22-06-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Bespreking essay van Professor Herman Nys: 'De rechten van de patiënt. Gids voor patiënten en zorgverleners die in deze Eis-tijd voor een vertrouwensrelatie kiezen. Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2001, 184 p.
Sofie Blancquaert (2001)
 Christelijke solidariteit in een geseculariseerde samenleving : Reflecties over de positie van een christelijk ziekenfonds
Jef Van Gerwen (1998)
 Moreel actorschap en subjectiviteit een een technologische cultuur
Peter-Paul Verbeek (2006)
 De emotionele begrenzing van de solidariteit
Bart Pattyn (1992)
 Verslag Icuro-symposium
Koepel Vlaamse Ziekenhuisen met publieke partners (2011)
 De universitaire opdracht in een gezondheidszorg met zorgen Openingsrede academiejaar 1998-1999
André Oosterlinck (1998)
 Voorwoord
Bart Pattyn (2009)
 
Ethische Perspectieven
December - Nummer : 4/2005
Woord vooraf: Respect
Bart Pattyn
   Pagina : 250 - 252
  Frankrijk stond enkele dagen in het ‘brandpunt’ van de wereldpers. De jongeren uit de voorsteden waren blij met die massale belangstelling. Eindelijk werd er met hen rekening gehouden. De regering reageerde omzichtig, na de reactie op de uitlating van minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy. Men was bang de gemoederen te doen oplaaien, maar gaf tegelijk de indruk vastberaden de orde te herstellen. Intussen halen de Franse voorsteden niet langer de voorpagina’s. Het uitgaansverbod lijkt te werken. De pers besteedt niet langer aandacht aan de chronische problemen. Nieuws is geen nieuws als het ongewijzigd blijft. Het is wachten op een volgende golf van geweld.

Het probleem in de Franse voorsteden is complex. Het berust op sociale verwaarlozing, latent racisme en het onvermogen van vele jongeren om zich te bevrijden uit de vicieuze cirkel waarin hun subgroep gevangen zit. Merkwaardig is ook dat in het straatbeeld alleen jongens te zien zijn. Er worden ook veel vragen gesteld over de rol van de ouders. Tal van opgepakte jongeren waren immers jonger dan dertien.

Een van de sleutelwoorden die in de discussies over de oorzaken van de rellen voortdurend terugkomt is ‘respect’. De jongeren verwijten de samenleving dat die hen heeft uitgespuwd en dat hun, wat ze ook proberen, op geen enkele manier toegelaten wordt echt deel te nemen aan het officiële maatschappelijke leven. Als ze zich aanmelden voor een job en men ziet hun gezicht en registreert hun Arabische naam is het gesprek gewoonlijk al afgelopen voor het begonnen is.

Het is een telkens weerkerend refrein: de gemeenschap zou hen onvoldoende respecteren en biedt hun geen toekomst. Ze voelen zich daarom volkomen geïsoleerd en zien geen andere uitweg dan brandstichting. Daartegenover staat een meerderheid van burgers die vindt dat het geweld en de materiële schade waarmee de jongeren hun problemen onder de aandacht brengen en hun frustratie uitwerken in geen enkel opzicht te rechtvaardigen is. In een liberale rechtstaat zijn veiligheid en eigendomsrechten heilig en moet elke burger respect betonen voor de openbare orde en de publieke instellingen.

De problemen die zich in de Franse voorsteden voordoen, richten onze aandacht op een chronisch probleem waarmee men binnen een liberale rechtstaat geen raad weet. Kenmerkend voor de liberale morele verstandhouding is dat ze discussies over het goede leven neutraliseert en morele en religieuze keuzes privatiseert. Men neemt aan dat de staat zich moet beperken tot de zorg voor publieke aangelegenheden en tot voorzieningen die een minimale materiële welstand en een maximale vrijheid garanderen.

Wat een leven de moeite waard maakt, is er geen voorwerp van politieke discussie. De liberale verstandhouding heeft ertoe bijgedragen dat tal van culturele verenigingen, sociale bewegingen en jongerengroepen de discussie over het goede leven uit de weg gaan omdat de overtuiging dat iedereen voor zichzelf moet uitmaken wat een leven de moeite waard maakt, steeds meer gezag heeft gekregen.

Mensen worden steeds meer benaderd als cliënten en consumenten die hun eigen leven kunnen inrichten op basis van hun eigen voorkeuren. De reden waarom elke discussie over wat men moet bereiken om een waardevol leven te leiden, in de kiem wordt gesmoord, is dat als daar een antwoord wordt op gegeven, er een basis wordt gecreëerd van waaruit men medemensen zou kunnen misprijzen, bekampen en zelfs elimineren. De vrees die de moderne liberale visie inspireert, is dat elk groot gelijk, elke positieve visie op wat een leven rechtvaardigt, gevaarlijk is.

Een dergelijke visie kan aanzetten tot onenigheid en in extremis leiden tot bloedige conflicten. Het ontbreekt jammer genoeg niet aan voorbeelden van ‘explosieve’ conflicten die zijn ontstaan op basis van te sterke religieuze, nationalistische of chauvinistische overtuigingen. Met de rellen in Frankrijk wordt echter duidelijk dat, ondanks de poging alle religieuze en morele rechtvaardiging te privatiseren en de republikeinse visie op de staat te eren en ondanks het gezag van de overtuiging dat ieder individu voor zichzelf kan uitmaken wat een leven de moeite waard maakt, het misprijzen niet uit de wereld werd geholpen.

Ondanks het manifeste betoog over gelijkwaardigheid is de onverbiddelijke strijd om erkenning onderhuids blijven voortwoekeren. Terwijl men laat uitschijnen dat er geen morele waardeverschillen meer bestaan omdat iedereen de criteria die de waardigheid van zijn of haar bestaan bepalen, in eigen beheer heeft, voelen bepaalde mensen zich verworpen en misprezen, terwijl anderen zich zonder zorgen op een positieve manier met de officiële samenleving kunnen identificeren omdat ze goed scoren in de meritocratische rat race die bepalend is voor wie in die samenleving wordt gerespecteerd.

Waar een liberale samenleving nood aan lijkt te hebben is aan een grote pluraliteit collectieve sferen waarin individuen zich kunnen engageren. Een liberale democratische staat heeft nood aan ruimten waarin mensen, als individu, een verschil kunnen maken dat gewaardeerd wordt. In een massieve samenleving waarin differenties worden uitgevlakt of gestandaardiseerd en er weinig of geen mogelijkheden zijn om aan het individuele leven een ‘speciale’ betekenis te geven omdat alles hetzelfde lijkt, zijn die mogelijkheden te beperkt en zullen heel wat mensen zich ernstig misprezen voelen. Alleen als mensen de overtuiging kunnen cultiveren dat ze ergens goed of belangrijk voor zijn, kunnen ze zich positief identificeren met hun samenleving.

Voorlopig slagen daar alleen die mensen in die door hun opleiding en sociale netwerken over de mogelijkheden beschikken van hun leven iets te maken. De actuele sferen waarin iemand respect kan verwerven zijn te eenzijdig en te onpersoonlijk. In een liberale samenleving moet daarom ook worden geïnvesteerd in de vorming van nieuwe sferen of de versterking van klassieke sferen die kunnen bijdragen tot een positieve invulling van iemands vrijheid. Men hoeft niet te vrezen dat die politiek tot conflicten zal leiden, zolang men er maar op toe ziet dat de projecten berusten op reëel intermenselijk contact en gericht zijn op een grote diversiteit van vaardigheden en interesses.

Wanneer mensen uit de voorsteden in de mogelijkheid worden gesteld om zich in diverse sferen te bewegen, zonder te moeten vrezen dat ze zullen worden afgewezen of vernederd, is de kans groot dat men de frustratie die zich vandaag in de voorsteden lijkt op te stapelen, kan omzetten in positief engagement en respect voor de rechtstaat. Ongetwijfeld komen we in de volgende nummers van Ethische Perspectieven op dit sociale vraagstuk terug. Het houdt immers verband met het onderzoek dat we binnen het Overlegcentrum voor Ethiek coördineren.

In voorliggend nummer wordt aandacht besteed aan sport en ethiek. Er worden vaak vragen gesteld over het gebruik van prestatieverhogende middelen en regelmatig doen er geruchten de ronde over omkoping of bedrog. Maar de morele problemen die zich in de sportwereld voordoen, overstijgen vaak die particuliere probleemvelden. In de bijdrage van Panathlon-Vlaanderen leren we daar meer over. In dit nummer verschijnt ook het tweede deel van een bijdrage over de betekenis van ethiek. Deze keer wordt ingegaan op een aantal cruciale historische ontwikkelingen die de manier beïnvloeden waarop we ethiek percipiëren. Verder zijn er twee bijdragen uit de sfeer van de biomedische ethiek. Het nieuws van diverse centra en een reeks stevige boekbesprekingen ronden deze 15de jaargang af.
 39,25 Kb
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29