| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Een tijd van oorlog, een tijd van vrede. Bezetting en bevrijding in de bijbel. |
 |
 |
Klaas A.D. Smelik |
| |
Zoetermeer, Uitgeverij Boekencentrum- 2005 |
 |
| |
Het probleem van oorlog en oorlogsgeweld in de bijbel is een wrange en vervelende kwestie voor hedendaagse lezers. Niet alleen de roofzucht van het uitverkoren volk of de crue verhalen over wraak en vergelding, maar misschien vooral de voorstellingen van God als krijgsheer baren hun moeilijkheden. God treedt in de bijbel zelf in het strijdperk, hij keurt het initiatief tot veldtochten goed én spoort zijn koningen actief aan tot aanvalsacties. Van de goede God zoals wij die liefst hebben, één namelijk die de vrede wil onder alle volkeren, lijkt dit alles ver verwijderd.
Met kennis van zaken heeft de veelzijdige bijbelwetenschapper Klaas Smelik in zijn meest recente boek een antwoord trachten te formuleren op de vragen die deze problematiek met zich meebrengt. Met een grote gevoeligheid voor nuances heeft hij een tussenpositie gezocht tussen de overhaaste verwerping enerzijds en de onbereflecteerde aanvaarding anderzijds van bijbelse geweldteksten. Geen van deze strategieën kan uiteindelijk de toets van de kritische gelovige doorstaan. Het is vooral echter tegen het doodzwijgen, het wegmoffelen of het trachten ontwijken van de oorlogsgezinde taal en verhalen in de bijbel, dat Smelik gekant is. Want die tactiek is niet alleen op intellectueel vlak weinig vruchtbaar, ja zelfs eigenlijk niet verdedigbaar, ze snijdt ook op spiritueel vlak authentieke mogelijkheden tot bezinning en geloofsverdieping af. Immers, spiegelt men zichzelf niet iets voor, indien men nalaat zich met de héle bijbelse overlevering te confronteren, inclusief de taaie en tegen de borst stotende passages?
Smeliks aanpak getuigt van een ruime achtergrondkennis, gekoppeld aan de wens om in een toegankelijke taal voor een breed publiek te schrijven. Dat verklaart waarom in Een tijd van oorlog, een tijd van vrede veel informatie bemiddeld kan worden, zonder dat ‘instructie’ de primaire doelstelling wordt. Want er wordt wel degelijk een theologisch relevant punt uitgewerkt: de teksten over oorlog en geweld in de bijbel zijn niet louter getuigenverslagen van hoe het er destijds aan toe ging, ze bevatten voor attente lezers van vandaag verrassende wendingen die ons veel over onszelf en onze God kunnen openbaren.
Veel van de manier waarop Smelik de bijbelse geweld- en oorlogsteksten ontsluit, berust op een contextualisering ervan. Daartoe schetst hij onverbloemd de werkelijkheid van en de omgang met veroveringen en heroveringen in de politieke en economische cultuur van het Oude Nabije Oosten. Er is daarbij aandacht voor gelijkenissen en verschillen tussen Israël en grootmachten zoals bijvoorbeeld de Assyriërs. Bovendien moeten volgens Smelik vele oorlogspassages in de bijbel worden gekaderd in de context van de ballingschap, die maatgevend is geweest voor de redactie van heel wat boeken van het Oude Testament. Het geweld en de trauma’s die het joodse volk toen hebben moeten ondergaan, hebben in al hun psychologische complexiteit een enorme stempel gedrukt op zijn geschiedenis en identiteit. Smelik wijst er terecht op dat wraakfantasieën en geweldtaal dan niet onlogisch zijn. Het belangrijkste is echter dat de ballingen het besef ontwikkelden dat hun God niet vast gekluisterd zit aan één gebied of één bevolkingsgroep. Op die manier groeide het besef dat hun God een universele God is die het joodse volk niet alleen begunstigt en liefheeft, maar in en omwille van die liefde ook bekritiseert en als het moet, veroordeelt. Het daaruit voortvloeiende vermogen tot religieuze zelfkritiek beschouwt Smelik als ongemeen belangrijk en uniek, in de zin dat het niet of minstens toch niet in dezelfde mate aangetroffen wordt bij Israëls nabuurvolkeren.
Desalniettemin hadden de ordening en de presentatie van het vele boeiende materiaal beter gekund. Zo is niet overal dezelfde logica doorgetrokken bij de precieze plaatsing en formulering van de talloze tussentitels. Ook dezelfde, van de hoofdtekst afwijkende typografie voor langere bijbelcitaten zowel als inhoudelijke interludia werkt hier en daar verwarring in de hand, zeker omdat nergens uitgelegd wordt wat precies uitgelegd wordt in de tussenstukjes en wat ermee beoogd wordt. Het voornaamste bezwaar betreft echter het zesde hoofdstuk, dat duidelijk niet op hetzelfde élan als de vorige vijf doorgaat. Te snel, te lukraak en te eenzijdig historisch wordt de lijn doorgetrokken van de hellenistische periode tot de eerste eeuw na de jaartelling, waarbij terloops en vrijblijvend enige fragmenten uit het Nieuwe Testament worden ingevoegd. Ofwel had Smelik met dezelfde bravoure en dus uitvoeriger moeten ingaan op teksten uit die tijd, ofwel had hij moeten afzien van zijn plan om de bijbel in zijn totaliteit te bespreken. Bovendien is door de gebrekkige conceptie van het laatste hoofdstuk ook de ondertitel van het boek niet het beste alternatief gebleken. De thema’s 'bezetting en bevrijding' komen in Smeliks boek eigenlijk te summier aan de orde om als ondertitel te kunnen dienen. Misschien was iets in de zin van 'over God en geweld in het Oude Testament' een betere optie geweest.
Deze luttele kritische opmerkingen mogen echter niet doen vergeten dat Smelik op zijn best is wanneer hij creatief elementen uit de bijbelse verhaalschat – in Een tijd van oorlog, een tijd van vrede vooral uit de historische boeken – tot leven brengt, op een manier die prikkelt en blijft hangen. Het feit dat hij erin geslaagd is om een moeilijke problematiek aan te pakken, veel gegevens te integreren in een vlot leesbare synthese én om een uitdagende theologische visie te ontwikkelen, verdient zondermeer bewondering. |
|
| |
Joris Geldhof |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|