| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De menselijke soort. |
 |
 |
Robert ANTELME |
| |
Nijmegen, Uitgeverij SUN- 2001 |
 |
| |
Als 26-jarige ging Robert Antelme in 1943 in het verzet dat in zijn gebied werd geleid door François Mitterand. Een jaar later werd hij door de nazi's opgepakt. Terwijl de geallieerden op de stranden van Normandië vochten en Frankrijk eindelijk werd bevrijd, werd Antelme afgevoerd naar het concentratiekamp Buchenwald. Daar werd hij, samen met vijfhonderd anderen, na enige tijd op transport gesteld naar Gandersheim, waar de gevangenen in en rond een fabriek de Duitse oorlogsindustrie draaiend moesten houden.
Antelme beschrijft de opmerkelijke verandering die plaatsvond onder de Duitse gevangenen van gemeen recht die met de Fransen mee gestuurd werden om hen te bewaken. Relatief snel veranderden zij van kamp en werden ze beulen in plaats van slachtoffers. Zonder enige scrupule terroriseerden ze hun medegevangenen en overleefden door hen te bestelen en de SS ter wille te zijn. Het harde werk, de voortdurende slagen en trappen, de honger en de strenge winter van '44-'45 eisten een hoge tol. De gevangenen vervielen tot menselijke wrakken die zichzelf niet eens meer herkenden in een spiegel. Toen ze de kanonnen in de verte reeds konden horen, evacueerde de SS het kamp. Wie niet kon lopen of ziek was, werd gefusilleerd. De anderen moesten te voet naar Dachau.
Tijdens een hallucinante voetreis dreven de SS'ers met hulp van de Kapo's – nu definitief van kamp verwisseld: geüniformeerd en bewapend – de groep gevangenen voor zich uit. De laatste twaalf dagen van hun tocht werden ze in gesloten wagons vervoerd in een zinloze rit door het verslagen en tot chaos vervallen Duitsland. Aan het einde van de reis waren nog goed 120 kameraden in leven. Enkele dagen na hun aankomst in Dachau werden ze door de Amerikanen bevrijd.
Antelme heeft geprobeerd zijn ervaringen mee te delen. Maar hoe beschrijf je het onbeschrijflijke? Het is een bovenmenselijke opdracht om woorden te vinden die bij de realiteit van het kamp en het transport passen. Op de één of andere manier haakt de taal niet in de werkelijkheid, maar laat ze die precies los. Zeggen dat de ervaring van deze politieke gevangenen verschrikkelijk was, plaatst de beleving in een vakje, catalogiseert en banaliseert het hele gebeuren.
Langs de andere kant is het onmogelijk er over te zwijgen en vraagt de ervaring om gedeeld, mee-gedeeld te worden. In zijn poging om te beschrijven wat wàs, hanteert de auteur een ongekuiste, eenvoudige taal, maar wisselt die beschrijving geregeld af met bijzonder beklijvende analyses van gevoelens en gedachten. Overheersend daarbij is de gedachte dat, ondanks alle opzettelijke ontmenselijking en vernedering, de SS er niet in slaagt van de gevangene iets anders te maken dan een mens. Onherkenbaar, verworden tot een schaduw van een man, uitgehongerd, blijft elke gevangene toch een mens. Precies deze gedachte gaat lijnrecht in tegen de nazi-ideologie: je kunt niemand bij decreet uit de menselijke soort zetten.
De beschrijving van de verschrikking gebeurt zonder haat. In het kamp ging het om het verzet. Ook als gevangene kan men zich verzetten. Als de SS hen uiteindelijk allemaal dood wil, is blijven leven een ultiem soort van verzet.
Uit De menselijke soort spreekt een diep en beproefd humanisme. Door de schitterende wijze waarop dit gebracht wordt, wenst men dat iedereen dit boek gelezen zou hebben. |
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|