| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De hartslag van de wereld. |
 |
 |
Alain Finkielkraut |
| |
Vertaald door Walter van der Star. Amsterdam, SUN- 2005 |
 |
| |
De journalisering van de wijsbegeerte heeft voor- en nadelen. De journalistiek kan er haar bijwijlen armzalige bestaan van loutere verslaggeving en extrinsieke commentaren op allerlei gebeurtenissen mee doorbreken. De wijsbegeerte daarentegen riskeert haar diepgang op het spel te zetten ten voordele van lichtzinnige spitsvondigheid. Het is duidelijk dat Finkielkraut en Sloterdijk in De hartslag van de wereld niet ontkomen aan deze spanning. En dat is spijtig. Want veel van de thema’s die ze aanreiken, verdienen wel degelijk een diepzinnige en ernstige reflectie, die beslist ook op een andere manier aangeboden had kunnen worden aan ‘het grote publiek’.
Finkielkrauts en Sloterdijks gezamenlijke boekje is opgevat als de weergave van verschillende gesprekken, waarin de auteurs op een weinig samenhangende wijze nadenken over van alles en nog wat, over de ‘wereld van vandaag’ zo men wil. Af en toe pikt Finkielkraut in op een zinsnede, een werk of een thema dat Sloterdijk aansnijdt, of omgekeerd. Soms is er echter helemaal geen verband tussen de gedachteassociaties van beiden of is het alleszins ver te zoeken. Meestal is Sloterdijk iets uitvoeriger aan het woord dan Finkielkraut. Maar zelden is er sprake van werkelijke discussies, wederzijdse kritiek of stimulerende uitwisselingen. Al te vaak staan wilde verwijzingen en lukrake ideeën in functie van de pedant overkomende eruditie van beide populaire wijsgeren.
In de redactionele bewerking van de conversaties is alleszins te weinig zorg besteed aan argumentatieve accuratesse, structuur en verheldering. Dat moge onder andere blijken uit de gebrekkige en willekeurige keuze van de titels van de ‘hoofdstukken’ en uit het uitblijven van een inleiding of situering van de gesprekken. Waarover willen Finkielkraut en Sloterdijk het nu eigenlijk hebben? Welke zijn de (concrete) problemen die zij willen overdenken? Waarom zijn ze met elkaar het gesprek aangegaan? Welke waren de drijfveren om hun samenwerking op deze manier te materialiseren? Hoe haken hun analyses in op wat er rondom hen gebeurt? Op basis waarvan is er (eventueel) overeenstemming tussen hun visies? Hoe willen ze hun publiek ergens van overtuigen? Waar willen ze in feite naartoe? Misschien is dit werk, met zijn schreeuwerige voor- en achterkaft, niet alleen qua vormgeving, maar ook qua vorm – en dus qua inhoud (?!) – bij uitstek postmodern. In elk geval deconstrueert het meer dan het opbouwt, analyseert het meer dan het syntheses biedt en mijmert het meer dan het beweert.
Wat de inhoud betreft, zijn er ongetwijfeld spitante en interessante beschouwingen te bespeuren. Finkielkraut en Sloterdijk deinzen er niet voor terug om de dominantie van de politieke correctheid in vraag te stellen en om het risico op dweepzucht van multiculturalisme en antiracisme te ontmaskeren. Daarnaast gaan ze in op het verlies aan degelijkheid in Amerikaanse en Europese universiteiten, dat te wijten is aan de doorgedreven economisering van alle onderzoeksvelden en zelfs van de algehele onderzoeksmentaliteit. Ook over de rechtmatigheid van de staat Israël en het grote symboolgehalte van dit geopolitieke probleem formuleren beide denkers rake observaties. Bovenal echter klinkt een humanistische ondertoon in hun morele en politieke bekommernissen door als een welkom en plausibel alternatief voor de impasses van de vaak – ook in de ethiek en de politieke filosofie, zo blijkt – op flessen getrokken links-rechtstegenstelling.
Aan de andere kant verliezen beide filosofen hier en daar ook de trappers, in de zin dat ze zich laten verleiden om filosofische inhouden te bagatelliseren onder het mom van ze te concretiseren. Wellicht is de oorzaak daarvan een opvallend vaak gehanteerd patroon in hun ideeënpresentaties. Zo hangen Finkielkraut en Sloterdijk frequent een filosofeem, een argument of een conflict van visies enigszins arbitrair op aan een historische gebeurtenis, volgens het type: het deficit van dit ideeëncomplex (bijvoorbeeld het vrede- en sociaal succesvolle Europa na de Tweede Wereldoorlog) is toen en daar (bijvoorbeeld in het beleg van Sarajevo van mei 1992 tot februari 1996) definitief tot uiting gekomen en dus bewezen. Los van het feit dat sommige van de voorbeelden van deze structuur kunnen bogen op een zekere spontane evidentie, hadden de twee denkers meer filosofische prudentie en historische acribie aan de dag moeten leggen om tot dergelijke – eerder journalistieke – oordelen te komen.
Kortom, het beste van hun filosofie hebben Finkielkraut en Sloterdijk in dit boekje zeker niet te kennen gegeven. Het lijkt erop dat hun samenwerking voor deze publicatie niet innemend en diepgravend genoeg is geweest, met als gevolg dat hun overwegingen eigenlijk te vrijblijvend overkomen. In die zin is De hartslag van de wereld een gemiste kans. Want filosofen van het kaliber van Sloterdijk en Finkielkraut hebben de mensen in de wereld van vandaag veel te vertellen: over waar ze staan, over waar ze vandaan komen, over waar ze zouden moeten staan, over waaraan ze dienen te werken om een waardige toekomst voor iedereen te realiseren, over de kern – inderdaad de hartslag – van datgene waarin en waarvoor ze leven. |
|
| |
Joris Geldhof |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|