| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Grenzen aan de concurrentie. |
 |
 |
De groep van Lissabon |
| |
onder voorzitterschap van Riccardo Petrella- Brussel, VUBPRESS 1995 |
 |
| |
In navolging van het alarmerende rapport dat de Club van Rome in 1972 uitbracht onder de titel Grenzen aan de groei, bracht de Groep van Lissabon Grenzen aan de concurrentie uit. De Groep van Lissabon is een gevarieerde groep van mensen met verschillende opleidingen en die ervaring hebben met het zakenleven, regeringszaken, internationale organisaties, universiteiten en filosofie. De groep is bewust samengesteld uit Japanners, West-Europeanen en Noord-Amerikanen omdat men de verantwoordelijkheid en het enorme potentieel op wetenschappelijk-technisch en economisch vlak van de meest ontwikkelde landen wil gebruiken om de nieuwe mondiale problemen aan te pakken met het oog op meer economische efficiëntie, een grotere sociale rechtvaardigheid, het behoud van het milieu en een toename van de politieke democratie.
Het uitgangspunt van Grenzen aan de concurrentie is dat concurrentie uitgegroeid is tot een nieuw credo, een nieuwe ideologie en niet langer een gerechtvaardigd middel om een bepaald doel te bereiken. Want op zich is er niets mis met concurrentie. Volgens de Groep is concurrentie immers een essentiële dimensie van het maatschappelijk georganiseerde leven en heel natuurlijk in de economie, maar door de globalisering is er een nieuw soort concurrentietijdperk aangebroken, waardoor het concurrentievermogen zelf het eerste doel is geworden van industriëlen, bankiers en ministeries van economische zaken. Het probleem hierbij is dat de uitwassen van het kapitalisme zoals die vroeger op het nationale niveau bestonden, zich nu op mondiaal niveau voordoen. De verpaupering van een aanzienlijk deel van de wereldbevolking, de schrijnende armoede en uitbuiting, de ontzaglijke milieukost van onze wijze van produceren en de levenswijze van een kleine groep mensen zijn stuk voor stuk onaanvaardbare gegevens. De Groep van Lissabon laat zien dat de huidige globalisering wel degelijk anders is dan de internationalisering en multinationalisering van de economie voorheen. Zij poogt dan ook de actieve processen die in de globalisering aanwezig zijn aan te duiden en te omschrijven, waardoor steeds meer producten, processen en diensten letterlijk ‘made in the world’ zijn. De drijvende krachten hierachter zijn volgens de groep liberalisering, privatisering en deregulering waarvan in westerse landen de afbouw van de verzorgingsstaat, het duidelijkste gevolg is.
Vanuit een opsomming van de zware, negatieve effecten van de buitensporige concurrentie wordt duidelijk dat concurrentie niet het principe kan zijn waardoor onze planeet bestuurd moet worden. De Groep van Lissabon ziet een alternatief in een mondiaal coöperatief bestuur met een mondiaal contract als werkinstrument. Dit contract vereist dat men in de basisbehoeften van alle wereldburgers voorziet, dat men elkaar wederzijds erkent en er een vruchtbare uitwisseling tussen culturen kan bestaan, dat men actief werkt aan instrumenten voor een mondiaal bestuur en dat men ten slotte milieu-hulpbronnen in stand houdt.
Grenzen aan de concurrentie is een overtuigend pleidooi om de toekomst van de planeet niet over te laten aan een economisch en maatschappelijk principe dat slechts beperkte geldigheid bezit. Dat er op deelaspecten van dit boek kritiek wordt geuit, is normaal en zelfs wenselijk. Maar het valt te hopen dat zoveel mogelijk beleidsmensen zich achter deze visie van de Groep van Lissabon scharen.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|