| Ethische Perspectieven | |||||||||||||||||||||
| Oriëntalisten | |||||||||||||||||||||
![]() |
Edward W. Said | ||||||||||||||||||||
| Amsterdam/Antwerpen, Mets & Schilt/Standaarduitgeverij- 2005 | |||||||||||||||||||||
| Edward Wadie Said (1935–2003), vermaard Amerikaans theoreticus van de literaire kritiek en politiek activist, werd in Jeruzalem geboren in een christelijk Palestijns-Libanees gezin. Tot zijn twaalfde leefde hij deels in Jeruzalem en deels in Caïro. In 1948 week de familie Said definitief uit naar Caïro waar de jonge Edward lessen volgde aan het Britse Victoria College. Op 15-jarige leeftijd werd hij naar Mount Hermon School in Massachussets gezonden en voltooide hij zijn opleiding in de Verenigde Staten met een B.A. aan Princeton University en een M.A. en Ph.D. (Engelse literatuur) aan Harvard University. Deze rusteloze periode in zijn leven heeft Said beschreven in de autobiografie Out of Place: A Memoir (1999).
In 1963 werd hij benoemd tot Professor of English and Comparative Literature aan Columbia University (New York City). Literatuur was zijn hartstocht. Zijn eerste boek, Joseph Conrad and the Fiction of Autobiography (1966) werd door hemzelf omschreven als een poging tot fenomenologische kritiek, waarbij hij verwees naar Sartre, Merleau-Ponty en Husserl. Het was niet zomaar een beschrijving van een reeks anekdotische gebeurtenissen in het biografische genre van '… in life and letters', maar werd een studie van Conrads leven via analytisch tekstonderzoek. Zijn tweede boek, Beginnings: Intention & Method (1975) is een zeer theoretisch werkstuk waarin Said poneert dat literatuur, geschiedenis, filosofie en sociaal betoog in de literaire kritiek niet kunnen worden opgesplitst, maar één onlosmakelijk geheel vormen. Een tekst wordt gemaakt door zowel de auteur, de criticus als de lezer en is tot op zekere hoogte een collectieve onderneming. Said onderzoekt in dit werk de meesterwerken van het modernisme en de (destijds) recente theoretische werken, en argumenteert dat een aanvang (beginning) totaal iets anders is dan een oorsprong (origin) omdat een aanvang vrij kan worden gekozen en een oorsprong alleen maar kan worden geaccepteerd. '[A] beginning is designated in order to indicate, clarify, or define a later time, place, or action. In short, the designation of a beginning generally involves also the designation of a consequent intention.' (Beginnings, Granta, 1997, blz. 5) Het was bijna onvermijdelijk dat het derde boek van de sedert de Zesdaagse Oorlog (1967) sterk politiek (pro-Palestijns) geëngageerde Said, Orientalism (1978), een tekst zou worden waarin literatuur, geschiedenis, filosofie en sociaal betoog de mix vormen in een onderzoek naar de wijze waarop de Oriënt in het Westen werd voorgesteld. Orientalism werd vrijwel meteen een standaardwerk op het gebied van cultuurstudies en het werd in 2003, naar aanleiding van de 25ste verjaardag van de eerste publicatie, door Penguin Books uitgebracht met een gloednieuw voorwoord van de schrijver. Deze Penguin-uitgave is nu in het Nederlands vertaald. Orientalism is een vrij moeilijk boek. NRC-redacteur en columnist Sjoerd de Jong omschrijft het in zijn nawoord, De erudiete woede van Edward Said (blz. 437–447), als 'een gepassioneerd, erudiet maar ook tegenstrijdig boek, bij vlagen briljant en dan weer verward; vaak scherpzinnig en secuur, maar ook emotioneel en slordig; soms lucide en verhelderend, dan weer ondoordringbaar en overladen met details; regelmatig raak en overtuigend, maar ook altijd weer uitnodigend tot nuancering, kritiek en tegenspraak'. De vertaler, Wiecher Hulst, heeft hier een enorme prestatie geleverd, want hij heeft de stijl, de toon en de ideeën van Said zeer nauwkeurig weergegeven. Eén kleine opmerking. Said koos ervoor zijn boek de titel Orientalism mee te geven. Hij bedoelde daarmee de ruime, brede maatschappelijke beweging in het Westen die onder leiding van vooraanstaande oriëntalisten – schrijvers, filosofen, politici, ambtenaren, militairen, taalkundigen, wetenschapsmensen – bepalend was voor de beeldvorming van de Oriënt. Met de Nederlandse titel Oriëntalisten wordt de nadruk gelegd op de oriëntalist als individu zonder de connotatie 'maatschappelijke beweging'. Vermoedelijk heeft de vertaler (of de uitgeverij) niet willen kiezen tussen de twee mogelijke Nederlandse vertalingen van orientalism: oriëntalisme en oriëntalistiek. In zijn nieuwe voorwoord van 2003 schrijft Said dat Orientalism (ik geef de voorkeur aan de Engelse titel) in de eerste plaats een boek is over cultuur, denkbeelden, geschiedenis en macht, eerder dan over Midden-Oostenpolitiek tout court (blz. 10). Oriëntalisme is volgens hem een halfmytische constructie die sinds inval van Napoleon aan het einde van de achttiende eeuw talloze malen is geschapen en herschapen door een macht die gebruik maakte van een doelmatige vorm van kennis en wetenschap om de Oriënt te definiëren en vervolgens te bevestigen dat dit nu eenmaal de aard van de Oriënt was, en dat we hem dienovereenkomstig dienden te behandelen. Deze definitie van de Oriënt (de oosterling kan zichzelf niet besturen, hij is van nature lui, hij is sexueel geobsedeerd…) noemde Said zeer racistisch en hij was een van de eersten om die aan de kaak te stellen. Oriëntalisme – en oriëntalistiek – was volgens hem verre van objectief of wetenschappelijk: het was in wezen een functie van kennis, macht en duurzame controle over de bevolkingsgroepen die de imperialistische westerse mogendheden (eerst Frankrijk en Groot-Brittannië en daarna de Verenigde Staten) wilden overheersen. Het kwam die mogendheden goed uit dat over de Oriënt uitsluitend in culturele stereotypen werd gedacht. De uiterlijke vorm van het stereotiepe beeld wordt namelijk altijd beheerst door een of andere versie van de gemeenplaats dat als de Oriënt zichzelf zou kunnen vertegenwoordigen, hij dat zou doen; omdat hij dat niet kan, moet de beeldvorming haar werk doen, vooral ten behoeve van het Westen, maar faute de mieux, ook voor de Oriënt. ‘Sie können sich nicht vertreten, sie müssen vertreten werden’ schreef Karl Marx in Der Achtzehnte Brumaire des Louis Bonaparte (1852) en Said koos dit citaat als motto om aan te geven hoe door de kolonisator over de volkeren van het Midden-Oosten werd gedacht (Marx viseerde wel een Europese situatie). Om zijn stelling betreffende de overheersing door het Westen en de verdrukking van het Oosten kracht bij te zetten, schetst Said in het eerste deel van zijn boek het terrein dat wordt bestreken door het woord 'oriëntalisme' met als voorbeelden de Franse en de Britse beleving van het Nabije Oosten, de islam en de Arabieren. Het is kenmerkend dat in deze eerste periode (einde 18de – begin 19de eeuw) de Oriënt steeds tegenover het Westen wordt geplaatst, waarbij duidelijk een geografische lijn tussen beide gebieden wordt getrokken en Europa als machtig en duidelijk omlijnd wordt voorgesteld, Azië als verslagen en vaag. Dit leidde in Europa tot de idee dat de Oriënt lethargisch en onveranderlijk was, totaal verschillend van het Westen waarvan een grote dynamiek uitging. In het tweede deel van zijn boek verengt Said zijn blikveld tot de moderne oriëntalisten en tracht hij de ontwikkeling van het moderne oriëntalisme te achterhalen via een grotendeels chronologische beschrijving en via de beschrijving van een aantal kenmerken die gemeenschappelijk zijn aan het werk van belangrijke dichters, kunstenaars en wetenschapsmensen. Hierin beschrijft hij ook de opkomst en de ontwikkeling van het oriëntalisme tegen de achtergrond van de intellectuele, culturele en politieke geschiedenis. In het derde deel van Orientalism schrijft Said hoe langer hoe meer als de politieke activist. In dit deel behandelt hij de periode van de grote koloniale expansie in de Oriënt, die culmineert in de Tweede Wereldoorlog. Deze laatste hoofdstukken beschrijven ook de verschuiving van de Britse en de Franse hegemonie naar de Amerikaanse. Het is zijn bedoeling om de huidige intellectuele en maatschappelijke werkelijkheden van het oriëntalisme in de Verenigde Staten aan te geven. Hierbij gaat hij onder meer hevig te keer tegen historicus en Princeton University professor Bernard Lewis die het niet eens is met Saids stellingen en die stevige polemieken met hem voerde, onder meer in de New York Review of Books. Dat Orientalism naar het einde toe steeds 'politieker' wordt, heeft ook Said aangegeven in een interview met Mark Edmundson in 1993: 'So Orientalism is not just a vicarious experience of marvels of the East; it is not just vague imagining about what the Orient is, although there is some of that there. But it really has to do with how you control actual populations; it is associated with the actual domination of the Orient, beginning with Napoleon.' (Gauri Viswanathan [ed.]: Power, Politics and Culture: Interviews with Edward W. Said, Bloomsbury, 2001, blz. 169) In datzelfde interview geeft hij bovendien aan dat Oriëntalism een deel is van een drieluik waar The Question of Palestine en Covering Islam bij aansluiten, een duidelijke aanwijzing dat hij Orientalism als politieke boodschap bedoeld heeft. Intussen is Orientalism een onmisbaar discussiestuk geworden wanneer het gaat over politiek en cultureel kolonialisme, imperialisme, alsmede stereotypering en onderdrukking van volkeren. Het is goed dat het nu in Nederlandse vertaling beschikbaar is. |
|||||||||||||||||||||
| Luc Aerts | |||||||||||||||||||||
| Andere Boekbesprekingen | |||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||
