| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Omdat filosoferen leven is. Een archeologie van Martin Heideggers `Sein und Zeit'. |
 |
 |
Alfred DENKER |
| |
Best, Damon- 1997 |
 |
| |
Martin Heidegger is ongetwijfeld één van de markantste denkers van de twintigste eeuw en het verschijnen van zijn Sein und Zeit in 1927 was een opmerkelijke gebeurtenis. Dat neemt niet weg dat dit werk bijzonder ontoegankelijk is gebleven. Dat hermetisch karakter is volgens Denker niet alleen aan de moeilijke taal te wijten. Eén van de oorzaken is ongetwijfeld ook dat Heidegger in de twaalf jaar voor het verschijnen van dit werk gezwegen heeft, waardoor Sein und Zeit voor de buitenwereld verscheen als een zorgvuldig gecomponeerde, systematische studie.
Heideggers filosofie had daardoor als het ware geen context. Alfred Denker wil in zijn doctoraatsdissertatie de ontstaansgeschiedenis van Sein und Zeit inzichtelijk maken tegen de achtergrond van Heideggers biografie, de chronologie van zijn werken en zijn motivatie om te filosoferen. Zo hoopt hij opzet en oorsprong van Sein und Zeit te verduidelijken. Omdat bovendien heel wat colleges, voordrachten en belangrijke manuscripten nu gepubliceerd zijn, is het volgens de auteur mogelijk om — zoals een archeoloog — laag na laag de invloeden op Heideggers denkweg bloot te leggen, waardoor duidelijk moet worden dat Sein und Zeit helemaal niet zo'n monolitisch karakter heeft.
Heideggers filosofie moet volgens Denker begrepen worden als een poging om de tegenstellingen van de moderniteit te verzoenen. In een sterk biografisch uitgewerkt hoofdstuk laat de schrijver de enorme invloed van het streng katholieke milieu van Heideggers jeugd- en studiejaren zien. In zijn eerste filosofische geschriften probeerde Heidegger zijn katholieke geloof te verzoenen met de moderniteit. Ook toen hij het katholicisme achter zich liet, bleef hij zoeken naar een antwoord op de vraag hoe men in de moderne wereld christen kon zijn.
Denker geeft aan hoe Heidegger zich verwijderde van de bewustzijnsfenomenologie van Husserl en een eigen hermeneutische fenomenologie uitwerkte, omdat hij, zoals Fichte, het leven als een fenomeen van het absolute beschouwde en dit niet `gezien', maar alleen `verstaan' kon worden. Heideggers belangstelling voor het christendom begon echter te tanen door zijn grondige studie van de Griekse filosofie. Op relatief korte tijd leidde dit bij Heidegger tot de ontologisering van de fenomenologie, terwijl een hernieuwde studie van de filosofie van Dilthey hem naar de ontdekking van het tijdelijk karakter van het Dasein bracht. Door de resultaten van deze archeologische zoektocht kan Denker Sein und Zeit verklaren als een soort snijpunt waar de verschillende denkwegen van Heideggers vroege gedachtegangen en de paden van zijn later denken samenkomen. Sein und Zeit is geen eindpunt, maar een doorgang.
Alfred Denker heeft zijn werk voorzien van een Nederlands-Duitse en Duits-Nederlandse woordenlijst. Het schitterend register staat de lezer toe om bepaalde thema's sneller terug te vinden. Het proefschrift geeft een context aan Heideggers magnum opus waardoor de lezer een sleutel krijgt voor deze moeilijk toegankelijke filosofie. Door de aard van de zaak zal het publiek vooral beperkt blijven tot specialisten.
|
|
| |
Stef Leemen |
 |
| Andere Boekbesprekingen |
 |
|
|