23-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Aankondiging Studiedag: Doden van dieren op 31 mei 2005
Stefan Aerts (2005)
 Esthetische ervaring en morele visie bij Iris Murdoch
Willem Lemmens (2003)
 Chronische aandoeningen en persoonlijke identiteit
Joke de Witte (1997)
 De Belgische embryowet
Bart Hansen (2004)
 Wanneer 'liefde toeslaat'. Over geweld en onrecht in gezinnen
Annemie Dillen (2004)
 Wat is er mis met genetisch 'enhancement' in de sport?
Michael McNamee (2010)
 Centrum voor Economie en Ethiek - KU Leuven : 'Poverty en social exclusion'
Bart Capéau (1996)
 
Ethische Perspectieven
Het Grote Geld: Keerpunten in de Monetaire Geschiedenis
Jos DEFOORT
  Leuven, Van Halewyck-  2000
  De economist R.A. Radford had het ongelukkige genoegen om tijdens wereldoorlog II het economische leven in krijgsgevangenenkampen van nabij te kunnen bestuderen. [`The Economic Organisation of a P.O.W. Camp' in Economica, 12(1945)]. In het nogal eentonige kampleven ontstond er een levendige economie waarbij Franse en Engelse gevangenen thee, koffie, kledij, wasbeurten enz. onderling uitwisselden.

Het betaalmiddel en referentiepunt bij uitstek voor deze goederenhandel waren sigaretten. Twee sigaretten voor het wassen van één kledingstuk, 80 sigaretten voor een nieuw onderhemd, enz. Het invoeren van wat economisten omschrijven als een numéraire, zorgt voor een sterke vereenvoudiging van het ruilproces (wanneer u tien goederen ruilt zijn er 45 verschillende prijzen, dankzij een numéraire wordt dit gereduceerd tot tien) en het is dan ook niet verwonderlijk dat zelfs in de meest barre omstandigheden referentiepunten opduiken. Dit natuurlijke voordeel, verbonden aan een algemeen aanvaarde rekeneenheid, verklaart volgens economisten zowel het ontstaan als het succes van geld.

Jos Defoort weerlegt dit op overtuigende wijze. Er werd gerekend en betaald, lang voor er geruild werd. Zowel in de Ilias als in de Odyssee fungeert het rund als rekeneenheid die toelaat om zelfs de waarde van het schild van Athene uit te drukken. Via Bernhard Laums klassieker Heiliges Geld, toont Defoort verder aan dat de eerste munten verschenen op de offerplaats, ter vervanging of aanvulling van de runderen die er normaal geofferd werden. En net zoals de runderen, zal het geld na het offer verdeeld worden volgens strikte regels onder de deelgenoten aan het offer. Die verdeling is tegelijk een uitdrukking van de orde in de gemeenschap. Het geld is daarom ontstaan in het hart van de gemeenschap, voor de ogen van iedereen, op de offertafel, waar de banden tussen mensen onderling en tussen goden en mensen bevestigd werden. Het geld draagt in zich de banden van de gemeenschap, het heeft iets sacraals en is allesbehalve neutraal, zoals de economische term numéraire suggereert. De niet-neutraliteit van het geld toont zich wanneer we geld verknippen, verscheuren, of verbranden. Net zoals de verbranding van de vlag, is dit een symbolisch geladen daad, waarvoor we in eerste instantie terugwijken. Het economische verhaal van het geld is daarom onvolledig, het verklaart volstrekt niet hoe geld ontstaan is, noch hoe het ervaren wordt door zijn gebruikers.

Omdat het geld een sacrale ontstaansgrond heeft en op een diepe wijze verbonden is met de gemeenschap, meent Defoort dat de geschiedenis van het geld, de geschiedenis is van onze (Westerse) gemeenschappen. Drie scharniermomenten tonen zich: de overgang van fysieke betaalmiddelen (runderen) naar het metallic stelsel, te situeren ergens in de vierde of vijfde eeuw voor Christus; de overgang van metalen munten naar papiergeld (begin deze eeuw), en tenslotte de overgang van papiergeld naar digitaal geld, vandaag en in de nabije toekomst. Elke stap is er een waarbij het woekerende geld zich verder onttrekt aan sociale controle en bestaande sociale relaties vernietigt en inkadert in de logica van het geld. Elke stap is er een die ons verder weg brengt van de archaïsche wereld van Homeros, met zijn stabiele relaties en duidelijke verbondenheid tussen mens, wereld en goden. Het geld is het centrale memencomplex van de toekomst, op weg om alle andere rivaliserende memen uit te schakelen. Wij kunnen ons vandaag wel veroorloven om God af te zweren, maar niet langer om het geld af te zweren, wij zijn er met handen en voeten aan gebonden.

Defoorts analyse bouwt voort op de rijke filosofische traditie die start bij Aristoteles en terugkeert in de werken van Marx, Simmel, Levinas en anderen. Het probleem met Defoorts analyse, en uiteindelijk ook met heel wat geschriften uit die filosofische traditie, is dat het geld een metaforische rol vervult en verwijst naar het volledige economische systeem. De evolutie van het geld is de evolutie van de economie en de sociale impact van het geld is uiteindelijk de impact van een economisch systeem dat explosief groeit en een steeds centralere plaats opeist in onze gemeenschap. Het geld als centrale betekenaar van het economische systeem hanteren is handig en laat u toe om bijvoorbeeld het verschil tussen ruilwaarde en gebruikswaarde in de verf te zetten, maar tegelijk verhult deze metafoor erg veel.

Zo zal Defoort aantonen dat het geld momenteel een van de laatste sociale bastions, met name de familie, langzamerhand vernietigt. De familie is tot nu toe de plaats waar de sociale relaties niet gemediëerd worden doorheen het geld. De afwezigheid van geld is juist een van de meest wezenlijke kenmerken van de familie. Het geld heeft er echter toe geleid dat de vrouw uit een ongelijkheidsrelatie getreden is en een onafhanklijkheid verworven heeft die de familieband, die er vaak een was van materiële noodzaak, ongedaan maakt. Geld egaliseert de machtsrelaties in de families, maar vernietigt daarmee ook de stabiele familiale banden. Hier belet de metafoor geld een meer correcte en diepgaandere analyse. De aantasting van de familiale banden wordt gedragen door talrijke elementen: de intrede van de vrouw op de arbeidsmarkt, de verbreding van het onderwijs, de overgang naar een liberale staat enz. Stellen dat `het geld' de familie aantast, is uiteindelijk nietszeggend. De echte analyse start hierna. Zoals hierboven reeds gesteld, is dit een vergissing die niet alleen eigen is aan Defoort, maar aan een lange filosofische traditie die uiteindelijk te weinig oog gehad heeft voor de talrijke deelelementen die allen tezamen een economisch systeem vormen.

Even terugwijken naar de zuinige economische kijk op geld kan hier helend werken. Het geld is historisch zeker niet ontstaan om de ruil te vereenvoudigen, maar deze vereenvoudiging verklaart in grote mate de veralgemeende en blijvende aanwezigheid van het geld, en zelfs haar gedaanteveranderingen. Geld alleen heeft weining of geen impact. Toen de krijgsgevangen uit Wereldoorlog II de sigaret als munteenheid invoerden, vereenvoudigde dit de ruil, maar leidde dat niet tot massale sociale veranderingen.

In de rudimentaire economie van de kampen was er geen productie, geen technologische doorbraken, geen complexe financiële en arbeidsmarkten, geen strak uitgewerkt juridisch systeem om eigendomsrechten af te bakenen en contracten af te dwingen. Kortom, wanneer al die andere deelaspecten van een goed draaiend economisch systeem afwezig zijn, dan is de impact van het geld als zoanig marginaal. De keerpunten in de monetaire geschiedenis die Defoort analyseert, zijn uiteindelijk keerpunten in de economische geschiedenis en de vraag of wij ons alsnog kunnen onttrekken aan de macht van het geld is uiteindelijk de vraag in hoeverre wij kunnen of willen leven zonder de materiële welvaart en het groeiperspectief dat zozeer onze horizon geworden is.
 
  Luc Van Liedekerke
Andere  Boekbesprekingen
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29