| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Verder dan wet en willekeur. Pleidooi tegen de onmacht van de moraal. |
 |
 |
Sigbert SAMSON |
| |
Assen, Van Gorcum- 1996 |
 |
| |
De huidige landkaart van de ethiek wordt gekenmerkt door een onoverbrugbaar lijkende kloof tussen de pretenties van ethische theorieën en hun machteloosheid in de praktijk. De ethische theorie blijkt niet in staat te zijn om duidelijke richtlijnen te formuleren over goed en kwaad en zelfs waar dat wél het geval is, getuigt de morele praktijk van een grote onmacht om effectief te realiseren wat goed wordt geacht.
In onze tijd, die gekenmerkt wordt door een wijdverspreid onbehagen over “het verval van normen en waarden” alsook door het onvermogen om aan deze tendens een halt toe te roepen, storten de oude eerbiedwaardige burchten van fatsoen in elkaar. Met dit verval winnen zowel de roep naar de zekere waarden van weleer als de hedendaagse afwijzing van het zoeken naar morele fundamenten aan kracht. Ingaande tegen de gangbare overtuiging dat het falen van de ethiek en de hiermee gepaard gaande onmacht van de moraal berusten op een fundamenteel tekort van de zondige mens oppert Samson de suggestie dat de ethiek, als funderende theorie over goed en kwaad, zélf wel eens te kort zou kunnen schieten.
Aangezien een wankele theoretische fundering a fortiori geen vruchtbare morele praktijk kan voortbrengen, meent de auteur dat een scherpe analyse en een kritische ondervraging van onze gebruikelijke opvattingen over ethiek de weg kunnen openen naar een alternatieve en meer werkzame ethiek, die het huidige dilemma tussen de fundamentalistische gehoorzaamheid aan opgelegde normen en de relativistische of nihilistische afwijzing van de nood aan een algemeen ethisch kader ontkracht.
De voorgestelde route voert ons langs het onderzoek van drie dogma's die in de ethische theorievorming doorgaans stilzwijgend en onkritisch aanvaard worden, waarbij Samson geleidelijk aan de bestaande appellerende ethiek als “leer van het goede handelen” vervangt door een zingevende ethiek die zich presenteert als “leer van de vormgeving”.
Hierbij toont hij aan hoe vormgeving begrepen kan worden als een proces waarbij iets nieuws en onverwachts tot stand komt, dat niettemin begrepen wordt op grond van wat in het verleden reeds aanwezig was en tevens de basis vormt voor toekomstige vormen. Vormgeving is het toevoegen van waarde of zin aan de werkelijkheid en kan in die zin nooit moreel neutraal zijn. Het vermogen tot vormgeving laat ons toe uit te stijgen boven wat vanzelfsprekend gegeven is en vervult zo ons algemeen menselijk verlangen naar een authentiek en zinvol bestaan.
Vanuit het inzicht dat het voortbrengen van vorm tegelijkertijd zingevend en moreel waardevol is, schetst Samson de contouren van een alternatieve ethiek die de machteloosheid van het bestaande ethische kader overkomt. Hierbij argumenteert hij dat een effectieve ethische theorie niet enkel in staat moet zijn om duidelijke richtlijnen te formuleren omtrent goed en kwaad, maar ook dient te antwoorden op de vraag waarom mensen eigenlijk het goede zouden doen.
In tegenstelling tot de klassieke appellerende moraal, die met betrekking tot deze vragen schittert door tegenstrijdigheid en stilzwijgendheid, kan een ethiek van de vormgeving bogen op een stevige motivatie doordat ze zich ent op het fundamentele verlangen naar zingeving dat ons mens-zijn constitueert. De notie “pragmatische informatie”, die de hoeveelheid voortgebrachte vormen of waarde van een handeling aanduidt, vormt bovendien een praktisch bruikbaar kompas dat de richting aangeeft waarin het moreel goede gevonden kan worden.
Hieruit blijkt dat het morele statuut van een handeling in een zingevende moraal niet afhangt van haar (on)gehoorzaamheid aan een hoger appèl, maar van de waarde die ze toevoegt aan de feitelijke situatie. In deze aanpak wordt de traditionele kloof tussen het inzicht in de feitelijke werkelijkheid en de normatieve beoordeling van het moreel goede dan ook radicaal gedicht.
De hier voorgestelde zingevende ethiek opent volgens Samson betere perspectieven op een werkzame moraal dan de klassieke handelingsethiek. Met haar oproep tot het navolgen van a priori vastgestelde normen en voorschriften constitueert deze laatste onvermijdelijk een arbitraire vrijblijvendheid, die de mogelijkheid tot revolte en ongehoorzaamheid altijd reeds in zich draagt.
Zingeving daarentegen heeft geen appèl of aansporing nodig, aangezien ze zich aandient als de vervulling van een fundamenteel menselijk verlangen. Voor zover hij daartoe in staat is, wil iedereen wel bijdragen tot een zinvol bestaan. Het staat alleen te bezien of iedereen ook weet hoe hij dat moet doen. De functie van zingevende ethiek kan dan ook niet langer bestaan in het formuleren en rechtvaardigen van geboden, verboden en leefregels, dan wel in het vergroten van het inzicht en de vaardigheid die voor zingeving nodig zijn, in het bijdragen tot de voorwaarden en het creëren van kansen tot zingeving en in het wegnemen van wat zingeving belemmert. Een dergelijk ethisch kader effent voor ons de weg naar een zinvol en moreel bevredigend bestaan.
Dit boek stelt de vraag naar de oorzaken van de huidige morele crisis, niet om de oude fundamenten van de bouwvallige burchten van fatsoen opnieuw op te lappen maar als aanzet tot het uitbouwen van een beloftevolle nieuwe ethiek. Hieruit blijkt op overtuigende wijze dat vragen naar de betekenis van de moraal en de zinvolheid van het leven ook vandaag nog het stellen waard zijn.
|
|
| |
Elke Lagae |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|