24-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Bekering heen en terug Over geloofsverlies
Walter Van Herck (2008)
 De echte grenzen van de globalisering
John Gray (2002)
 Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
Stefan Van Roey (2013)
 Reus is boos, Over emoties en sentimenten
Roland Breeur (2008)
 Doelstelling en structuur van het Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-Ethiek KU Leuven
various reviewers (1996)
 Gezondheidszorg in een multiculturele samenleving, een onderzoek naar de inhoudelijke gevolgen van liberralisering
Gert Olthuis (2000)
 De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
Bart Pattyn (2013)
 
Ethische Perspectieven
Peinzen. 49 filosofische vragen voor kinderen.
Richard Anthone
  Leuven/Voorburg, Acco-  2006
  In 'De wereld van Sofie' typeert Gaarder de wereld als een gigantisch, wit konijn. Daarbij wordt de mens geportretteerd als een minuscuul wezen dat in de konijnenvacht leeft en zich gedurende zijn jeugd bevraagt over hoe dat grote, witte konijn eruit zou zien en welke goochelaar in staat was dit dier uit zijn hoed te toveren.

Naarmate de mens echter vordert in leeftijd, opteert hij ervoor om het filosofische pad te verlaten en om zich in pseudo-zekerheden te nestelen. Ieder kind beschikt met andere woorden over de aanleg en de mogelijkheden om filosofische vragen te stellen, maar wordt in zijn of haar filosofisch gepeins ontmoedigd door volwassenen die hun vermeende zekerheden niet willen opgeven.

Vanuit dit uitgangspunt vertrekken ook de samenstellers van ‘Peinzen. 49 filosofische vragen voor kinderen’. De auteurs zijn de mening toegedaan dat er in se in elk kind een filosoof schuilt. Kinderen hebben immers nog de moed en het verlangen om langs de haartjes van het konijn omhoog te kruipen en een blik op de wereld te werpen. De auteurs van Peinzen onderstrepen daarbij dat de vragende, onderzoekende houding van kinderen gerespecteerd en zelfs gestimuleerd dient te worden.

Derhalve stellen zij in Peinzen 49 lessuggesties ter beschikking van zowel het kleuter- als het basisonderwijs. De suggesties tot doel de filosofische creativiteit van kinderen op gestructureerde wijze uit te dagen. Het verdient beklemtoond te worden dat de auteurs deze opzet ten volle weten te realiseren. Peinzen biedt een schat aan lesmateriaal en –ideeën waarin het wijsgerige denken van kinderen op een originele en inventieve wijze bevorderd wordt. De gesystematiseerde lesontwerpen zijn immers stuk voor stuk uitmuntende voorbeelden van hoe het kritische denken zelfs bij heel jonge kinderen gestimuleerd kan worden.

Tevens beklemtonen de samenstellers dat filosoferen met kinderen eerst en vooral een interactief gebeuren is. Filosoferen houdt in de eerste plaats in dat de werkelijkheid overdacht wordt en dat ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in vraag gesteld worden. Bijgevolg kan het filosoferen met kinderen nooit een les vóór kinderen zijn, maar wel een activiteit mét kinderen. Vanuit deze optiek presenteert het betreffende werkdocument een scala aan onderzoeksactiviteiten waarin afgeweken wordt van de traditionele vorm van kennisoverdracht, maar waarin de kinderen daarentegen worden uitgenodigd om de eigen filosofische vermogens aan te scherpen.

Daarbij is het zonder meer positief dat de geselecteerde onderwerpen zich zonder uitzondering lenen tot het voeren van een filosofisch gesprek. Bovendien sluiten de gekozen items telkens goed aan bij de beoogde leeftijdsgroep. Eveneens positief is de rijke variatie aan verwerkingsvormen. In de verwerkingsactiviteiten wordt immers een harmonieuze integratie van cognitieve, psycho-motorische, dynamisch-affectieve en sociale doelstellingen nagestreefd. Ook de vakoverschrijdende aanpak van de auteurs zal in het basisonderwijs positief onthaald worden. Peinzen biedt immers niet louter een resem filosofische vragen die in de klas behandeld kunnen worden, maar integreert ook leercomponenten en doelstellingen uit andere vakdomeinen. Zo raakt de uitwerking van heel wat filosofische thema’s aan de vakgebieden WO-Tijd en WO-Ruimte. Daarnaast hebben de vele gespreksvormen die aan bod komen betrekking op het deelgebied ‘spreken’ van het vak Nederlands. De diverse boeken waaruit tijdens het gezamenlijke ervaringsmoment wordt voorgelezen, zijn dan weer een voortreffelijke vorm van boekpromotie en ook muzische vorming wordt geenszins geschuwd.

Een ander waardevol aspect van dit werkstuk is het gegeven dat de verwerkingsopdrachten goed gekozen zijn in functie van de aangeboden filosofische items en dat zij telkens voldoende mogelijkheden bieden tot een grondige uitdieping van de wijsgerige onderwerpen. Niettemin zou het prijzenswaardig zijn wanneer de samenstellers bij de filosofische items meer dan één verwerkingsopdracht voorstelden zodat de leerkracht en de leerlingen een activiteit kunnen kiezen die het best bij de klasgroep en haar interesses aansluit. Dezelfde bedenking kan worden geformuleerd tegenover de gezamenlijke ervaringsmomenten waarin het filosofische thema wordt aangekondigd. Niettegenstaande de suggesties voor deze instapmomenten treffend het aan te brengen onderwerp illustreren en zij telkens getuigen van inventiviteit en verschillende competenties in het kind aanspreken, zou het voor leerkrachten meer dan welkom zijn wanneer er verschillende voorstellen gedaan worden, zodat de leerbegeleider kan differentiëren naar leeftijd, bekwaamheden en interesses toe.

Om deze filosofeersessies tot hun volle recht te laten komen, worden de lesontwerpen voorafgegaan door een theoretische inleiding rond de achterliggende gedachten van dit werkstuk. In dat theoretische luik wordt een beknopte en heldere visie geboden op de aan te wenden methode en de vraagstelling van de begeleider/leerkracht. Tevens wordt hier kernachtig geformuleerd wat de kenmerken zijn voor het filosoferen met kinderen, welke de mogelijke valkuilen zijn en welke houding verwacht mag worden van de participanten van de filosofeersessies. Vastgesteld moet worden dat dit theoretisch luik een aantal heldere en duidelijk geformuleerde richtlijnen biedt die de uitwerking van het praktische gedeelte in goede banen leiden. Naast deze didactische ruggensteun, beklemtoont het theoretische luik ook het maatschappelijke belang van het leren filosoferen in een samenleving waarin de sterk doorgedreven individualisatie ons steeds vaker noopt tot een open debat in respect voor de mening van anderen.

Toch willen wij nog een kritische kanttekening plaatsen bij dit werkdocument. Gesteld wordt dat in principe alle antwoorden evenwaardig zijn. Uiteraard vereist een goed uitgekiende methodische aanpak van het filosoferen met kinderen dat de leerlingen zich niet geremd mogen voelen door de gedachte een foutief antwoord te kunnen geven. De samenstellers van Peinzen hameren er dan ook terecht op dat het vertrouwen in het eigen denken bevorderd dient te worden. Toch kan vanuit een ethisch standpunt de vraag worden gesteld of alle antwoorden kwalitatief evenwaardig zijn en of de leerkracht hier niet het recht – of zelfs de plicht – heeft om op een niet-moraliserende wijze bij te sturen. Hebben de filosofeersessies met kinderen enkel tot doel de leerlingen een personalistisch standpunt te leren innemen of mogen zij met andere woorden ook ten dienste staan van het opvoeden tot een moreel hoogstaande persoonlijkheid? Wij menen in elk geval dat het recht op vrije meningsuiting en –vorming niet mag prevaleren op de morele opvoedingsplicht van de leerkracht.
 
  Sofie Veulemans
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29