17-05-2007
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 De pragmatische ethiek van Dewey & Onderzoek naar besnijdenis
A Simons (2000)
 Afdeling Ethiek en Wijsbegeerte van het Recht - Hoger Instituut voor de Wijsbegeerte - KU Leuven : 'Deconstructie'
Bart Pattyn (1992)
 De rechtvaardige oorlog, Eugen DREWERMANN in gesprek met Jürgen Hoeren
Eugen Drewermann (2003)
 Mededeling CWTE
(2006)
 Een agende voor de toegepaste ethiek : Toespraken bij de opening van het interuniversitair en interfacultair programma ‘Aanvullende Studie in de Toegepaste Ethiek’ op zaterdag 1 oktober 1994
various reviewers (1994)
 Lezingenreeks 'Cyclus Mystiek Leuven' Mei-juni 2005
Jochanan Eynikel (2005)
 Is soberheid zinvol ? Does frugality make sense?
Luk Bouckaert (2001)
 
Ethische Perspectieven
September - Nummer : 3/2005
Woord Vooraf: Het recht van spreken
Bart Pattyn
   Pagina : 173 - 174
  Wanneer men in het Nederlands zegt dat iemand ‘recht van spreken heeft ’ dan bedoelt men dat hij of zij door zijn of haar positie of ervaring ergens zinvol kan over oordelen. Van mensen waarvan men vermoedt dat ze onvoldoende op de hoogte zijn van een bepaalde kwestie zegt men dat ze dat niet hebben.

Academici geeft men doorgaans veel krediet. Hun expertise, zeker als het gaat om een onderwerp waar ze al jaren over studeren, geeft hun ‘recht van spreken’ – wat niet betekent dat wat ze concreet te zeggen hebben, altijd bevredigt. Hun expertise blijkt in veel gevallen beperkt. Ver doorgedreven specialisering bracht met zich mee dat wetenschappers steeds meer weten over steeds minder, en steeds minder over steeds meer. Voor synthese is weinig ruimte en nog minder waardering, omdat het moeilijk is exact te zijn als het over brede verbanden gaat.

Tal van academici vinden het verstandiger iets zeker te weten dan brede en onzekere verbanden op het spoor te komen en nemen daarom aan dat ze op heel wat domeinen ‘geen recht van spreken’ hebben.

Specialisatie, wat zich oorspronkelijk aandiende als een vorm van taakverdeling, functioneert met betrekking tot het publieke debat over maatschappelijk relevante problemen vaak contraproductief. Daarom pleiten steeds meer academici voor actievere en gedurfde deelname aan maatschappelijke discussies. Ze willen vermijden dat de academie een zelfgenoegzaam, zelfreferentieel en wereldvreemd systeem wordt. Wie van hen heeft het nu bij het rechte eind?

Juridisch opgevat heeft ‘recht van spreken’ te maken met de vrijheid van meningsuiting. Mag of moet die vrijheid op sommige punten worden ingeperkt? En als dat zo is, op basis van welke argumenten? Sommige juristen klagen erover dat men in dit soort discussies het onderscheid tussen recht en moraal veronachtzaamt.

De morele gezindheid die het ‘politiek correcte’ denken inspireert stipuleert dat men elk individu het recht moet gunnen er zelf van overtuigd te zijn dat het leven dat hij of zij leidt evenveel waarde heeft als het leven van om het even welk ander individu. Elke visie die suggereert dat sommige mensen door hun religieuze, cultuurspecifieke, morele of seksuele geaardheid niet beantwoorden aan een norm die door iedereen zou moeten worden erkend als fundamenteel, wordt daarom teruggefloten. De gangbare moraal schrijft voor om in geen geval morele, levensbeschouwelijke, esthetische of religieuze principes op te dringen die aanleiding zouden kunnen geven tot denigrerende onderverdelingen tussen ‘juiste’ en ‘foute’ mensen.

Daarom stelt men dat iedereen voor zichzelf moet kunnen uitmaken wat belangrijk is, brandmerkt men elk bevoogdend initiatief als paternalistisch of elitair en beschouwt men elke oproep tot inpassing als een latente vorm van racisme. Mensen die zich met deze ‘politiek-correcte’ gezindheid identificeren vinden het onjuist mensen te willen inpassen, homogeniseren of gelijkschakelen en pleiten voor diversiteit, respect voor ‘anders’ zijn, tolerantie en verdraagzaamheid. Er zijn echter steeds meer mensen die zich tegen deze ‘politiek-correcte’ morele visie verzetten en vinden dat men door deze naïeve verdraagzaamheid de identiteit en de liberale waarden van de westerse samenleving laat verwateren.

Bovendien zou men op die manier blind blijven voor het extreme geweld dat zich in sommige fanatieke strekkingen ontwikkelt. Buiten deze geanimeerde onenigheid op moreel vlak stelt zich de vraag of morele overtuigingen in juridisch rechtsregels vertaald mogen worden. Sommige juristen vinden duidelijk van niet. Als je alleen burgers die fatsoenlijk spreken vrijheid van spreken gunt, dan kan je moeilijk beweren dat er nog vrijheid van spreken is . Anderen nemen aan dat je wel degelijk de vrijheid van spreken mag beperken omdat je anders riskeert dat men aanspoort tot haat en geweld. Ook die tegenstelling levert een interessante discussie op.

Voor academici gelden plichten die eigenlijk voor iedereen gelden, maar voor hen in het bijzonder. Academici mogen alleen zeggen wat ze in eer en geweten ‘waar’ vinden. Voor academici is dat nog belangrijker dan voor andere mensen, omdat de samenleving erop vertrouwt dat als er ergens een plaats is waar mensen de tijd en de middelen krijgen om iets ten gronde uit te pluizen en te bestuderen om tot de meest waarschijnlijke bevindingen te kunnen komen, dat ongetwijfeld de universiteit zou moeten zijn.

Een universiteit dringt zich daarom op als een complexe institutie die ‘het recht van spreken’ zorgvuldig ‘bewaakt’. Wat wordt geschreven of uiteengezet, wordt er onderworpen aan vrij strikte controleprocedures. Teksten worden gepubliceerd nadat ze werden geëvalueerd, gecorrigeerd, bijgeschaafd en goedgekeurd door allerhande redacties of commissies, wanneer ze overeenkomen met een specifieke stijl, opbouw, manier van argumenteren, en wanneer ze het resultaat zijn van wat binnen de eigen discipline wordt beschouwd als verantwoorde experimenten en onderzoeksmethoden.

Dat gigantische apparaat is erop gericht om het onderscheid tussen zin en onzin zo scherp mogelijk te stellen. Soms slaagt men daar in. Vaak ook niet, maar zonder regulering zou de kans dat er verstandig en nauwgezet kan worden geoordeeld over allerhande onderwerpen, wellicht helemaal verdampen. Het vertrouwen dat mensen stellen in het ‘recht van spreken’ binnen universiteiten heeft precies met deze strenge, onafhankelijke, institutionele controle te maken. Tot duurzame en waarschijnlijke bevindingen komen is hard werken.

Waarheidsgetrouw onderzoek veronderstelt scrupuleus lezen en studeren en eerlijk rapporteren. Zonder institutionalisering en sociale controle zouden nauwkeurigheid en eerlijkheid wellicht snel worden weggevaagd. Maar wat als academici buiten dat institutioneel kader treden en binnen de media antwoorden geven die onderworpen zijn aan een ander regime – een regime waarin men niet meteen met het meest waarschijnlijke of betrouwbare rekening houdt, maar wel met het meest belangwekkende of grappige? Hoe dienen professoren zich te gedragen in de context van de populaire media? Uitzonderlijk kunnen ze bekende mediafiguren worden. Op wat berust hun recht van spreken op het niveau van de massamedia?

Al dit soort vragen waren het voorwerp van een debat dat vorig jaar werd georganiseerd door de Universitaire Stichting. We zijn blij dat we de discussieteksten van dit derde Ethical Forum in Ethische Perspectieven mogen afdrukken. Ze zijn scherp en polemisch en ze geven een goed beeld van het kritisch potentieel van onze universiteiten. Ze worden door Philippe Van Parijs in het begin van dit nummer schitterend gesynthetiseerd. Van Parijs besluit dat academici zich meer moeten engageren bij het formuleren van inzichten en visies. Ze hebben de plicht te spreken om hun vrijheid van spreken te kunnen blijven waarborgen.
 
Recentste uitgave 17/1 (2007)
Voorwoord
(Bart Pattyn)
Loyaliteit
(Roger Dillemans)
Loyaliteit (of is het gewoon trouw?)
(Herman De Dijn)
Loyaliteit onder de deugden
(Joseph Selling)
Loyaliteit: de uitdaging tot waardering
(Jacques Haers)
Loyaliteit: een zeldzaam kruid
(Jan Van Der Veken)
Loyaliteit, motivatie en erkenning
(Bart Pattyn)
Loyaliteit
(Hugo Roeffaers)
Loyale nestbevuilers
(Rik Torfs)
Boekbesprekingen
Kiezen via auteurs
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Kiezen op titel
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Centra
 Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht
 Centrum voor Economie en Ethiek
 Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek
 Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie
 Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek
 Chaire Hoover d'ethique et sociale
 Ethics.be
 European ethics network
 European SPES Forum
 Master in Applied Ethics
 Multatuli-lezing
 Overlegcentrum voor Ethiek
 SPES-Forum Vzw
 Wetenschap en ethiek
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2007 - Ethische Perspectieven - p/a de Beriotstraat 26 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.37.87