| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| De val van Eros. Over seksuele armoede vandaag. |
 |
 |
Ronald COMMERS |
| |
Houtekiet, Antwerpen — Baarn- 2000 |
 |
| |
Een man van vooraan in de veertig heeft een ambtelijke baan met veel verantwoordelijkheid. Hij leeft zeer zuinig en ontzegt zich veel, maar sinds zijn laatste relatie op de klippen liep, bezoekt hij geregeld prostituees. Hij vindt dat financieel voordeliger dan een volwaardige relatie, die toch altijd opnieuw geldverslindend blijkt te zijn.
Met dit zielige voorbeeld vooraan in zijn boek heeft Ronald Commers de toon gezet. Hij pleit geenszins voor een nieuw — ditmaal sluipend — moralisme en zet zich ook nadrukkelijk af tegen de nieuwe preutsheid die men vooral in de Angelsaksische wereld aantreft. Eerder ziet de auteur de man uit de anekdote als een typisch product van de waanzinnige sociaal-economische ontwikkeling die het Westen doormaakte in de laatste decennia.
De val van Eros is dan ook op de eerste plaats een maatschappijkritisch boek waarin de auteur protesteert tegen een samenleving waarin het liefdesspel slechts een onderbreking van de arbeid vormt en het minnen zelf bijgevolg dienstbaar wordt aan de arbeid. De kapitalistische productie streeft bovendien naar een steeds grotere consumptie. Het kan dan ook niet anders of die mentaliteit zet zich ook in de seksualiteit door, waardoor een onstilbare honger naar het nieuwe ontstaat. De excessen werden bijzonder goed zichtbaar vanaf de eerste wereldoorlog en kennen vandaag door het internet een exponentiële groei.
De auteur mag dan kritisch zijn tegenover elke visie op seksualiteit waarbij één concrete gestalte van de minne als normaal wordt beschouwd en al de rest als abnormaal of als een perversie wordt gecatalogeerd, toch wil hij kwaliteit in het minnen afgrenzen ten opzichte van wat hij de “afgeprijsde schunnigheid” noemt. Daarom voert hij het onderscheid in tussen “eros verzorgd” aan de éne kant en “seksuele ellende” aan de andere kant, waarbij de seksuele ellende op interessante wijze gestoffeerd wordt. Het is echter niet helemaal duidelijk is waarin de zorg voor de liefde precies bestaat. De kunst van het minnen, de ars amatoria is immers een illusie geworden. Het boek ademt daardoor een diep pessimisme uit: “Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat tegen de verwording in de westerse cultuur geen kruid gewassen is”, schrijft Commers (p. 134).
Wie De val van Eros leest, moet geduld hebben met de auteur. Het gaat immers niet om een systematisch werk over de betekenis van de seksualiteit of de teloorgang van de zinnelijkheid, maar eerder om een zeer persoonlijk verslag van hoogst persoonlijke bevindingen en ervaringen. Het boek wisselt die bedenkingen af met lange analyses van significante werken die de studie van de auteur in specifieke banen heeft geleid. Die schrijfstijl maakt het de lezer niet gemakkelijk. De wijze waarop de schrijver synoniemen gebruikt om de geslachtsorganen te benoemen is meestal misplaatst en de poging van de auteur om filosofische stellingnamen in een dialoog met een (fictieve?) vriend te presenteren, kan men niet echt geslaagd noemen. Het beeldmateriaal dat Commers gebruikt om zijn betoog te illustreren is wel goed gekozen. Al bij al is De val van Eros. Over seksuele armoede vandaag een bijzonder rijk boek dat het verdient om gelezen en bediscussieerd te worden.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|