22-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Boekbesprekingen
reviewers (2011)
 Woord vooraf : 'Naar een nieuw sociaal contract tussen onderneming en samenleving'
Johan Verstraeten (1996)
 Mensenrechten-NGO's als geweten van de mensheid?
Reed Brody (2004)
 Academische kennis, octrooirecht en ethiek: een netelige verkenning
Geertrui Van Overwalle (2003)
 Euthanasie en palliatieve zorg Een terugblik op de EACME Conference 2002 : End of Life Decisions
André Cools (2002)
 Beslissen te willen zijn of niet te willen zijn
Christophe Desmet (2000)
 Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht - KU Leuven : 'Het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek kan van start gaan'
Stefaan Callens (1996)
 
Ethische Perspectieven
Het sanatorium. Sanatorium Clepsydra.
Bruno SCHULZ
  Verhalen, (Knack Wereldbibliotheek). Roularta Books, Roeselaere-  2001
  Bij literatuurkenners –in tegenstelling met het grote, literatuurminnende publiek– is Bruno Schulz geen onbekende. Afkomstig uit een Pools-joodse koopmansfamilie leefde en werkte hij echter enkel in het Poolse stadje Drohobycz, dat nu tot de Oekraïne behoort. Hij verdiende er zijn brood als kunstleraar aan de plaatselijke academie. Bij zijn leven verschenen twee boeken van zijn hand die hij ook zelf illustreerde: De kaneelwinkels en Sanatorium Clepsydra.

Voor Schulz ontstond literatuur wanneer een schrijver afdaalde in de diepten van het onbewuste waar hij zoekt naar vergeten kinderdromen en verborgen mythen. Het resultaat van deze werkwijze heeft vaak veel weg van een koortsdroom. Zo is er in het titelverhaal, behalve een kamermeisje, niemand om de reiziger die zijn stervende vader in sanatorium Clepsydra komt opzoeken te begroeten. De dokter slaapt en nergens valt een levende ziel te bespeuren. Er is geen bediening op de kamer, geen extra bed voor de bezoeker. Het licht werkt niet. De tijd werd er teruggedraaid, stil gezet. Daardoor sterft zijn vader niet, maar wordt hij ook niet beter. Alle mogelijkheden zijn nog open.

Meestal slaapt vader, maar als hij wakker wordt, gaat hij naar zijn pas geopende zaak in de naburige stad. Daar doet hij, ondanks het feit dat hij bijna op instorten staat, gouden zaken. Vreemd genoeg ligt hij tegelijk te slapen in het sanatorium. De behandelende dokter kan de zoon maar niet te spreken krijgen, omdat hij ofwel slaapt, ofwel opereert in een gebouw waar al lang geen operatiekamer meer is. Als in de stad revolutie uitbreekt, stuurt vader zijn zoon naar het veilige sanatorium. Daar blijkt de griezelige waakhond echter los te lopen. Op de vlucht merkt de reiziger dat het echter een mens is die daar aan de ketting lag. Wanneer de hond als een mens wordt aangesproken, verdwijnt het bestiale in zijn gedrag, maar ontstaat er ook een soort hondse aanhankelijkheid. Vluchtend voor deze verstikkende trouw loopt de zoon terug naar de trein die hem gebracht heeft en blijft hij zonder have of goed zijn leven lang reizen.

Dezelfde droom- of nachtmerrieachtige sfeer vindt men terug in de meeste verhalen uit deze bundel. Zo is er het verhaal van het leven rond een stoffenwinkel, waar de bedienden tijdens de siësta uit verveling allerlei baldadigheden begaan. Een nietsvermoedend boertje dat op zoek is naar tabak wordt meegetroond naar de toonbank waar men hem wijsmaakt dat de tabak in een klemmende lade zit. Als de boer nu eens boven op de toonbank zou kruipen en hard zou stampen om de lade open te krijgen? De boer doet het. Maar plots is de zaakvoerder daar en betrapt hen bij hun spel. Tot ieders ontzetting wordt hij zo boos dat hij in een dikke bromvlieg verandert die met zijn gebrom de hele winkel vult. Het gezoem houdt de hele namiddag aan en is zodanig enerverend dat het de bedienden – en zelfs zijn echtgenote – tot moordplannen drijft (waarom nu geen vliegenmepper nemen?). 's Avonds is alles weer normaal en zit de directeur opnieuw rustig aan zijn bureau te schrijven. Alleen staat er op de toonbank een steeds kleiner wordend, stampend boertje, dat door niemand wordt ingelicht. Hij is al te ver heen.

Op deze manier laat de Poolse schrijver Schulz in de twaalf verhalen van deze bundel voortdurend fantasie en realiteit in elkaar over gaan en creëert hij een eigen, grillige, soms griezelige wereld, waar andere wetten gelden. Hoewel elk verhaal op zichzelf staat,vormen ze samen een mooie eenheid. Het boek schetst immers het leven van een provinciestadje zoals dat waar de auteur zijn leven lang verbleef. Hij schildert er de loomheid van, de kleinburgerlijkheid, maar ook de kwetsbaarheid en het verval. Het beeld van de stoffenwinkel keert geregeld terug, net als het portret van een beschermende, maar ook vaak afwezige vader, en dat van de nacht die alles doordringt. Schulz' boek bevat ook prachtige natuurbeschrijvingen die van een grote originaliteit getuigen. De schrijver bedient zich daarvoor van een schitterende taal met een grote beeldrijkdom. Het is dan ook uitermate te betreuren dat tijdens de oorlog al zijn andere literaire werk verloren ging.

Zelf werd de kunstenaar tijdens de oorlog het slachtoffer van een ruzie onder officieren. Eén van hen had Schulz de opdracht gegeven in zijn huis muurschilderingen te maken. Toen in november 1942 in de stad tegen de joodse bevolking represailles werden genomen omdat een jood bij een aanslag een Duitser had verwond, zag een andere officier, die ruzie had met de eerste, Schulz op straat. De Duitser stapte op hem af en schoot hem dood. Naar verluidt zou de moordenaar naar het huis van de ander gegaan zijn en er gemeld hebben: “Ik heb net jouw jood doodgeschoten.” De realiteit kan een grotere nachtmerrie zijn dan zelfs de grootste kunstenaars kunnen oproepen.
 
  Stef Leemen
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29