22-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Zorgen voor een goede zorg
Bernadette Houdart (1998)
 Onderwijs en waardevorming
Bart Pattyn (2003)
 Paul Sporkenprijs
Stichting Geneeskunde en Ethiek (2012)
 Prenatale diagnostiek en morele vooruitgang
Tom Grimonprez (2011)
 Centrum voor Ethiek UFSIA herfstsymposium: Filosofie als levenswijze colloquium: Rationality and Religious Trust
Walter Vanherck (1998)
 Zoals op TV
Zygmunt Bauman (2000)
 Mensenrechten-NGO's als geweten van de mensheid?
Reed Brody (2004)
 
Ethische Perspectieven
Intelligente emotie.
Ludo ABICHT
  Antwerpen-Baarn, Houtekiet-  2001
  Dat Ludo Abicht een bijzonder veelzijdig intellectueel is, bewijzen zijn vele publicaties over o.m. wijsbegeerte en ethiek, humor en wijsheid bij de joden en de joden van Antwerpen. Met het bovenstaande boek zet de filosoof zich enigszins af van de hype rond `emotionele intelligentie'.

Toch is dit werk niet meteen een reactie op deze stroming waarvan het gelijknamige boek van Daniel Goleman het centrum vormt. De laatste tijd staan de emoties immers centraal in heel wat filosofische en psychologische publicaties. Dat is niet zo verwonderlijk als men bedenkt hoezeer de klemtoon op de rede in de moderniteit onze maatschappij voor gigantische problemen heeft gezet. De droom van de rede, meer bepaald van een volledige beheersing van de wereld, heeft monsters gebaard. Er loopt voor menig filosoof een rechte lijn van het Verlichtingsdenken naar de slagvelden van Ieper en Verdun, maar ook naar de gaskamers en crematoria van Auschwitz.

Reeds tijdens de laatste wereldoorlog opperden de filosofen Horkheimer en Adorno in Dialektik der Aufklärung dat er met de rede zelf iets aan de hand was. Zij is volgens hen namelijk altijd al instrument van onderdrukking geweest, niet alleen van de natuur — zoals de laatste tijd op dramatische wijze duidelijk wordt — maar ook van de mens zelf.

Als Abicht kanttekeningen maakt bij een begrip als emotionele intelligentie, wil hij uiteraard niet ontkennen dat emoties belangrijk zijn en het leven kleur geven. Eerder vreest hij dat men vandaag de rede en daarmee het redelijke als dusdanig volledig wil opgegeven.

Een dergelijke houding ziet hij aanwezig in een aantal integristische en fundamentalistische vormen van godsdienst die vandaag bij velen ingang vinden, bij de sterk groeiende sekten, maar ook in het telkens opnieuw opduikende nationalisme, net als in allerlei New Age-bewegingen die hun kritiek op de positieve wetenschap vaak combineren met een hang naar esoterische wijsheid en vreemde praktijken.

Al zijn de gevolgen van de klemtonen op de instrumentele rede niet altijd positief en vaak zelfs ronduit schrikwekkend te noemen, toch ziet hij in de Verlichting ook een emancipatorisch project dat de moeite waard is om gered te worden. Waardevol genoeg in elk geval om de hele erfenis van de Verlichting op te nemen en kritisch weg te snoeien wat weg moet, maar tegelijk te behouden wat nog dienstbaar kan zijn aan menselijke vrijheid en geluk.

Daarbij gaat het er hem niet om de rol van de emoties door de rede te remmen of te neutraliseren. Het intellect moet geen `pretbederver' zijn, maar een stuurinrichting voor diezelfde emoties.

Als er oplossingen moeten gezocht worden voor de problemen waarvoor wij door de mondialisering geplaatst worden, door de exponentiële groei van kennis en de daarbij horende technische mogelijkheden en door het multiculturalisme, ziet Abicht heil in een `bedachtzaam radicalisme'.

Radicalisme betekent hier niet extremistisch, maar wil zeggen dat men bij de analyse van problemen niet terugdeinst om de wortels van het probleem bloot te leggen. Dat eist van de radicale mens een grote energie en aandacht, waarbij men geen enkel detail over het hoofd mag zien en het geduld om elke stap aan een kritisch onderzoek te onderwerpen.

Bedachtzaamheid is op haar beurt ook weer iets anders dan voorzichtigheid. Het gaat niet om een remming uit vrees of conservatisme.

Integendeel: “Een bedachtzaam mens zorgt ervoor dat het licht van de rede, de redelijkheid, zijn doen en laten helder verlicht opdat hij nooit meer moge verdwalen in het duistere woud van emoties en bijgeloof.”

Abichts boek wijst terecht op het probleem van de `emocratie' die op geen enkele wijze meer bijgestuurd wordt door de rede. Zijn pleidooi om het emancipatorisch potentieel van de Verlichting ernstig te nemen, maar tegelijk uiterst kritisch te blijven tegenover de mens- en maatschappijonvriendelijke kanten van de rationaliteit verdient aanbeveling. De fijne taal, de heldere analyse en de originaliteit van zijn zienswijze zijn mooi meegenomen.
 
  Stef Leemen
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29