Ethische Perspectieven
Van zelfontplooiing tot spiritualiteit.
vzw MORITOEN
  Pelckmans, Kapellen.-  1998
  Dit boek bundelt vier referaten van het colloquium Van zelfontplooiing tot spiritualiteit, dat naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van de Brugse vormingsinstelling Moritoen werd georganiseerd. Het boek bundelt ook twee samenspraken rond hetzelfde thema.

Het eerste referaat `Spiritualiteit en realisme' is van de hand van prof. Herman De Dijn. Het is typisch voor de moderne tijd dat elke mens de opgave heeft het eigen leven inhoud en zin te geven. De auteur waarschuwt voor een zelfbevestiging waarbij de waarden die men nastreeft geen echte objectiviteit hebben zoals bijvoorbeeld bij een zelfbevestiging waarbij men een levensstijl uitbouwt waardoor men applaus zoekt bij anderen. Echte zelfbevestiging heeft te maken met echte waarden. Wat de moderne mens ten diepste verlangt is de geslaagde ontmoeting met het andere, met de werkelijkheid `buiten zich'. Geluk veronderstelt de echtheid van de relatie.

Maar de vriendschap of liefde van de ander, die per definitie niet in onze macht is, kan verloren gaan: ze is dus nooit een definitief bezit. De realiteitszin, het gericht zijn op de realiteit als iets dat we nooit echt in handen hebben (zoals bij vriendschap of liefde van de ander) veronderstelt een andere, fundamentele capa- citeit in de mens: het vertrouwen. Vertrouwen betekent de kracht om in de afwezigheid van onomstootbare bewijzen van trouw, het risico te lopen zelf trouw te zijn; de kracht om, ook al is al wat wij belangrijk achten uiterst kwetsbaar en vergankelijk, dit toch met een eindeloze zorg en eerbied te omringen. Ieder leven dat in staat is tot de attitudes van het realisme, tot verwondering, dankbaarheid, overgave is gekenmerkt door spiritualiteit. Spiritualiteit als de confrontatie met, de openbaring van het echte, dat de moeite waard is om gevierd te worden.

Een spiritueel iemand is ook een `geestig' iemand: iemand met humor, hét kenmerk van realiteitszin. Wat opvalt wanneer men een klooster van contemplatieven bezoekt, is niet alleen de rust, maar ook de zichtbare tevredenheid van de monniken, hun gevoel voor humor. In de humor steekt tegelijk een grote betrokkenheid en een zekere relativering. In elke grote traditie zijn er steeds twee wegen te vinden van spiritualiteit: de weg van de speciale roeping uit het gewone leven (de weg van de monnik), en de weg van het gewone leven. In de spiritualiteit van het alledaagse komt het erop aan het alledaagse zodanig te beleven dat er ruimte is voor de ontmoeting, het contact met het Andere. Spiritualiteit is verbonden met houdingen, gebaren, gebeden, teksten, gezangen, die de eeuwen trotseerden en telkens weer nieuwe generaties mensen verbonden met wat hen transcendeert.

Het tweede referaat `Religie ten dienste van zichzelf of van de anderen?' is van de hand van Lama Karta. De auteur beklemtoont sterk het zorgvuldig hanteren van boeddhistische begrippen zoals karma, onthechting, leegte. Hij waarschuwt voor bewuste of onbewuste vervormingen van die begrippen. In een hoofdstuk over lijden stelt de auteur dat voor boeddhisten de geest nog altijd de belangrijkste instantie is van het lijden. Zo kunnen sommigen van een kleine tegenspoed een drama maken. Anderen hebben dan weer de capaciteit voldoende afstand te nemen van het onheil en maken het zo overzichtelijk en soms piepklein. Wie beseft dat de camera van onze geest de focus kan aanpassen, heeft veel minder last dan diegenen die dit niet weten. Daarna geeft de auteur filosofische grondslagen in verband met relatieve en ultieme werkelijkheid, vormen en leegte. Als slot geeft hij toepassingen van die filosofische grondslagen op gebied van mededogen en wijsheid, ethiek, therapie.

Het derde referaat `Vrijzinnigheid versus collectief onbewuste en sacraliteit' werd gehouden door Dr. Karel Ringoet. Grosso modo kan de vrijzinnigheid in twee grote ideeënstromingen worden ingedeeld:

(1) De meest talrijke groep vrijzinnigen die rationaliteit als enig uitgangspunt aanneemt en derhalve een maximaal kritische houding presenteert tegenover alles wat te maken zou kunnen hebben met emoties, boven- of buitenzintuiglijke ervaringen, symboliek, collectief onbewuste, religiositeit, sacraliteit. Nochtans is, volgens de auteur, symboliek even goed als intelligentie een pijler van onze menselijke authenticiteit.

(2) Een in de vrijzinnigheid vrij kleine groep, waartoe Leo Apostel behoorde, schuwt termen als religiositeit, meditatie en sacraliteit niet. Karel Ringoet definieert sacraliteit als een buitennatuurlijke ervaring maar niet een buiten-de-werkelijkheid-staande ervaring want inderdaad als tegelijkertijd reëel en transcendent beleefd. Sacraliteit moet zoiets zijn als een niet persoonsgerichte liefde en al-ervaring; een ervaring en beleving in een momentopname; deze ervaring is daarenboven gekenmerkt door een totale materiële onthechting, een verminderde perceptie van zintuiglijke prikkels, een verhoogde gevoeligheid voor non-verbale communicatie, een merkwaardige mengeling van trots en nederigheid, een verlies van tijdsbesef, een bewustzijn van eeuwigheid, een oceanisch gevoel van lichtheid en een gevoel van diepe eerbied en verbondenheid zodat men opgaat in de totaliteit van het onbewuste, dus van het collectief onbewuste.

Op de vraag of er een tegenstelling bestaat tussen vrijzinnigheid enerzijds en collectief onbewuste als mediator en sacraliteit anderzijds, antwoordt de auteur: het `vrij' denken moet zich kunnen losmaken van het geloof in alleen zaligmakende rationaliteit en de filosofische uitdaging aanvaarden om symbolen, archetypen en collectief onbewuste te integreren.

Het vierde referaat `De therapie van de Boeddha's' werd gehouden door Angela Van Aubel en Siddharta van Langen. Boeddhisme is `in'. Films over Tibet en de Dalai Lama trekken maandenlang vele mensen. Ook de therapie van de Boeddha's is `in'. Boeddha is de meest bekende spirituele zoeker die na vele jaren onder de Bodhiboom zijn ware zelf ontdekte langs de tegenvraag `Wie ben je niet?' Deze vraag werd later het spirituele pad `neti neti', `je bent niet dit, je bent niet dat' Om de vraag van Boeddha `Wie ben je niet?' te kunnen oplossen is het belangrijk om de volgende vragen te stellen. Hoe ben je voor, tijdens en na je geboorte door je ouders ingeperkt. Welke overtuigingen en emoties van anderen heb je ingenomen en niet verwerkt? Dit ingeperkte kind uit het verleden noemen de auteurs `zorgenkind', dit om een duidelijk onderscheid te maken met het oorspronkelijke kind dat we ooit waren.

In het spiritueel proces van de vraag:`Wie ben ik niet?' onderscheiden de auteurs drie fasen. De eerste fase: je zorgenkind ontdekken en naar buiten brengen. De tweede fase: de vele delen van je zorgenkind onderzoeken, begrijpen en accepteren. En als derde fase: meditatie. Het gaat daarbij om de stille waar-nemer in jezelf te her-ontdekken. Boeddha's sleutelwoord is: bewustzijn. Bewust er zijn. Helemaal hier en nu zijn, is je essentie. Je bent wie je al was voor je geboorte en wie je bent nadat je je lichaam hebt losgelaten. In diverse religies noemt men dit eeuwige in ons de ziel. De Boeddhistische benadering van het niet veranderen maar onbevooroordeeld getuige-zijn van alle gedachten en gevoelens, is een proces van acceptatie. Accepterend getuige-zijn betekent dat je alle delen in jezelf er laat zijn. Meditatiemethodes zoals stilzittend je adem waarnemen zijn geen doel op zichzelf. Ze zijn een gerichte vorm van leren waar-nemen. Ze vloeien vanzelf over in het innerlijk stil zijn gedurende de gewone dagelijkse handelingen.

De eerste samenspraak `Manna voor een nieuwe tijd? New age of christendom?' vindt plaats tussen Simon Vinkenoog en prof. Catherine Cornille met als moderator Jan Timmerman. In deze samenspraak wordt de vraag gesteld in welke mate new age en het christendom aansluiting bij elkaar kunnen vinden en in welke mate ze elkaar iets te vertellen hebben.

In de herontdekking en de terugkeer naar de innerlijkheid die in new age centraal staat, zit een grondige kritiek op het formalisme van vele kerkelijke rituelen. Daarbij plukt new age gretig uit het beste van verschillende religies. De new ager schaaft daarbij overal de scherpe kantjes af en maakt een superreligie, op maat van de hedendaagse postmoderne mens gesneden. In deze samenspraak komen de volgende vragen aan bod. Is er een verschil in de invulling van persoonlijke groei in new age en in de grote religies? Speelt de figuur van een spirituele meester een even belangrijke rol in new age als in de grote religies? Is de betrokkenheid op de medemens bij beide even belangrijk? Deze samenspraak kadert in de overtuiging van heel wat katholieke theologen die het belang en de noodzaak van de dialoog met andere godsdiensten beklemtonen. De dialoog is de enige weg voor een religie vandaag om te groeien. Een dialoog die de overeenkomsten ziet maar ook de verschillen respecteert. Bob Dylan die zingt voor de paus. Dat is toch een mooie ontmoeting van new age en katholicisme.

De tweede samenspraak `Freud en Boeddha' vindt plaats tussen prof. Jacques Schotte en Lama Zeupa met als moderator Frans Boenders. Van beide kanten is er de wens om mensen te helpen. Waar `liefhebben en werken' het einddoel is voor de psychoanalyse zou `nirwana' het einddoel van de boeddhist zijn. Nirwana heeft niets te maken met inactiviteit, wel met een toestand waarbij de storende emoties geen impact meer hebben. Het is geen inactiviteit die overblijft, het is pas op dit niveau dat je echt het belang van de aanwezigheid van de andere kunt inschatten, beseffen wat er te doen staat en dat ook willen ondernemen. Zo kan er een perfecte dynamiek ontstaan met de wereld en de andere. In het boeddhisme zijn er drie zaken die met elkaar te maken hebben, van belang: het horen, het overdenken en het mediteren. Zowel Freud als het boeddhisme stellen dat het leven lijden is, maar geven ook manieren om het lijden daadwerkelijk tot een einde te brengen.

De keuze voor verschillende invalshoeken en visies in deze bundel is niet toevallig. De teksten zijn niet onder een noemer te vatten. Ze vormen veeleer een bewuste en gewilde confrontatie. De voorgestelde teksten, die naargelang de interesse van de lezer ook afzonderlijk gelezen kunnen worden, zijn veeleer als inleiding te beschouwen. Ze kunnen voor de lezer een stimulerende aanzet vormen om over de aangehaalde thema's meer te willen lezen.
 
  Hilde Lerouge
Andere  Boekbesprekingen