| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Werk, een uitgewerkt medicijn: arbeidsparticipatie, welvaart en ongelijkheid in een post-industriële samenleving. |
 |
 |
Paul DE BEER |
| |
Nijmegen, SUN- 2001 |
 |
| |
Dit boek is een gepopulariseerde versie van De Beers proefschrift Over werken in de post-industriële samenleving (Sociaal en Cultureel Planbureau, juni 2001). Dit brengt mee dat de ogenschijnlijk simpele, korte en erg leesbare hoofdstukjes in realiteit de samentrekking vormen van heel wat wetenschappelijke publicaties. Populariserend werk van een deftig gehalte dus.
Waar het De Beer om te doen is, is een oordeel vormen over de strategie van verhoogde deelname aan de arbeidsmarkt als geneesmiddel voor allerlei maatschappelijke kwalen. De strategie `iedereen aan het werk' vormde de basis van het succesvolle poldermodel en is een essentieel onderdeel van alle landen (waaronder België) die timmeren aan de derde weg. Ze zou kansarme werklozen uit hun isolement halen, sociale ongelijkheid ongedaan maken, de lasten wegnemen van een overbevraagde verzorgingsstaat en tegelijk een ruimer draagvlak verzekeren voor de sociale zekerheid.
Verhoogde participatie was tenslotte de ideale uitweg voor de pensioenlast gecreëerd door een verontrustend snel vergrijzende bevolking. De Beer maakt een balans op van tien jaar poldermodel en komt tot de constatatie dat meer werk niet alleen geen wondermiddel is gebleken tegen kansarmoede en inkomensongelijkheid maar zelfs een aantal allesbehalve aangename bijwerkingen heeft zoals verhoogde werkdruk, stressverschijnselen, burn-out, en toegenomen klachten omtrent de onverenigbaarheid van werk en gezin voor tweeverdienersgezinnen, het dominante gezinsmodel van de jaren negentig.
Het officiële Nederlandse antwoord heet Doorgroei van de arbeidsparticipatie, een regeringsrapport waarin de strategie van verhoogde arbeidsparticipatie als succesrijk beoordeeld wordt en als enige weg vooruit. De Beer reageert sceptisch en benadrukt een alternatieve strategie waarbij het erop aankomt niet zozeer de participatiegraad te verhogen, als wel de productiviteit van de arbeid.
In navolging van Solow en anderen wijst de auteur erop dat de verhoogde arbeidsparticipatie en de digitalisering van de economie niet geleid heeft tot een spectaculaire toename in de arbeidsproductiviteit. Mensen hebben dan wel een drukke baan, maar daarom geen productieve baan.
De Beer twijfelt vooral aan de inherente waarde van een type arbeid dat zich vereenvoudigend laat kenschetsen door `veel babbelen'. Vergaderen, overleggen, nota's schrijven het is niet alleen een Nederlandse ziekte. Economen, accountants, juristen, managers, systeemanalysten, consultants, het zijn de succesberoepen van de jaren tachtig en negentig, die alle gekenschetst worden door een belangrijke overlegcomponent en slechts op een indirecte manier output produceren.
De nieuwe, hoog communicatieve organisatie hoeft vanuit productiviteitsoogpunt niet succesvoller te zijn dan de oude hiërarchische organisatie. Het zelfs niet duidelijk of de arbeidstevredenheid toeneemt binnen een overlegcultuur. Niet iedereen is immers overtuigd van het nut van al dat vergaderen en communiceren. Maar zelfs de sceptici zijn uiteindelijk verplicht om eraan deel te nemen, wie zich terugtrekt verliest immers het recht om bezwaar aan te tekenen tegen besluiten die `in goed overleg' tot stand zijn gekomen. Bovendien zijn de carrièreperspectieven maar al te dikwijls verbonden met het aalglad slingeren in het vergader- en overlegcircuit.
Het moet iedereen die op een of andere manier in contact kwam met de nieuwe managementsstructuren steunend op zelfsturende teams, kwaliteitssystemen en andere administratieve overlast bekend in de oren klinken. Het is inderdaad erg betwijfelbaar of al dit vergaderen uiteindelijk erg productief is. Een andere vraag is echter in hoeverre we nog terugkunnen naar de oude hiërarchische onderneming.
Misschien hangt deze wijziging in het bestuur en de dagelijks werking van onze scholen en ondernemingen wel samen met een ruimere cultuurverschuiving, weg van de oude, hiërarchisch gestructureerde samenleving, naar een meer egalitaire, individualistische cultuur. |
|
| |
Luc Van Liedekerke |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|