| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Filosofie van de levenskunst |
 |
 |
Wilhelm Schmid |
| |
Amsterdam, Ambo- 2001 |
 |
| |
Gezondheid, seks, geluk en succes: boeken over deze thema's bereiken een miljoenenoplage en op televisie, met seks voorop, de hoogste kijkdichtheid. Lust en geluk, een begrippenpaar dat soms kortstondig bij elkaar hoort, hebben een magnetische werking op mensen en zijn daarom ook te exploiteren met de belofte dat het voor niemand een illusie hoeft te zijn. Voor wie wil, behoren klachten dadelijk tot het verleden, kan er afgerekend worden met de slopende angst en is er permanent de lach van het succes en van het moderne consumptiegeluk. Het is de populaire, oppervlakkige en normatieve levenskunst – want geluk en genot wil iedereen en als daar recepten voor zijn, godzijdank, eindelijk wat houvast in dit koude, bestaansonzekere leven waarin de meeste mensen alleen voor zichzelf leven.
De Duitse filosoof Wilhelm Schmid, die nadrukkelijk beweert een optatieve filosofie te presenteren, kent slechts één normatief vertrekpunt, beter gezegd, appèl: dat iedereen zo zou moeten leven dat ze hun eigen leven ook de moeite waard vinden. 'Je om een mooi leven bekommeren, daarmee wordt bedoeld dat je ingrijpt in het bestaan en er bewust iets van maakt.' Dat was al in de antieke tijd het domein van de filosofie: greep krijgen op het denken, voordat het ons in de greep krijgt. 'Al te vaak zijn we niet het slachtoffer van uitwendige, anonieme machten, maar van een denken dat ons dit en niets anders over iets laat denken.'
Dit boek is een 'uitsnede' uit het oorspronkelijke werk, Philosophie der Lebenskunst, dat veel omvangrijker is. De vertaling lijkt subliem: het is helder en toegankelijk geschreven, in een taal die onderstreept dat het niet gaat om rijkdom of geluk, maar om het realiseren van een levenshouding, in een taal die geen moment suggereert dat het illusoir maakbaar is. Het zou een weldaad zijn indien dit boek, in ongewijzigde vorm, reeds in de hoogste klassen van middelbare scholen tot de verplichte literatuur zou behoren. (Het bevat twintig korte hoofdstukken – twintig lessen lang oefenen in lezen en reflecteren op alle facetten van het leven tussen geboorte en dood. Een oefenen in het begrijpen wat het betekent je leven te leiden en iets van het leven af te weten. Een oefenen in het kritisch zijn, in het onderzoeken van de vanzelfsprekendheden die zich al vroegtijdig in ons denken vastzetten en in het verkennen van de voorwaarden en mogelijkheden van een 'mooi leven' zonder receptuur want levenskunst is een ambacht van zelfonderzoek.)
We willen dat ons leven van belang is. Dát is net zo zeker als het onderscheid dat Schmid maakt tussen gezond en ziek zijn: 'wie gezond is, heeft duizend wensen, wie ziek is maar één'. Maar welk leven moeten we dan leiden? 'Vandaag' maakt niemand dat meer voor ons uit. We zijn teruggeworpen op ons zelf maar weten niet 'vanzelf' hoe we moeten leven. Wilhelm Schmid's introductie in de levenskunst is een benadering van deze meest fundamentele levensvraag die door vele menselijke eigenschappen wordt gedwarsboomd. Filosofie van de levenskunst is niet een abstracte of louter intellectuele analyse van de realiteit of van hedendaags hedonisme, het is pragmatisch en herkenbaar: het zoekt naar mogelijke antwoorden en het aanleren van vaardigheden in de omgang met gewoontes, lusten, pijn, woede, tijd en de dood, en van de kunst van de ironie, van het 'negatief denken' en de gelatenheid. Het is letterlijk en figuurlijk een Excursion into Philosophy, het schilderij van Edward Hopper waarmee Schmid de filosofische reflectie aanvangt en elke lezer ervan overtuigt dat deze kan bijdragen aan een bewuste manier van leven. In die zin is levenskunst maakbaar.
|
|
| |
Marius Nuy |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|