| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Over God wil ik zwijgen II. Preken. |
 |
 |
Eckhart |
| |
Groningen, Historische Uitgeverij, 2001, 324 p.- 2001 |
 |
| |
Eckhart werd rond 1260 geboren in één van de twee Hochheims dat Thüringen rijk is. Als jongen trad hij in bij de dominicanen en haalde hij zijn graad in de artes liberales in Erfurt en Parijs. Later studeerde hij theologie in Keulen en Parijs.
In 1302 werd hij magister in de theologie en sindsdien is hij bekend als `Meister' Eckhart. Hij doceerde in Parijs en Straatsburg. Niet alleen als geleerde had hij zijn verdienste.
Ook binnen de orde bekleedde hij verschillende ambten. Hij was prior van het huis van de dominicanen in Erfurt, vicaris-generaal van Thüringen en provinciaal overste van de ordeprovincie Saxonia. Op het einde van zijn leven leidde hij het studium generale van zijn orde te Keulen.
In 1326 daagde de aartsbisschop van Keulen hem echter voor de rechtbank van de Inquisitie op verdenking van ketterij. Eckhart verdedigde zich wel in de kerk van de dominicanen te Keulen, maar deed ook een beroep op de paus. Om zijn zaak persoonlijk bij de paus te bepleiten, reisde hij naar Avignon. Daar stierf hij eind 1327 of begin 1328, nog voor het einde van zijn proces. Vlak voor zijn dood had hij een geloofsbelijdenis afgelegd, waarin hij alle stellingen uit zijn werk die eventueel tegen het ware geloof ingingen, herriep. Paus Johannes XXII veroordeelde uiteindelijk 28 stellingen uit Eckharts werk.
Eckharts werk leent zich uitstekend voor vele interpretaties. Sommigen beschouwden hem als de vader van de Duitse mystiek, anderen als vijand van de christelijke orthodoxie, als een voorloper van Luther of zelfs van het Duitse idealisme. Toch groeit er vandaag een consensus onder onderzoekers dat Eckhart vooral een orthodoxe christen was. Alleen leefde hij in een tijd waarin langzaamaan iets nieuws doorbrak en de vroegere eenheid en harmonie van de hoge middeleeuwen begint te ontbinden. In de mystiek trachtte men, zoals in de gotiek, de spanning tussen `deze' en `gene' zijde te boven te komen. Men vindt in beide een verlangen naar eenwording met God.
De verwarring rond Eckharts orthodoxie en de veelheid van interpretaties ontstond deels door de pauselijke veroordeling van de 28 stellingen, maar ook door het feit dat buiten een aantal van zijn preken, eeuwenlang geen geschriften van Eckhart bekend waren. Vanaf het midden van de 19de eeuw kwam verandering in die situatie, maar van heel wat nieuw ontdekt materiaal werd de authenticiteit betwijfeld. Pas in 1936 begon Josef Quint een historisch-kritische uitgave van Eckharts werk. Op deze — overigens nog steeds niet afgesloten editie — heeft de dichter C.O. Jellema zich gebaseerd bij het maken van deze vertaling.
In het eerste boekdeel vindt de lezer de traktaten die in het Middelhoogduits geschreven zijn en als authentiek gelden, m.n. de Levenslessen, Het boek van de goddelijke vertroosting, en de bijhorende preek Over de mens van hoge geboorte. Daaraan werd Over afgescheidenheid toegevoegd, een werk dat door Eckhart werd begonnen, maar na zijn dood door een leerling werd afgemaakt. Jellema heeft daaraan nog twee in het Latijn geschreven teksten toegevoegd, meer bepaald het voorwoord en eerste hoofdstuk van Eckharts commentaar op het evangelie van Johannes en de Eerste Parijse probleemstelling.
Het tweede boekdeel biedt een vertaling van 36 preken die als authentiek gelden. Het is bekend dat Eckhart zijn preken zelf redigeerde om ze in de dominicanerkloosters te laten voorlezen tijdens de maaltijd.
De teksten worden in beide boekdelen gepresenteerd zonder inleiding of voetnoten. Volgens de vertaler gebeurde dit met opzet. Enerzijds, zegt Jellema, zou stelling nemen in het wetenschappelijke debat over Eckhart zijn competentie ver te buiten gaan. Anderzijds is het de uitdrukkelijke bedoeling dat men de werken zou kunnen lezen en herlezen, zoals men een gedicht leest. Alleen op deze manier kan men vertrouwd geraken met het diepe denken van de mysticus.
Al blijft men voor een goede inleiding in Eckharts denken aangewezen op het Duitse of Engelse taalgebied, door deze mooi verzorgde bundels krijgt de Nederlandstalige lezer tenminste toegang tot de voornaamste geschriften van één van de grootste middeleeuwse mystici. |
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|