| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De ethiek. Essay over het besef van het Kwaad. |
 |
 |
Alain Badiou |
| |
Vertaald door R. Hofstede. Utrecht, IJzer- 2005 |
 |
| |
De omvang van dit boekje noch de braaf ogende titel doen vermoeden dat het hier gaat om een pittig traktaat dat heel wat springstof bevat. De naam van de auteur, Alain Badiou (1937), radicaal links, verbonden aan de Ecole Normale Supérieur' en het Collège International de Philosophie in Parijs, staat wel garant voor stevige standpunten die ingaan tegen het heersende denken. De tekst, die in 1993 werd geschreven voor een breder publiek, begint als een pamflet, waarin Badiou van leer trekt tegen wat hij noemt de 'ethische ideologie van de mensenrechten' en mondt uit in een schets van de contouren van zijn 'waarhedenethiek' die hij in meer diepgravende studies (vooral L’être et l’événement, uit 1988) heeft uitgewerkt.
De grote eensgezindheid die vandaag onder intellectuelen bestaat met betrekking tot het belang van de mensenrechten en de noodzaak van humanitaire interventies, betekent voor Badiou dat men zich neerlegt bij de gevestigde orde en dat men de plannen voor collectieve emancipatie opgeborgen heeft. Filosofisch gezien vertrekt de ideologie van de mensenrechten van het idee van een vast wezen van de mens, wat van die rechten iets ‘natuurlijks’ maakt. Hierdoor zou men dan a priori kunnen afleiden wat het kwaad is, terwijl Badiou argumenteert dat het kwaad zou moeten worden gedacht vanuit het Goede. Het heersende denken ziet de mens als een slachtoffer, een zijn-tot-de-dood; hij is dan niet meer dan een levend wezen, een dier. Badiou daarentegen heeft het over de onsterfelijkheid van de mens die te maken heeft met ons vermogen tot waarheid.
Een 'ethiek van het verschil' die het moet opnemen tegen racisme en verkrampt identiteitsdenken, vindt evenmin genade in zijn ogen. Een beroep op Levinas’ fenomenologische analyse van het gelaat ('gezicht', luidt de vertaling ten onrechte), helpt ons niet vooruit. Deze analyse – zo denkt Badiou tegen Levinas in – vereist uiteindelijk een religieuze fundering. De echte vraag is voor Badiou die van de erkenning van het Zelfde. Alles wat is, is meervoudig, ook ikzelf. Het anders-zijn heeft geen ethische betekenis. Hij verzet zich dan ook tegen het culturalisme dat ten grondslag ligt aan het multiculturalisme en stelt dat een waarheid dezelfde is voor iedereen.
Dit brengt ons bij zijn waarhedenethiek. Als er nog gesproken kan worden van een ethiek dan moet dat een ethiek zijn van waarheden, in het meervoud. Ons vermogen tot waarheid doet zich voor in de liefde, in de kunst, in de wetenschap en in de politiek. De mens is een bijzondere diersoort die door de omstandigheden opgeroepen wordt om een subject te worden, zoals wanneer iemand aangegrepen wordt door een theatervoorstelling, of na lang werken de oplossing ziet van een wiskundig probleem. Dan wordt het menselijke dier opgeroepen om onsterfelijk te zijn. Dit gebeurt altijd in situaties zonder dat het door die situaties helemaal verklaard kan worden. Voor dit ‘extra’, dit ‘supplement’ gebruikt Badiou het woord ‘evenement’. Een waarheid noemt hij dan het reële proces van trouw aan zo’n evenement. Zo’n waarheid vindt plaats in de situatie. Er is dan ook geen algemene ethiek voor Badiou; ethiek is altijd verbonden met de singulariteit van situaties. Hij geeft als voorbeeld de situatie van een arts tegenover een zieke. Hier is geen ethiek nodig (in de zin van de ethische ideologie, die in ethische commissies leidt tot overwegingen in verband met gezondheidsbudgetten, overheidsuitgaven, statistieken en beheerskwesties); de arts moet deze persoon die hem om verzorging vraagt, verzorgen, tot het einde toe, met alles wat hij weet, met alle middelen die hij daartoe heeft, en zonder daar andere overwegingen bij te betrekken. Toebehoren aan de situatie, toetreden tot de vorming van een subject, houdt in dat we onszelf ongeëxploreerde mogelijkheden voorschrijven, in plaats van te berusten in wat is.
Dit is een prikkelend boek dat pertinente vragen stelt bij een aantal tendensen die in de ethiek vandaag de hoofdstroom vormen. De uitgangspunten van de auteur, die hij ontleent aan het marxisme en aan het antihumanisme van de jaren zestig, zijn voor discussie vatbaar, maar leveren relevante vragen op in de huidige context, ook voor het denken over de mens en over politiek. Met deze vertaling beschikken we nu in het Nederlands over een toegankelijke inleiding in denken van Badiou.
|
|
| |
Gertrude Schellens |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|