22-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Landbouworganisaties en sociale bewegingen in Kenia
Mercy Karanja (2005)
 Woord Vooraf : De spirituele bronnen van burgerzin en de taak van de katholieke universiteit.
Johan Verstraeten (1998)
 De impact van de strijd tegen het terrorisme op het ius ad bellum: evolutie of revolutie?
Frederik Naert (2003)
 Is soberheid zinvol ? Does frugality make sense?
Luk Bouckaert (2001)
 Plasslike etiek kommittees behoort te besluit hoeveel navorsingdeenemers betaal sal word
Keymanthri Moodley (2005)
 Woord vooraf: Origineel zijn zoals dat volgens de groep hoort
Bart Pattyn (2004)
 Boekbesprekingen
reviewers (2012)
 
Ethische Perspectieven
Politiek voorbij de transcendentie? Over democratie en mystiek.
Luk Sanders
  Kapellen/Kampen, Pelckmans/Klement-  2005
  Al wat een menselijk leven de moeite waard maakt, wordt fundamenteel gekenmerkt door een of andere vorm van transcendentie, zo stelt Luk Sanders in de inleiding van deze bundel. Langs de andere kant worden we geconfronteerd met de opvatting dat democratische politiek een zuiver immanente aangelegenheid zou zijn. In de lijn van Hobbes wordt het politieke in een democratie dan best begrepen als een contract omwille van het berekende eigenbelang. De publieke ruimte en de staat worden daarom best tot ‘neutraal’ terrein verklaard, waarbij het transcendente dan verbannen wordt naar de privé-sfeer. Gezuiverd van de ongrijpbaarheid van het transcendente zou de openbare sfeer beter beheersbaar worden, en politiek een kwestie van praktische efficiëntie in het licht van het zogenaamde ‘algemeen belang’.

Maar, indien menselijkheid ten diepste steeds gepaard gaat met transcendentie, en in het besef dat politiek toch een menselijke zaak bij uitstek is, klopt die gedachte dan? Sluiten democratische politiek en transcendentie elkaar uit, of zijn ze toch altijd op een of andere manier met elkaar verbonden? En als ze verbonden zijn, onder welke vorm is dat dan? Keert daarin de oude verhouding tussen (christelijke) religie en politiek terug onder een nieuwe gedaante? Of gaat het toch om iets nieuws? Dergelijke vragen worden in dit boek vanuit allerlei invalshoeken onder de loep genomen. Daarbij houdt één gedachte al de bijdragen in deze bundel samen: gangbare opvattingen over politiek zonder transcendentie schieten te kort. Voor het overige verschillen de gepresenteerde teksten zeer, zowel wat betreft invalshoek en inhoudelijke kwaliteit, als in stijl en lengte. Een steviger begeleidend essay dat het concept van transcendentie meer uitdiept, en vervolgens de verschillende bijdragen op elkaar betrekt zou hier wenselijk geweest zijn. Dat neemt niet weg dat de bundel heel wat interessants te bieden heeft. Ik geef een bondig overzicht.

Het boek is geordend in drie delen, waarvan de eerste twee aspecten van zogenaamde ‘immanente transcendentie’ behandelen. ‘Politiek en identiteit’ bevat drie teksten met een ‘politiek antropologische’ inslag. Bart Pattyn stelt de vraag naar het fanatisme dat we vandaag in de politiek zien opduiken. Dat is geen exclusief religieus fenomeen, maar heeft alles te maken met verschillende stijlen van (groeps)identificatie. Marc Hooghe stelt de vraag naar een gedeelde sokkel van normen en waarden als cement voor de samenleving, en aan welke voorwaarden die dan moet voldoen. Daarbij vraagt hij zich af of het ‘constitutionele patriottisme’ à la Habermas voldoende wervend is. Inge Vervotte en Piet Raes presenteren vervolgens een christen-democratische visie op democratie en burgerschap gebaseerd op het werk van Mounier.

Deel twee ‘Hoe "real" is de moderne ‘Politik’?’ behandelt de vraag of politiek te herleiden valt tot een louter machtsspel. Ronald Tinnevelt probeert de zuiver immanente visie op de wereldpolitiek te pareren van het ‘paradigma van het politieke realisme’ – dat door de regering-Bush opnieuw centraal is komen staan. Hij gebruikt daarvoor het concept van ‘interne transcendentie’ zoals dat ontwikkeld is door Martha Nussbaum. Politiek is niet alleen een zaak van machtsevenwicht, maar heeft steeds ook een taak om het goede leven van mensen mogelijk te maken. En juist daarin blijft politiek verbonden met de constitutieve voorwaarden van onze menselijkheid die in hun beperking vragen om overschrijding. Wat de internationale politiek betreft leidt dat tot de conclusie 'dat Kants voorstel voor de eeuwige vrede misschien niet zo utopisch is als soms wordt voorgesteld'. (p.80)

In zijn tekst ‘Een hyperneutraal bestaan’ probeert Ignaas Devisch 'twijfel te zaaien over de voltooiing van zowel de neutraliteit als de immanentie' (p.83) van de politiek. Daartoe hanteert hij werk van Giorgio Agamben en Carl Schmitt over de ‘uitzonderingstoestand’ waarin wij zouden leven, en van Jean-Luc Nancy over soevereiniteit en mondialisering. De golfoorlogen laten zien hoe getracht wordt om soevereine beslissingen tot oorlog te verdonkeremanen via een discours van universele vrede en humaniteit. De vraag naar de soevereiniteit dient meer dan ooit te worden gesteld: 'Een wereld die voor zichzelf soeverein wordt, impliceert evenzeer het gevaar van een wereld die zichzelf soeverein ten gronde richt, aldus Nancy.' (p.95)

Pieter De Graeve probeert te laten zien dat het beeld van machiavellisme als een platte machtspolitiek niet terug te voeren is tot de teksten Machiavelli zelf. Daarin verschijnt het politieke handelen vanuit een onophefbare spanningsverhouding tussen en samentreffen van virtu en fortuna die beide per definitie onzeker zijn. Macht kan dan niet meer worden gedacht als een persoonlijk te hanteren vermogen, maar wordt tot iets onpersoonlijks.


Het derde deel, ten slotte, behandelt de relatie tussen christendom en democratie, en stelt daarbij de vraag naar ‘transcendente politiek’, politiek met een religieuze grondslag. Luk Sanders betoogt vanuit een historisch-theologische lezing dat door de specifieke vorm van transcendentie in jodendom en christendom de scheiding tussen kerk en staat al een oud verhaal is. Daarbij zou christendom niet noodzakelijk uitmonden in democratie, maar wel 'meerdere logische structuren (inhouden), die mogelijkheidsvoor-waarden voor democratie bevatten' (p.131).

Via een analyse van de investituurstrijd probeert Inigo Bocken dan aan te tonen dat ook in de Europese Middeleeuwen religie en politiek niet restloos samenvielen. Het gaat eerder om 'twee perspectieven op de samenleving, die altijd ook elkaar betreffen'. Daarin toont zich tevens 'de noodzaak om te erkennen dat ook politiek niet louter een aangelegenheid van instrumentele machtsverhoudingen is. Wanneer ook de moderne staat als een paradoxale erfgenaam van het dynamische conflict tussen keizer en paus begrepen kan worden, erkent ook hij zijn begrenzing door de zinaanspraken die uit de samenleving komen en waarover hij geen rechter wil zijn, maar voor wie hij een vreedzaam samenleven garandeert.' (p.144).

Het boek wordt besloten met een vertaling van het essay Permanence du théologico-politique? (1981) van Claude Lefort, met zijn 55 pagina’s een pièce de résistance in de ware zin van het woord. Daarin worden kernbegrippen uit het werk van Lefort uitgewerkt, zoals het onderscheid tussen le en la politique, het dubbele lichaam van de koning, de lege plaats van de macht, een interpretatie van lacaniaanse termen als het symbolische, het reële en het imaginaire.

In deze tekst onderzoekt Lefort de betekenis voor de politiek van de terugtrekking van religieuze opvattingen naar de privé-sfeer. 'Draagt deze vaststelling al haar eigen betekenis in zich? Kan gesteld worden dat religie gewoon weggevaagd werd voor de politiek (…), zonder ons af te vragen wat haar investering voordien betekende voor de politieke orde? Of dient men anderzijds te veronderstellen dat deze investering zo diep ging dat ze daar onherkenbaar is geworden (…)? Kan men niet aannemen dat in weerwil van de feitelijke veranderingen, het religieuze bewaard is gebleven in bepaalde kenmerken van nieuwe geloofsvormen en nieuwe voorstellingen, op een manier dat het weer aan de oppervlakte zou kunnen komen, onder klassieke of onuitgegeven vormen, wanneer de conflicten maar scherp genoeg zijn om de inrichting van de staat te doen wankelen?' (p.151).

Lefort onderzoekt daartoe het theologisch-politieke schema zoals dat o.a. tot uiting komt in het dubbele lichaam van de koning. Dat leidt tot de erkenning dat 'volgens dat schema, al wat in de richting van immanentie gaat ook in de richting van transcendentie gaat, al wat in de richting van het expliciteren van de contouren van de maatschappelijke verhoudingen ook in de richting van de interiorisering van de eenheid gaat en al wat in de richting van de definitie van objectieve, onpersoonlijke entiteiten ook in de richting van een verpersoonlijking van deze entiteiten gaat.' (p.202).

De vraag is dan of met de democratische maatschappij ‘dit raderwerk’ niet verbroken is? Lefort doet hierover geen definitieve uitspraak, maar geeft aan dat ondanks vele elementen van continuïteit in het weefsel van de geschiedenis, de ‘diepte van de breuk’ wellicht doorweegt. Met de desincorporatie van de macht en de scheiding van het religieuze en het politieke heeft zich ‘een nieuwe ervaring van de instelling van het maatschappelijke’ afgetekend. Een heractivering van het religieuze zou daarbij eerder imaginair dan symbolisch doeltreffend zijn, waarbij zij 'nog slechts getuigt van een moeilijkheid (…) van de democratie om zich leesbaar te maken voor zichzelf …'. (p.203).
 
  Jef Peeters
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29