| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Radicale middelmatigheid. |
 |
 |
H. OOSTERLING |
| |
Boom, Amsterdam- 2000 |
 |
| |
We kunnen ons alleen maar verbazen over de snelheid waarmee sommige technische ontwikkelingen gemeengoed worden en bijna niet meer weg te denken zijn uit onze samenleving. Sommigen vinden het heel moeilijk zich in te beelden hoe het was om zonder bepaalde technische middelen te leven. Zo heeft de GSM op bijzonder korte tijd een plaats weten te veroveren in ons leven. Niemand kijkt nog op van druk telefonerende medemensen op straat of op de trein. Er ontstaat ook een etiquette voor de omgang met de GSM, voor het e-mailen, op dezelfde manier als 40 jaar geleden, toen het beleefd was om de televisie, die razendsnel de huiskamers had veroverd, uit te zetten als er bezoek binnenkwam.
Volgens één visie verhouden media — en dan gaat het even goed over klokken of het schrift, als over computers, stoommachines en noem maar op — zich louter instrumenteel tot ons. In deze optiek zijn zij slechts een middel om een bepaald vooropgesteld doel te bereiken. Dat de media ons leven zouden gaan leiden is in deze visie ondenkbaar.
Toch is het precies deze gedachte die Oosterling plausibel wil maken. Volgens hem worden wij als gebruikers steeds `middelmatiger' naarmate we ons meer door de media laten omarmen. Middelmatigheid betekent hier dat de middelen de maat van ons leven aangeven. Elk medium begint als bevrijding en eindigt als probleem, stelt Oosterling. Het medium wordt volwassen wanneer het zijn schepper overmeestert en verslaaft. Maar in feite zijn volgens de auteur bevrijding, vervreemding en verslaving geen adequate termen om onze relatie met de hedendaagse media te bespreken. Want in een dergelijke manier van spreken wordt een zuivere authenticiteit verondersteld die door onze omgang met de middelen bezoedeld en misvormd wordt. Maar die zuiverheid is een fictie. In onze wereld worden natuur en cultuur op zo'n manier door technologisering en informatisering bepaald dat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.
Natuur is cultuur, stelt Oosterling. Als we ervan uitgaan dat de mediaties waardoor we communiceren, werken, spelen en genieten niet zomaar middelen zijn, maar gebeurtenissen (events) die onze existentie radicaal wijzigen, verandert ook de betekenis van begrippen zoals `individu', `vrijheid' en `autonomie'. Wat onze natuur is, of wat dé fundamentele behoeften zijn van de mens, is eigenlijk niet definitief uit te maken omdat iedere reconstructie van een elementaire behoeftenstructuur zich pas kan aftekenen tegen de heersende wetenschappelijke inzichten en de daarop gebaseerde technologie. De authenticiteit van de mens ligt volgens Oosterling precies in onze radicale middelmatigheid.
Het essay van Oosterling is geen gemakkelijke lectuur en vraagt ook van filosofisch geschoolde lezers een ernstige inspanning. Er wordt bovendien geen streng beargumenteerd betoog geleverd, maar eerder poneert de auteur een aantal stellingen, waarbij de verbanden tussen de verschillende uitspraken niet altijd even duidelijk zijn. Toch slaagt hij erin de lezer te overtuigen dat authenticiteit en identiteit in elk geval niet gelegen zijn in één of andere menselijke `oernatuur'.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|