28-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Centrum voor Vredes- en Milieu-Ethiek - KU Leuven : 'Macht en onmacht van ethiek en religie in ex-Joegoslavië'
various reviewers (1995)
 Boekbesprekingen
(2008)
 Leven en geleefd worden in een technowetenschappelijke samenleving
Johan Evers (2009)
 Scholen voor het leven : een sociaal-ethische reflectie op onderwijs
Bert Roebben (1995)
 Federatie palliatieve zorg Vlaanderen pleit voor een palliatieve filter in de euthanasieprocedure
Bert Broeckaert (2001)
 Praktische Ethiek van palliatieve zorg een onderzoek naar morele dimensies van palliatieve zorg
Maaike Hermsen (2000)
 Nieuwe portaalsite: ethics.be
Bart Pattyn (2003)
 
Ethische Perspectieven
Filosofie van de waarheid
Simon Blackburn
  Vertaald door Rob van Essen. Amsterdam, De Bezige Bij-  2006
  De waarheid heeft het de laatste decennia zwaar te verduren gehad. Hoewel het wantrouwen tegenover de rede zo oud is als de filosofie zelf, was de twintigste eeuw het tijdperk bij uitstek waarin de waarheid werd bespot, verguisd, gerelativeerd, tussen haakjes gezet en gedeconstrueerd. Uiteraard waren er auteurs die zich tegen deze tendens verzetten, maar die uitzonderingen bevestigden slechts de regel. De liefde die filosofen altijd hadden gekoesterd, was duidelijk over. Het was een oude jeugdliefde en niet meer dan dat; een liefde waar sommigen zich zelfs voor leken te schamen.

In zijn nieuwste boek neemt Simon Blackburn het terug op voor de waarheid. De oorspronkelijke titel van dit werk luidt Truth: A Guide for the Perplexed (2005) en het is enigszins jammer dat de verwijzing naar diegenen die het noorden kwijt zijn (d.w.z. diegenen die verward zijn aangaande het statuut van de waarheid) in de vertaling is verdwenen. Nochtans is de specificatie van de doelgroep niet onbelangrijk. Als we de achterflap mogen geloven, is het immers een boek voor ‘believers’, d.i. voor diegenen die ondanks alle berichtgeving van het tegendeel, nog steeds geloven 'dat de waarheid ergens te vinden is'. Het is een boek dat hun terug vertrouwen moet schenken. In de eerste plaats biedt het echter een overzicht van de verschillende discussies tussen absolutisten en relativisten, dat wil zeggen tussen diegenen die met luide stem een ijzeren, unieke en onwrikbare waarheid verkondigen en diegenen die dit project als onzinnig van de hand doen. Als dusdanig is het een reis langsheen de verschillende posities in het debat, een heen-en-weer dat suggereert dat beide partijen het bij het verkeerde eind hebben.

Reeds in de beginpagina’s legt Blackburn de vinger op de wonde. Het probleem is niet zozeer dat er geen waarheid meer is, maar dat er te veel waarheden de ronde doen. In de woorden van Chesterton: 'Het probleem met mensen die hun geloof in God zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn overal in te geloven'. Het relativisme heeft niet zozeer een temperend effect gehad op het enthousiasme waarmee waarheidsaanspraken worden verkondigd, maar doordat de waarheid zoek is, heeft het fanatisme nu net vrij spel gekregen. Het relativisme is, zoals Blackburn het uitdrukt, 'een vrijbrief om te geloven wat men wil'. Het is deze wildgroei aan waarheden die hem stoort (bijvoorbeeld astrologie, homeopathie, handlezen) en hij betreurt het gebrek aan moed om deze praktijken aan de kaak te stellen. Volgens Blackburn kunnen we zowel het frivole pluralisme als het hardnekkig fanatisme enkel bestrijden door de criteria die zin van onzin onderscheiden duidelijker te benadrukken (en dus niet door de waarheid verder te ironiseren).

De uitgever mag er dan wel prat op gaan dat het boek een 'duidelijke houvast biedt' voor degenen die nog in de waarheid geloven, maar het moet gezegd dat daar de eerste 220 bladzijden weinig van te merken valt. De geruststelling die op de achterflap beloofd wordt, laat op zich wachten en diegenen die al perplex stonden zullen aanvankelijk alleen nog maar wanhopiger worden. Zo toont Blackburn aan dat het beroemde terugslagargument – 'de relativistische positie is inconsistent omdat ze haar eigen waarheid veronderstelt' – niet zo efficiënt is als vaak wordt gedacht. Het steunt immers op het idee dat er inderdaad ‘iets’ is dat terugslaat, maar dat ‘iets’ wordt door de relativist precies ontkend. Bijgevolg heeft hij geen enkele moeite om zijn eigen positie te relativeren; dat is slechts een probleem voor de tegenpartij. Aan de andere kant laat Blackburn duidelijk verstaan dat er iets schort aan het relativisme. Zo vergelijkt hij de relativist met een boogschutter die zijn pijl willekeurig afschiet om pas daarna het doelwit rond de pijl te tekenen. De trots waarmee hij telkens 'bull’s eye!' roept, lijkt uitermate misplaatst. Toch is dat niet het moment waarop Blackburn ons ter hulp schiet. Integendeel, hij voert ons verder langs het toppunt van wantrouwen dat – hoe kan het ook anders – bereikt wordt met Nietzsche. Hier wordt duidelijk dat het beeld van een groep boogschutters die allemaal gericht zijn op hetzelfde object (de Werkelijkheid), fundamenteel misleidend is. Het probleem is niet zozeer dat er verschillende perspectieven zijn, maar verschillende werelden ('er zijn geen feiten, er zijn slechts interpretaties'). Hierdoor lijkt het relativisme weer aan hardnekkigheid te winnen.

Tot en met het vijfde hoofdstuk is Filosofie van de waarheid een overzicht van woord en wederwoord dat de lezer zowel inzicht als verwarring schenkt, want doordat het probleem duidelijker in kaart wordt gebracht, wordt het ook des te nijpender. Blackburn dompelt zijn lezers onder in een bad van vertwijfeling, maar hij laat telkens zien dat, alhoewel het water stijgt, er steeds een richeltje overblijft waar de ‘believer’ zich aan kan optrekken. Slechts wanneer Rorty ter sprake komt, dreigt de ‘believer’ pas echt natte voeten te krijgen (om van een nat pak en een akelige verdrinkingsdood nog maar te zwijgen). Het is op dat moment dat Blackburn kleur bekent. Hij struikelt vooral over Rorty’s gechargeerde stelling dat de waarheid datgene is 'waarmee je tijdgenoten je ongestraft laten wegkomen'. M.a.w. het hele idee van afspiegeling van de werkelijkheid is nonsens en wat overblijft zijn verschillende vocabulaires die geen onafhankelijk of objectief ankerpunt meer hebben. Voor Blackburn is dit misplaatste retoriek en hij probeert aan te tonen dat Rorty zelf niet ontkomt aan het idee dat er waarheidscriteria zijn die zich onafhankelijk van de ‘spreker’ opdringen (cf. Rorty’s bias met betrekking tot literatuur, hoogcultuur en intellectuelen).

Toch is het moeilijk om Blackburns eigen positie duidelijk voor ogen te krijgen. Misschien is minimalistisch quasi-realisme nog de beste omschrijving van wat hij verdedigt. Het is een quasi-realisme omdat de waarheid geen kwestie is van 'in contact treden met de echte werkelijkheid' (het standpunt van de zgn. absolutisten), maar toch is een geloof in de waarheid gerechtvaardigd. De beste verklaring voor het succes van de wetenschap is immers dat ze de werkelijkheid op de juiste manier beschrijft (wat Blackburn de ‘Putnam-Boyd transformatie’ noemt). Het is een vorm van minimalisme omdat het erkent dat er geen ‘ding’ of eigenschap is die proposities waar maakt; iets wat we kunnen afzonderen en filosofisch kunnen duiden.

Zelf is Blackburn er niet zozeer op uit om zijn eigen positie met dergelijke technische labels te verbinden. Waar het hem om te doen is, is aantonen dat het wetenschappelijke wereldbeeld – hoe sceptisch we ook mogen zijn – ons allemaal in zijn greep heeft. Zelfs de grootste new age-fanaten of alternatievelingen vertrouwen op de technologie van auto’s, liften, faxapparaten en aspirines. Dat vertrouwen is niet zo blind als het mag lijken: ons geloof in de wetenschap is gerechtvaardigd. Hierdoor lijkt Blackburn zich aan te sluiten bij Dawkins die reeds geruime tijd een kruistocht voert tegen allerlei vormen van bijgeloof, kwakzalverij en pseudo-wetenschappelijke prietpraat (zie bijvoorbeeld diens schitterende Unweaving the Rainbow).

Blackburn wil twee dingen bereiken met zijn boek: hij wil een overzicht bieden van het filosofische debat omtrent het statuut van de waarheid én hij wil het vertrouwen in de waarheid herstellen. Wat die eerste doelstelling betreft, is hij met glans geslaagd. Zo is het aantal auteurs dat hij ten tonele voert, ronduit indrukwekkend: Heraclitus, Sextus Empiricus, Derrida, Putnam, Davidson, Hume, Kant, Plato, James, Wittgenstein, Nagel, Van Fraassen, Protagoras, Williams enzovoort. Het spreekt vanzelf dat Blackburn niet de tijd heeft om de subtiliteiten van ieder van deze filosofen uitvoerig uit de doeken te doen, maar zijn poging is bewonderenswaardig. Hij slaagt er als geen ander in om een debat dat zich voornamelijk in de internationale vakliteratuur afspeelt, begrijpelijk te maken voor een breed publiek.

Wat de tweede doelstelling betreft, begint en eindigt het boek met stoer taalgebruik, maar wat daartussen ligt, is veel minder flamboyant. Dat is echter eerder een zegen dan een vloek. Zijn genuanceerde uiteenzetting vermijdt karikaturen en toont aan hoe relevant de waarheidsvraag vandaag de dag nog is. Meer nog: ze voorkomt dat die vraag vergeten wordt. De waarheid verdient onze aandacht en dit boek is daar het bewijs van. In zijn laatste zinnen besluit Blackburn dat we de postmoderne aanhalingstekens mogen verwijderen van termen zoals waarheid, rede, objectiviteit en vertrouwen. Dergelijke taal mag dan stoer en onverschrokken klinken, ze doet de boodschap van Blackburn geen eer aan. Wat zijn verhaal duidelijk maakt, is niet zozeer dat het postmodernisme onterechte of irrelevante kritiek had, maar dat we de aanhalingstekens die het met zoveel ophef en poeha heeft geplaatst, op hun beurt moeten relativeren.
 
  Thomas Nys
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29