correctie.
Uitgaan van een beschrijving van de intrinsieke kwaliteiten van een hulpverleningsrelatie zou de deontologische principes van meet af aan in een ander licht plaatsen. Ik geef twee concrete voorbeelden uit het boek.
Leijssen wijst erop dat de zorgethiek op een nieuwe manier over verantwoordelijkheid doet denken. Waarom dan niet het hoofdstuk over verantwoordelijkheid vanuit een zorgethisch perspectief opbouwen? Dat zorg voor kwaliteit veel meer is dan het voorkomen van schade en het volgen van uitgeteste protocols, zou dan beter uit de verf komen.
Bestaansethiek wordt binnengebracht onder de paragraaf over emotionele deskundigheid. Het verband is terecht, maar de invoering op die plaats houdt het gevaar in van een reducerende associatie van deugden met emoties. Het zou mijn inziens beter zijn om het aspect deskundigheid als dusdanig uit te werken vanuit een deugdethisch perspectief.
Met deze kritische bemerkingen wil ik niets afdoen van de grote kwaliteit van het boek. Het getuigt van een visie op de kernopdracht van beroepsethiek. Het is bovendien toegankelijk geschreven en door de vele casussen ook concreet gemaakt. Voor praktijkmensen is het zeker herkenbaar, maar voor studenten denk ik dat een begeleidende cursus ethiek die het kader meer uitwerkt en toelicht, wenselijk is.
Nog een kleine opmerking. Het boek richt zich tot hulpverleners in het algemeen en, zoals de achterflap vermeldt, bijvoorbeeld ook tot maatschappelijk assistenten. Doordat het boek vooral vanuit de ervaring van de psychotherapie geschreven is, wordt toch voornamelijk gefocust op de relatie tussen hulpverlener en cliënt. De eigenheid van Sociaal Werk bestaat er evenwel in om de meso- en macrocontext steeds proberen mee te nemen. Daarvoor zal men elders te rade moeten gaan.
|
|
| |
Jef Peeters |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|