| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Zoeken naar zin. Psychotherapie en existentiële vragen. |
 |
 |
Harry STROEKEN |
| |
Amsterdam, Boom- 1999 |
 |
| |
Kan men door psychotherapie de zin van zijn leven vinden? Ja en nee. Ja omdat men (meer) kan leren liefhebben en werken. Nee omdat psychotherapie op zichzelf nog geen vervanging is voor levensbeschouwing. Dit boek is als volgt opgebouwd. De auteur begint met een geconstrueerde casus. In de rest van het boek blijft die band met de concrete cliënt aanwezig.
Vervolgens geeft Stroeken de karakteristieken van het psychotherapeutische proces. Dit proces is vooral een prise de la parole. De cliënt neemt het woord en zegt wat hij nog nooit eerder heeft gezegd, maar wat hij oneigenlijk uitdrukte. Als het goed is, ontwikkelt de cliënt in zijn psychotherapie, in samenwerking met zijn psychotherapeut, een betrekkelijk coherent levensverhaal, dat zo goed mogelijk rekenschap geeft van zijn leven tot dan toe en dat opening biedt naar een nieuwe toekomst. De cliënt heeft het vermogen tot liefhebben en werken (weer) ontwikkeld met en door de (re)constructie van zijn levensverhaal. Hij heeft een bepaalde kijk op zijn leven geconstrueerd, in een proces, dat narratief en intersubjectief was.
In het derde hoofdstuk behandelt de auteur de kwestie van zin en depressie. Eerst geeft hij op een heldere manier de drie voornaamste betekenissen van het woord zin. Bij elke betekenis situeert de auteur de eventuele rol van de psychotherapie. Ten eerste, `zin' in de betekenis van zin hebben in, uitzien naar. Zin in deze betekenis heeft te maken met levenslust en is het tegenovergestelde van depressie. Is deze zin in het leven aangetast dan kunnen antidepressiva soms helpen, vooral in combinatie met gesprekken. De levenszin is met de geboorte meegegeven. Bij een `goed genoeg'-interactie tussen moeder en kind ontwikkelt die zin zich. De tweede betekenis van het woord zin betreft zinvol, zinnig leven, dat wil zeggen dat iemand zijn levenslust vorm kan geven in zinvolle relaties en zinvol werk.
De bedoeling van psychotherapie is om het lieben und arbeiten weer tot grotere tevredenheid te laten verlopen. In de derde plaats is er zin in de betekenis van `de zin van het leven'. Dat is een wijsgerige, eventueel religieuze, vraag. Het is de vraag naar de levensvisie, de levensbeschouwing. In welk groter raam passen wij ons particuliere levensverhaal in? Ieders antwoord op deze vraag staat expliciet gewoonlijk ver af van het concrete therapeutische werk, zij het dat het waarschijnlijk op de achtergrond meespeelt. Een oplossing voor de vraag naar de zin van het leven ligt buiten het perspectief van de psychotherapie.
Aan Sigmund Freud — de meest invloedrijke van alle psychotherapeuten — wordt een afzonderlijk hoofdstuk gewijd. Freud noemt zichzelf een opgewekte realist. Van hem wordt verteld dat hij gedeprimeerd was na bepaalde gebeurtenissen, bijvoorbeeld na de breuk met Jung, na de dood van zijn dochter en vooral na het overlijden van zijn kleinzoon. Maar dat zijn aangepaste reacties — hevig maar voorbijgaand. Freuds energie gistte gewoonlijk niet tot depressie. Hij kon erover beschikken voor de twee zaken die zijn leven zin gaven: liefde en werk. Wie kan liefhebben en werken is geestelijk gezond: de formule lieben und arbeiten wordt meestal vanzelfsprekend aan Freud toegeschreven.
In het vijfde hoofdstuk behandelt de auteur de traditionele spanning tussen psychotherapie en levensbeschouwing. Nochtans kan, volgens de auteur, enige kennis van zaken op het terrein van levensbeschouwing ook een positieve rol spelen in de psychotherapie, net zoals een operazanger gediend kan zijn met een psychotherapeut die verstand van opera heeft. Er moet voor de cliënt ruimte zijn om desgewenst te spreken over zijn levensbeschouwing. Wat te zeggen over godsdienst binnen de psychotherapie vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk. Voor veel psychotherapeuten is het moeilijk om het onderwerp godsdienst serieus te nemen. Volgens de auteur is dat jammer, want daardoor kunnen soms wezenlijke zaken blijven liggen. Een primair aspect van godsdienstige tegenoverdracht is natuurlijk de sympathie of antipathie voor bepaalde geloofsovertuigingen en kerkgenootschappen. Een dergelijk gevoel zou de therapeut kunnen belemmeren zich in te leven en van binnenuit te begrijpen wat er in iemand omgaat. Religieuze overdracht en tegenoverdracht vormen het thema van het zevende hoofdstuk. Blijvende idealisering door de cliënt vooronderstelt grootheidsfantasieën bij de psychotherapeut.
Denken dat je het ideaal bent waarvoor mensen je houden, is altijd bedenkelijk. Zijn psychotherapeuten de nieuwe dominees is de vraag van het achtste hoofdstuk. Vol- gens de auteur lijken de verschillen tussen psychotherapeut en dominee zeker zo groot als de overeenkomsten. In het laatste hoofdstuk biedt de auteur enige reflecties over het thema zin. Dit helder geschreven boek is een aanrader voor elke begeleider van mensen (psychotherapeut, arts, paramedicus) maar ook voor elke lezer geïnteresseerd in het zoeken naar zin.
|
|
| |
Hilde Lerouge |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|