28-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Wat is ethiek? Ethiek in de periode die aan de moderne tijd voorafging
Bart Pattyn (2005)
 Vakgroep Ethiek, Filosofie en Geschiedenis van de Geneeskunde KU Nijmegen
Jos V.M. Welie (1993)
 Boekbesprekingen
reviewers (2007)
 Sociaal Kapitaal
Luc Van Liedekerke (2000)
 Geïntegreerde empirische ethiek: het einde van de normatieve ethiek?
Lieke van der Scheer (2004)
 Woord vooraf
Guido Maertens (1993)
 Onderwijzen zonder wijzen? De onderwijskunde voorbij. Filosofisch-ethische reflecties
Geert Van Coillie (2007)
 
Ethische Perspectieven
De vloek van Wittgenstein. Het onbesliste gevecht met Karl Popper
D. EDMONDS & J. EIDINOW
  Amsterdam, Ambo-  2001
  Wat gebeurde er precies op vrijdagavond 25 oktober 1946 in kamer H3 van het Gibbs-gebouw van King's College te Cambridge? Die avond kwam daar de Moral Science Club (MSC) samen: een wekelijkse discussiegroep voor filosofen en filosofiestudenten van deze beroemde universiteit. Karl Popper moest er een lezing geven, met de onschuldig klinkende titel `Bestaan er filosofische problemen?'.

Onder de aanwezigen bevonden zich heel wat grote filosofen: de voorzitter van de MSC, Ludwig Wittgenstein, de overbekende Bertrand Russell en enkele, later bekend geworden filosofen zoals Stephen Toulmin. De atmosfeer was gespannen en de discussie — zoals gewoonlijk als Wittgenstein deelnam — verhit. Op een bepaald ogenblik nam Wittgenstein een haardpook op en zwaaide hij ermee, om haar even later terug te gooien en de kamer luidruchtig te verlaten.

In De vloek van Wittgenstein proberen de twee BBC-medewerkers Edmonds en Eidinow te reconstrueren wat er zich eigenlijk heeft afgespeeld. Van het gebeuren bestaan er namelijk nogal uiteenlopende verslagen, ondanks — of juist omwille van — de vele ooggetuigen. Heeft Wittgenstein Popper bedreigd met de pook? Nam Wittgenstein de pook enkel gedachteloos op om iets om handen te hebben?

Heeft Popper, toen hij gevraagd werd een moreel voorschrift te noemen, Wittgenstein echt geantwoord met: “Men mag bezoekers die een lezing komen geven niet bedreigen met een kachelpook” en is Wittgenstein daarom boos weggegaan. Of werd dit pas later gezegd en heeft Russell, die Wittgensteins temperament goed kende, hem terechtgewezen? Welke rol speelde Russell trouwens in het debat? Voelde Wittgenstein zich misschien door hem verraden en heeft Popper in zijn beschrijving van het incident in zijn intellectuele autobiografie gelogen, zoals een aantal, toen aanwezige leerlingen van Wittgenstein beweren? Als dat laatste zo is, waarom zou hij dat dan gedaan hebben?

Edmonds en Eidinow reconstrueren nauwgezet de sfeer van het toenmalige Cambridge en de achtergrond van de hoofdrolspelers. Ze laten zien wat voor moeilijke mensen Wittgenstein en Popper eigenlijk waren, welke relatie ze met Russell hadden en wat hun visie op filosofie eigenlijk was. De mannen hadden aan de ene kant veel gemeenschappelijk: ze kwamen beiden uit Wenen, hadden allebei joodse wortels en banden met de Wiener Kreis.

Aan de andere kant was er ook veel dat hen scheidde, zoals hun visie op filosofie en hun maatschappelijk succes. De auteurs suggereren onder meer dat Popper jaloers was op het succes van Wittgenstein. Deze laatste werd bijvoorbeeld door de Wiener Kreis vereerd, maar sloeg de uitnodigingen om er deel van uit te maken af. Popper van zijn kant was graag lid geweest, maar werd nooit gevraagd. Er zou volgens Edmonds en Eidinow ook een afgunst geweest zijn omdat Wittgenstein tot de Weense geldaristocratie behoorde die rijkdom en de omgang met de groten der aarde als vanzelfsprekend ervoer en vaak neerkeek op mensen die lager op de maatschappelijke ladder stonden. De familie van Popper verpauperde echter in de inflatiejaren na de Eerste Wereldoorlog. Belangrijker voor Popper was ongetwijfeld dat Wittgenstein, ondanks het feit dat hij bij zijn leven maar één, weinig begrepen boek had gepubliceerd — de Tractatus — een gevierd filosoof was, terwijl Popper door zijn aanstelling in Nieuw-Zeeland niet bepaald in het brandpunt van de filosofische discussie stond. Bovendien werd Poppers Logik der Forschung nogal miskend. Pas met The Open Society kreeg Popper grotere bekendheid. Maar ook toen had Wittgenstein nog nooit van hem gehoord.

Wat de discussie in H3 destijds echter bijzonder bitsig maakte, is het verschil in opvatting van beide filosofen over wat filosofie is. Voor Wittgenstein bestaan er alleen filosofische raadsels. In zijn optiek spelen de taal en haar grammatica de mens parten. Het komt er op aan om de achterliggende grammaticale structuur van een filosofisch vraagstuk te verhelderen en alle problemen smelten weg als sneeuw voor de zon.

Volgens Popper zijn dergelijke verhelderingen zeker nuttig, maar bestaan filosofische problemen wel degelijk. We kunnen het boek daarom deels opvatten als een illustratie van een botsing van twee totaal verschillende wijzen van filosoferen. De ene visie gaat uit van de taal en de logische structuur die achter het denken ligt, en ziet daardoor op de eerste plaats raadsels. Filosofie beperkt zich tot het uiteenrafelen van dergelijke raadsels.

Volgens de andere visie behelst filosofie toch wat meer dan dat en moet ze zich ook richten op de buitenwereld. Daarbij moeten niet alleen epistemologische vragen gesteld, maar ook politieke en ethische debatten aangegaan worden. Alleen al Poppers afwijzing van de formulering op de uitnodiging die Popper van de MSC gekregen had, die het over `raadsels' had, was voldoende om Wittgensteins woede op te wekken. Overigens was Wittgenstein licht ontvlambaar en soms gewelddadig, waardoor het niet uitgesloten is dat Popper zich die avond ook echt bedreigd heeft gevoeld.

Wat er precies gebeurd is, wordt ook na de reconstructie van Edmonds en Eidinow niet echt duidelijk en zal wel “in de nevelen van de legendevorming gehuld” blijven, zoals Ray Monk in zijn biografie van Wittgenstein schrijft. Maar De vloek van Wittgenstein biedt de auteurs een goede gelegenheid om een filosofische discussie en de persoonlijkheid van twee van de grootste filosofen van de twintigste eeuw uitvoerig te belichten.

Misschien slaagt hun boek er ook in om de figuur van Karl Popper van de vergetelheid te redden, want men kan er natuurlijk niet onderuit dat Wittgenstein vandaag een grote bekendheid geniet bij een ruim publiek, terwijl de naam van Karl Popper al bij menig lezer het voorhoofd doet fronsen. Dat dit gebeurt in een vlot leesbare tekst en met een vleugje fijne humor is mooi meegenomen.
 
  Stef Leemen
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29